In de ban van de hertogin / 4

De boskapel

Wij bevonden ons in het bos van Wijnendale, net zoals Maria van Bourgondië en haar gevolg deden op die bewuste 13e maart 1482. Wij waren niet op jacht en reden ook niet te paard, zoals zij, maar stapten gewoon te voet door de lange dreven tussen stoere, oude zomereiken. De wandelpaden die het bos doorkruisen waren breed en geasfalteerd, maar het ruiterpad dat Maria destijds volgde lag er wellicht lang niet zo geëffend bij.

We wandelden een eind het bos in en na een hele tijd, toen we weer dichter in de buurt van het kasteel waren, kwamen we voorbij een begroeide heuvel, waaronder zich een ijskelder bevond. Een uitgesleten trap leidde naar de toegang tot de ijskelder.
Ik kreeg het ongelukkig idee om de trap te beklauteren. Dat had ik beter niet gedaan. De treden van de trap lagen wel een halve meter uit elkaar, waren glibberig en helden af naar beneden. Bovendien was de trap aan beide zijden afgebakend met prikkeldraad. Je kon je dus nergens aan vasthouden.
Mijn acrobatische talenten zijn bovendien niet meer wat ze geweest zijn. De trap bestijgen ging nog net, maar de trap afdalen bleek een hachelijke onderneming en even vreesde ik dat ik het nooit zou halen, maar het lukte me toch om zonder kleerscheuren terug beneden te komen.

Een beetje van ons melk gebracht vervolgden we onze tocht. Nauwelijks honderd meter verderop zagen we plots het kapelletje staan.
Vaak wordt dit boskapelletje aangeduid als de plaats waar Maria van Bourgondië van haar paard is gevallen en er wordt soms beweerd dat dit kapelletje ter hare gedachtenis hier is gebouwd. Maar dat klopt niet helemaal. Toen Maria van Bourgondië in dit bos op jacht was stond hier reeds een kapelletje, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Aan het kapelletje zijn talrijke volkslegendes verbonden.

De huidige kapel dateert van omstreeks 1770 en is als beschermd monument nog steeds een bedevaartsoord.

Volgens kroniekschrijvers uit de Bourgondische tijd, was het wel vlakbij het boskapelletje dat Maria van Bourgondië ongelukkig ten val kwam.

Tijdens de jacht zag Maria plots een reiger aan de overkant van een sloot, nabij de boskapel. Ze gaf haar paard de sporen en maande het aan om over de sloot te springen. Normaal vormde dat voor een ervaren amazone, zoals Maria, geen enkel probleem. Maar bij het neerkomen struikelde het paard over een boomstronk die uit de bevroren grond stak. Het paard gleed uit en viel. Ongelukkigerwijs kwam het dier bovenop haar terecht, met zijn volle gewicht op haar rechterzijde.
Haar man Maximiliaan en haar hele gevolg kwamen op haar toegeschoten, maar Maria was ondertussen weer overeind gekrabbeld. Ze klaagde niet en was schijnbaar ongedeerd. Zij liet zich weer in het zadel lichten en het gezelschap reed terug naar het kasteel. Maar toen Maria daar van haar paard stapte zeeg ze in elkaar. Iedereen was danig geschrokken en begreep meteen dat de toestand ernstig was. Maria werd, lijkbleek en kreunend van de pijn, op een draagbaar tussen twee paarden gelegd en in allerijl teruggebracht naar het Prinsenhof in Brugge, waar zij en Maximiliaan op dat ogenblik resideerden.

Wij konden hier in Wijnendale verder niet veel meer aanvangen. We wandelden terug naar de parking bij het kasteel, waar de auto stond en we lieten het kasteel van Wijnendale achter ons. We zouden de volgende dag naar Brugge rijden, de hertogin achterna.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij
Brugseommeland.be
Illustraties : Wikimedia Commons (publiek domein)

In de ban van de hertogin / 3

Rondom het kasteel

Maria van Bourgondië en haar man Maximiliaan van Oostenrijk stonden vertrekkensklaar voor het kasteel van Wijnendale, samen met hun gastheer Adolf van Kleef-Ravenstein en met een resem andere edellieden, waaronder Engelbert van Nassau en Lodewijk van Gruuthuse. Ze waren met z’n allen op het kasteel uitgenodigd voor een jachtbanket dat door de jacht zelf werd voorafgegaan.
Ze gaven hun paarden de sporen en reden in een boog omheen het kasteel, het bos van Wijnendale tegemoet. De jacht kon beginnen.

Ook wij stonden klaar voor het kasteel van Wijnendale om hun sporen te volgen. Vooraleer wij vertrokken raadpleegden we eerst nog even een plattegrond van het kasteeldomein. Weliswaar een plattegrond uit de Flandria illustrata, het encyclopedisch boek van Antonius Sanderius, uit 1641, toen het domein er nog ongeveer hetzelfde uitzag als toen Maria van Bourgondië hier 150 jaar eerder was.
Maar sindsdien is hier toch wel een en ander veranderd.

Onder een lange rij bomen volgden wij het kaarsrecht wandelpad dat evenwijdig met het kasteeldomein is aangelegd. De akkers en velden om ons heen waren in de tijd van Maria van Bourgondië allemaal eigendom van de kasteelheer.

Hier en daar zagen we tussen de bomen en het struikgewas, resten van de vroegere omwalling omheen het kasteeldomein.

De akkers naast het wandelpad strekten zich uit, zover het oog kon reiken.

Het zitbankje naast de wandelweg dateerde volgens mij niet uit de Bourgondische tijd, maar eerder uit de tijd van de Flinstones. 🙂

We kwamen bij de restanten van een oude inrijpoort aan de achterkant van het kasteel, dat nu met een ijzeren hek is afgesloten.

Hier konden ook nog resten zien van een stuk omwallingsmuur langs een diepe gracht, die helemaal droog stond. In de verte, tussen de bomen zagen we het kasteel staan.

We naderden nu het bos van Wijnendale.

Dat deden ook Maria van Bourgondië en haar gezelschap. Maria was een ervaren ruiter. Als kind leerde ze reeds paardrijden en ze had al vaak aan jachtpartijen deelgenomen. Ze droeg op haar hand steevast een valk die voor haar op verkenning vloog tijdens de jacht.
Volgens kroniekschrijvers had Maria er zin in die dag. Ze had het onbesuisde enthousiasme geërfd van haar vader. Ze reed zelfs voorop, het Wijnendalebos in.
Het zou haar laatste jachtpartij worden.

Maria van Bourgondië tijdens de jacht. Afbeelding uit de “Exellente Cronyke van Vlaenderen” (15de eeuw) / Gruuthuse museum Brugge

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Historiek.net
Illustraties :

Wikimedia Commons (publiek domein)
Flandria Illustrata (UGent)
(publiek domein)

In de ban van de hertogin / 2

Het kasteel van Wijnendale

Wij stonden voor het kasteel van Wijnendale in de gemeente Torhout.
Het kasteel was oorspronkelijk een achthoekige waterburcht dat Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, in 1278 liet bouwen aan de rand van het Wijnendalebos. Het kasteel speelde onder meer een belangrijke rol in 1302, tijdens de Guldensporenslag, toen dit kasteel door de Fransen was bezet en moest heroverd worden.

Intussen werd het kasteel reeds herhaalde malen verbouwd. Het rechtse deel van het kasteel in lichtgeel gesteente, is het oudste gedeelte van het kasteel en dateert nog uit de 15de eeuw.

We liepen over de ophaalbrug, door de deur van een massief houten poort naar binnen.

Aan de muren van het mooie poortgebouw prijkten de wapenschilden, waarschijnlijk van de kasteelheren die met dit kasteel een verbintenis hadden. Aan het einde wachtten enkele vervaarlijke uitziende leeuwenkoppen ons op.

Het poortgebouw was aan de overkant afgesloten door een modern ogende dubbele deur die potdicht zat maar wel uitzicht bood op het binnenplein.

Aan de overkant van het binnenplein zagen wij het andere gedeelte van het kasteel dat nog steeds bewoond wordt door de familie Matthieu de Wijnendale.

In 1482 was Adolf van Kleef-Ravenstein eigenaar van het kasteel en hij had, aan het einde van een barre winter, de hertogin en haar gemaal Maximiliaan van Oostenrijk uitgenodigd voor een banket. Maximiliaan was net terug van een missie uit Saint-Omer en was blij dat hij de hertogin bij deze gelegenheid kon vergezellen.
Zoals het toen de gewoonte was, maakte het gezelschap zich meteen na de ontvangst klaar voor de jacht, om dan ’s avonds in het kasteel van een groot jachtfeest te kunnen genieten. Maria van Bourgondië en haar man zouden allebei persoonlijk deelnemen aan de jachtpartij in het bos van Wijnendale. Dat het noodlot de hertogin in dat bos zou opwachten, konden ze toen nog niet weten.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen:
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Westtoer.be
Illustratie : Wikipedia (publiek domein)

In de ban van de hertogin / 1

De vorstin der Nederlanden

Door mijn goede vriend Manu, die als historicus reeds vele jaren gepassioneerd is door de middeleeuwen, ben ik evenzeer aangestoken met het enthousiasme voor deze periode uit de geschiedenis. De laatste maanden heb ik mij een beetje verdiept in de tijd van de Bourgondische hertogen, waarover Bart Van Loo vorig jaar zo’n fantastisch boek heeft gepubliceerd.
Tussen alle opmerkelijke figuren die in de Bourgondische tijd onze streken bevolkten, is er iemand die mij bijzonder intrigeert : Maria van Bourgondië.

Maria van Bourgondië regeerde in de tweede helft van de 15e eeuw als hertogin over het Bourgondische rijk en probeerde dat te doen met veel overleg, in tegenstelling tot haar vader Karel de Stoute, die een brutale en onbezonnen heerser was. Ze werd alom geprezen om haar schoonheid, gratie en intelligentie. Men noemde haar de vorstin der Nederlanden.
Maar haar bewind kan nauwelijks op haar conto worden geschreven. Staatszaken waren in die tijd geen vrouwenaangelegenheden. Elke belangrijke beslissing werd door haar man Maximiliaan van Oostenrijk genomen. Tijdens haar veel te korte leven heeft ze niettemin geprobeerd om rust en vrede te brengen in haar rijk.

We hebben deze zomer in Vlaanderen enkele plaatsen bezocht die nog herinneren aan Maria van Bourgondië of een link hebben met haar levensverhaal. Eigenlijk zijn we daar nog steeds mee bezig. We begonnen bij het einde en gingen eerst een kijkje nemen op de plaats waar Maria dat fatale ongeval heeft gehad.
Daarvoor moesten we naar het bos van Wijnendale, in het hartje van West-Vlaanderen. Het bos ligt op het grondgebied van de gemeente Torhout. Aan de rand ervan staat het kasteel van Wijnendale.
We konden er echter niet zomaar naar binnen. Het kasteeldomein, dat nog steeds wordt bewoond, was hermetisch afgesloten door een smeedijzeren hek.

Maar wij hadden gelukkig een bezoek aan het kasteel gereserveerd. De ingang bleek wat verderop te zijn. We moesten ons aanmelden aan de balie die was ondergebracht in een bijhuis van het kasteel.

Eenmaal we waren ingecheckt konden we aan de andere kant van het smeedijzeren hek door een kleiner hekje dat ons toegang verschafte tot de dreef en de oprijlaan naar het kasteel.

Algauw zagen we het kasteel tussen de bomen opdoemen.

Het liep tegen het einde van een zeer strenge winter aan toen Maria van Bourgondië in maart 1482 in Wijnendale arriveerde, samen met haar man Maximiliaan I van Oostenrijk en hun gevolg. Ze waren hier uitgenodigd voor een banket door Adolf van Kleef-Ravenstein, edelman en stadhouder-generaal in dienst van de Bourgondische hertogen.
De dooi was pas ingezet en de hoeven van hun paarden kletterden op de nog half bevroren grond terwijl ze naar de ophaalbrug van het kasteel toe reden. Maria verheugde zich op het feit dat ze hier in Wijnendale enkele zorgeloze dagen zou kunnen doorbrengen.

Aan het einde van de dreef stond het kasteel daar majestueus te wezen.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij

historiek.net
Illustratie: Wikipedia (publiek domein)