Poppenkastpoppenverzameling.

Nazaire Beeusaert, speelgoedfabrikant in Deinze tussen 1940 en 1960, was eveneens befaamd omwille van zijn poppenkastpoppen. Hij maakte bijna vijftig poppenkastfiguurtjes uit papier-maché, die hij voorzag van een bijpassend katoenen outfit.
Van ieder van deze poppenkastfiguurtjes hebben ze in de erfgoedafdeling van het Museum van Deinze (Mudel) een exemplaar bewaard.

In het museum hebben ze ook een exemplaar in “poppenkastpopvorm” van de goedheilige man en zijn trouwe vriend zelf.

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn alvast heel erg hun nopjes met deze “poppenkastpoppenverzameling”, zoals men dat volgens Zwarte Piet noemt.
Alle poppenkastpoppen staan netjes opgesteld in een speciaal daarvoor voorziene glazen kast, wat men dan, zo vertelde Zwarte Piet mij, een “poppenkastpoppenverzamelingkast” noemt.

Leverancier van Sinterklaas.

In de eerste helft van de vorige eeuw was de stad Deinze, waar ik woon, een belangrijk centrum voor de speelgoedindustrie. Hier waren enkele topleveranciers van Sinterklaas gevestigd.
Eén van hen was Nazaire Beeusaert. In zijn fabriek, langs de Gentsesteenweg, startte hij omstreeks 1941 onder meer met het vervaardigen van speelgoedsoldaatjes. Geen tinnen soldaatjes, maar soldaatjes gemaakt uit papier-maché. Dat was beter voor de geldbeugel van Sinterklaas. Zo maakte hij het hele leger van Napoleon, Wellington en de Pruisen na in papier-maché. Maar ook het Belgisch koningshuis; soldaten uit Wereldoorlog I, en de gendarmerie uit die tijd kwamen aan bod.
In het Museum van Deinze (Mudel) bewaart men nog steeds een schitterende collectie van deze speelgoedsoldaatjes. Sinterklaas komt ieder jaar persoonlijk langs in het museum om ze te bewonderen. Maar niet dit jaar, helaas, want de goede heilige man is al een dagje ouder en behoort bijgevolg tot de risicogroep voor covid en daarom blijft hij zoveel mogelijk in zijn bubbel.

(wordt vervolgd)

Hard, maar plezant labeur.

Voortaan werk ik weer iedere dinsdag- en vrijdagnamiddag als vrijwilliger in het museum van Deinze (Mudel). Toen ik vorige week bij mijn bureau kwam was mijn ouwe computer verdwenen en stond daar een splinternieuwe computer te pronken. Meer nog, er stonden twee splinternieuwe computers te pronken, een desktop en een laptop die aan mekaar zijn gekoppeld. Een kadootje van de stad Deinze.
Ik heb die computers natuurlijk niet gekregen, ik mag er enkel op werken in het museum. Ik heb er een paar foto’ s van genomen met m’n mobieltje om te tonen hoe hard ik daar wel werk. 😉

Op een lange tafel naast m’n bureau staan de dozen met originele foto’s opgestapeld. Dat is maar een deeltje van het fotoarchief. Ik doe het werk nu al bijna vijf jaar (met een corona-onderbreking van vijf maanden) en in die tijd heb ik ongeveer 4000 foto’s gedigitaliseerd en gearchiveerd. Van iedere foto tracht ik zoveel mogelijk achtergrond gegevens te achterhalen die ik in een beknopte commentaartekst verwerk. Alle foto’s met de nodige uitleg verschijnen op de website van erfgoedinzicht.be
Het is dus niet zo dat vrijwilligers hun tijd verbeuzelen. Er liggen overigens nog stapels foto’s op mij te wachten in het museum. Als ik alles gedaan wil krijgen moet ik minstens 100 jaar oud worden. 🙂

Terug naar het verleden.

Morgen is het 1 september en is de zomervakantie alweer voorbij. Intussen heb ik mijn vrijwilligerswerk in het museum van Deinze hervat, daar waar ik ruim vijf maanden geleden gebleven was, toen alles plotseling werd stilgelegd omwille van het corona-virus.
Ik ben opnieuw in het fotoarchief van het museum gedoken. Er moeten nog heel wat foto’s worden gedigitaliseerd en geïnventariseerd.
Foto’s zoals deze hieronder, die genomen is in Deinze tijdens de Eerste Wereldoorlog. Achter het stadhuis, in de Kaaistraat, stonden de mensen aan te schuiven voor de soep- en melkbedeling. Ze stonden allemaal dicht bij elkaar. Dat kon want er was toen geen corona. Maar er was wel veel honger en ellende.

Ook bij de Erfgoedcel is er een interessant project waar ik als vrijwilliger graag wil aan meewerken.
Er zijn op zolder, bij een overleden groottante van een mevrouw uit de Leiestreek, een aantal dozen gevonden met daarin talloze brieven. Brieven die geschreven zijn tussen 1913 en 1916 door de moeder van die groottante. Ze schreef naar haar liefje en naar haar familie. Ze werkte als dienstmeid bij een rijke Duitse familie. Toen de oorlog uitbrak moest die familie vluchten, eerst naar Parijs en later naar Duitsland. En zij moest met hen mee, omdat ze als dienstmeid zowat tot het meubilair van die familie behoorde.
Ze schrijft in haar brieven ook over de gruwelen van de oorlog. Het zijn getuigenissen uit eerste hand, op het moment dat het zich allemaal afspeelde, geschreven met potlood op broze velletjes papier.
Een schat aan erfgoedmateriaal dat allemaal moet worden gedigitaliseerd .

Voorts zijn mijn vriend Manu en ik deze zomer in de ban geraakt van een beeldschone vrouw. Wij zijn haar achterna gegaan. Geen sinecure voor twee verlegen jongens, zoals wij. Maar de dame is het waard, want ze is niet alleen mooi en knap, ze is ook rijk, intelligent, sympathiek en reeds 538 jaar dood. Maar dat laatste is slechts een detail. 🙂
Het komende najaar vertel ik er vast en zeker meer over op deze blog.

Binnenskamers.

Vorige week heeft het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) haar deuren opnieuw geopend voor een gloednieuwe tentoonstelling. Hoog tijd dus om weer een beetje reclame te maken voor “ons” museum.
De nieuwe tentoonstelling loopt onder de titel “‘Binnenskamers”. Dit thema werd reeds gekozen voor de uitbraak van het coronavirus maar heeft in deze tijden een bijzondere weerklank gekregen.
De tentoonstelling past in het kader van de zevende biënnale van de schilderkunst en wordt tezelfdertijd in drie verschillende Leiemusea georganiseerd, namelijk in het Mudel in Deinze, het Roger Raveelmuseum in Machelen aan de Leie en het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. De musea liggen op een kwartiertje fietsafstand van elkaar en kan je met eenzelfde toegangsticket bezoeken.

In het museum in Deinze zijn alvast heel mooie werken te zien en niet alleen van kunstenaars uit de Leiestreek. Zo zijn er onder meer schilderijen te bewonderen van drie belangrijke Nederlandse kunstenaars uit de vorige eeuw : Jan Sluijters, Charley Toorop en Carel Willink. Daarnaast zijn enkele fijne schilderijen van Jan van Beers uit Lier mij ook opgevallen.
Bij de moderne kunst had ik vooral oog voor het verbluffend werk van de Russische kunstenares Olga Fedorova. Er hangt ook opvallend werk van enkele jonge Gentse kunstenaars, onder meer knappe composities van Bendt Eyckermans en erotische kunst van Joëlle Dubois.
Naast nog heel wat meer aanstormend talent zijn natuurlijk ook de oude Latemse klassiekers aanwezig, zoals Emile Claus en Léon De Smet.
Het is een zeer gevarieerde tentoonstelling, waarin iedere kunstliefhebber wel zijn gading zal vinden en die volledig corona-proof wordt georganiseerd. Het is overigens voor de medewerkers van het museum een huzarenstukje geweest om deze tentoonstelling in volle lockdown-periode tot stand te brengen.

Hieronder staan foto’s van enkele van de werken die momenteel in het Mudel te zien zijn. De foto’s zijn aanklikbaar om ze in een groter formaat te bekijken. Ik nam de foto’s vorige vrijdag losjes uit de hand met m’n smartphone, waardoor de kwaliteit niet altijd optimaal is.

Een warm weerzien.

smart

Na bijna vier maanden afwezigheid ben ik gisteren namiddag voor het eerst terug in ons museum geweest.
En of het me deugd heeft gedaan ! Het was een hartelijk en warm weerzien met iedereen die ik al die tijd heb moeten missen. Het deed me echt wel wat om terug op “den bureau” te komen. Het voelde een beetje als thuiskomen. Er was helaas ook minder goed nieuws. Twee medewerksters zullen weldra het museum definitief verlaten om andere horizonten te gaan verkennen. Zij zullen er weliswaar nog af en toe over de vloer komen, maar mede door dit nieuws werd het toch een beetje een emotionele namiddag.

Ik maakte ook van de gelegenheid gebruik om de tentoonstelling van de glaskunst van Jan Leenknegt te gaan bekijken en met m’n smartphone enkele kiekjes te nemen.
Wie deze tentoonstelling of de tentoonstelling “design op wielen” nog wil bezoeken in het Mudel moet zich reppen, want dit weekend is het laatste weekend dat de tentoonstellingen lopen. Virtueel zijn ze nog wel een tijdje toegankelijk, onder meer door in de rechterkolom van deze blog even te klikken op de betreffende links.

De komende weken wordt in het museum alles afgebroken en volgt de opbouw van de volgende tentoonstelling. Eenmaal dat achter de rug, kan ik mijn werkzaamheden aan het fotoarchief van het museum hervatten. Ten laatste rond half augustus kan ik er weer aan de slag als vrijwilliger. Tenminste als corona niet weer roet in het eten komt gooien.