Siësta aan de Leie.

Vorige week vrijdag maakte ik, terwijl Vrouwtjelief haar middagdutje deed, een wandeling langs de boorden van de Oude Leie om wat zonnevitamientjes op te doen.

Het was er heerlijk rustig en stil. Een zacht lentebriesje deed het water van de Leie nauwelijks rimpelen. Behalve enkele waterhoentjes die als de bliksem het riet inschoten toen ze mij zagen aankomen, was hier geen levende ziel te bespeuren.

Her en der had een loze vissertje zijn tent opgesteld langs de oever. Maar de hengelaars lieten zich niet zien. Ik denk dat ook zij een middagdutje aan het doen waren in hun tent. Dat kon best, want vissen bijten niet op het middaguur omdat zij dan eveneens een dutje aan het doen zijn.

Aan een middagdutje kom ik zelden toe, maar een rustig wandelingetje, tussen alle beslommeringen door, daar kikkert een mens ook van op.

Klik op een afbeelding om te vergroten

Een molen zonder wieken.

Gisteren was het een stralende dag die heel lenteachtig aanvoelde. Ik was naar de kine in Machelen-aan-de-Leie geweest en daarna had ik behoefte om een wandelingetje te maken in het dorp.
Het is een dorp waar ik zowat dagelijks kom, waar ik elk hoekje wel ken en waar het soms druk kan zijn. Maar op een zonnige maandag namiddag vind je hier nog de rust die je alleen in een landelijk dorp kan vinden.

Sinds jaar en dag staat er, net buiten het dorpscentrum, een oude vervallen molen zonder wieken. Het is de Hostens molen, genoemd naar de oorspronkelijk eigenaar, Lieven Hoste, die deze molen in 1840 liet bouwen. Aanvankelijk was het een graanmolen, maar in het jaar 1865 voegde Lievens zoon Francis zware oliepletstenen aan de molen toe en werd er een stoommachine in geplaatst. Hierdoor waren de wieken van de molen overbodig geworden en in 1904 werden ze verwijderd.
De molen bleef tot 1944 in gebruik als mechanische olieslagerij. Daarna raakte de molen met bijhorende molenaarswoning in verval. In de loop der jaren werd ook de binneninrichting ontmanteld. Maar de stenen romp van de molen bleef staan en werd in 1999 zelfs als dorpsgezicht beschermd.

De foto hierboven komt uit mijn archief en nam ik in 2012. Intussen zijn er al enkele restauratiewerken gedaan aan de molen. Sommige mensen vinden de molen, of wat ervan overblijft, een lelijk en overbodig gedrocht. Anderen vinden dan weer dat de molen mee het uitzicht van het dorp bepaalt.

Dat de molen ooit wieken heeft gehad, bewijst deze foto op een oude postkaart uit 1900. Enkele jaren nadat deze foto werd genomen werden de wieken eraf gehaald. En dat vindt iedereen in het dorp nog steeds jammer.

Hostens molen omstreeks 1900

Bron : Cultuurregio Leie & Schelde / Erfgoedbank

Een vergeten stukje.

Toen ik, op dezelfde dag dat ik de bloeiende kerselaars op de foto had gezet, terugkeerde van de kine reed ik nog niet meteen naar huis. In plaats daarvan fietste ik tot aan het eindpunt van de oude, afgedamde Leiearm in Machelen-aan-de-Leie, op de grens met dat andere Leiedorp Gottem. Daar zette ik mijn fiets aan de kant, deed hem op slot en ging tevoet verder.
Meestal volg ik vanaf “Machelen Put” de wandelwegel in de richting van Grammene, maar deze keer kwam ik uit de tegenovergestelde richting. Aan dit stukje van de Oude Leie was ik in jaren niet meer geweest en het heeft, voor zover ik me kan herinneren, nog nooit eerder mijn blog gehaald.
Maar nu dus wel.

Er waaide weliswaar een fris windje, maar de blauwe lucht, de stralende zon en de heerlijke rust die hier heerste, maakten dat weer goed.

©Erfgoedbank Leie & Schelde

Heel lang geleden was hier een veerpont, dat reeds van in de 17e eeuw in handen was van de familie De Smet. Adolf De Smet begon zelfs, halfweg de 19e eeuw, met een heuse scheepswerf voor het vervaardigen van zeil- en jachtboten. De scheepsbouw werd later verder gezet door zijn zoon Cyriel. Na de dood van Cyriel verdween zowel het veerpont als de scheepswerf voorgoed. Nu is er van al die bedrijvigheid geen spoor meer terug te vinden.

Een klein, maar fijn wandelingetje was dit. Nu moest ik nog wel het hele eind terugkeren om mijn fiets te gaan ophalen.

Een dorp ten voeten uit. (8/8)

Vanaf het huis van Gerard Reve zetten mijn vrouw en ik het laatste stuk in van de wandelzoektocht die deze zomer in Machelen aan de Leie werd georganiseerd.
Via een zijstraat van de Posthoornstraat maakten we eerst nog een ommetje langs “Villa De Cock”, met c.o.c.k.

Omdat bij de villa een quizvraag moest worden opgelost, ga ik daar verder niet veel over vertellen.
Na het oversteken van de steenweg van Gent naar Kortrijk, kwamen we dan in de Dorpsstraat terecht, waar we de kinepraktijk passeerden waar ik wekelijks langsga voor een oplapbeurt. Niet dat er aan mij nog veel op te lappen valt. Van een oude sloep kan men immers geen speedboot meer maken. 🙂

Een beetje verder in de Dorpsstraat staat de “mannekesschoole”, of in het Nederlands de “jongensschool”. Zo was het vroeger althans. Nu is het nog steeds een school, voor leerlingen van het lager onderwijs. Maar meisjes zijn er nu eveneens welkom.
Hier moest alweer een quizvraag opgelost worden en moesten we zien te achterhalen waarvoor de turnzaal van de school vroeger diende.

Vlak naast de school ligt het Frans militair kerkhof.
Tussen 18 en 31 oktober 1918 werd er zwaar gevochten in de Leiestreek. Franse troepen deden er alles aan om de Duitsers te verdrijven van hun posities en langs beide zijdes waren de verliezen enorm. Na de gevechten lagen de slachtoffers her en der begraven in de velden. Het gemeentebestuur van Machelen besloot om de gesneuvelde Franse troepen een eigen begraafplaats te geven. Het ‘Frans kerkhof’ werd ingericht op een stuk grond naast de gemeenteschool. 750 gesneuvelde soldaten hebben hier een laatste rustplaats gevonden.
Hier staan 750 grafzerken, maar er is er maar ééntje waarop ook een foto staat van de gesneuvelde soldaat. Voor de quiz moesten wij de naam van die soldaat zien te vinden.

Omdat ik véél te goed ben voor deze wereld, geef ik voor één keer het antwoord op deze quizvraag mee.

Nog wat verder in de Dorpsstraat staat dit intrigerend huis. Iedere keer als ik er langskom blijf ik even staan om naar het huis te kijken. Het is zo’n ouderwets gezellig herenhuis met een boomgaard ervoor en met een mooi smeedijzeren balkon boven de voordeur.

Het mooiste huis van Machelen staat nog wat verder in de Dorpsstraat. Het is het herenhuis van Gustaaf Dauwe, de vroegere dorpsdokter. Vanop de straatkant is er echter niets meer te zien van het huis. Het zit verscholen achter een grote rij hoge bomen, bijna een half bos. Enkel bij het toegangshek kan je een glimp opvangen van de orangerie die bij het huis hoort.
Dokter Dauwe was een gekend figuur in Machelen-aan-de-Leie. In de tuin die bij het huis hoort zou ook nog een fragment te zien zijn van een middeleeuwse vierschaar.

En zo naderden we weer het dorpscentrum.

Aan onze rechterkant stond nog een mooie villa die nog dateert uit de jaren ’20 van vorige eeuw. Momenteel woont kunstschilder Martin Wallaert in deze villa en heeft er ook zijn atelier in ondergebracht. De kunstschilder verhuisde vorig jaar van ’t biechtstoeleke, het oudste, piepkleine huis van het dorp, naar deze riante villa. Dat maakt voor hem waarschijnlijk wel een groot verschil.
Naast het huis staat het “Reve-muurtje”, een klein muurtje in witte steen, waarop een gedicht is gebeiteld van Gerard Reve. De schrijver zelf ligt begraven op het nieuwe kerkhof, een eind buiten het dorpscentrum. Hij ligt daar een beetje eenzaam en verlaten.
In de Nederlandse pers werd vroeger al eens geklaagd over het feit dat hun schrijver zonder veel eerbetoon begraven ligt in een godvergeten gat aan de Leie. Daar is wel iets van aan. Maar sinds Joop Schafthuizen, de partner van Reve, in 2003 werd veroordeeld tot 7 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het aanranden van een dertienjarige buurjongen en het in bezit zijn van kinderporno, is men in het dorp waarschijnlijk niet meer zo opgezet met deze twee snoeshanen.

Wat verder kwamen we aan de rotonde, waar op de hoek nog een merkwaardig huis staat.
Het is het geboortehuis van kunstschilder Roger De Backer (1897-1984). De schilder bleef er tot 1944 wonen. Het herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl werd in 1843 gebouwd. De gecementeerde gevel is doorheen de jaren weinig veranderd. Tijdens de bevrijding werd de voorgevel beschoten door onbekenden. De inslagen zijn op deze foto niet te zien, maar wie vlak voor het huis staat kan ze opmerken.
Roger De Backer was een impressionist en luminist. Hij ging in de leer bij de grote Leiekunstenaar Modest Huys. Zijn werken zijn over de hele wereld verspreid, maar zijn ook te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Temidden van de rotonde staat de Vredesboom en het oorlogsmonument, ontworpen door de bekende beeldhouwer Antoon Van Parijs. Vorig jaar, in september, maakte ik hier deze foto ter gelegenheid van 100 jaar vredesfeesten.

Niet ver van de rotonde staat het oud gemeentehuis, met daarachter feestzaal “De Gulden Poort”, de plaats waar we aan deze wandelzoektocht waren begonnen.
Het zat erop. Alle vragen waren beantwoord. Met dank aan mijn dierbare echtgenote, natuurlijk. Als ik een fiets zou winnen met deze prijskamp dan mag zij er ook een keertje mee rijden. 😉

We hebben hoe dan ook genoten van onze zoektocht door dit dorp. Machelen-aan-de-Leie is misschien niet zo pittoresk zoals de Leiedorpen Deurle of Sint-Martens-Latem, maar het is nog een heus dorp, waar het soms lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan, maar dat toch helemaal mee is met z’n tijd. Een dorp waar het heerlijk rustig kan zijn, maar soms ook gezellig druk, waar de mensen vriendelijk en behulpzaam zijn en waar men z’n buren nog kent. Een dorp waar cultuur en tradities in ere worden gehouden, maar waar iedereen welkom is.
Kortom, een dorp ten voeten uit.


Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie en Schelde

Een dorp ten voeten uit. (7/8)

We waren nog steeds de wandelzoektocht aan het doen in het Leiedorp Machelen. Het routeplan had ons naar de rand van het dorp gebracht. Op het kruispunt van de Molenkouterstraat met de Donkerstraat staat een kapelletje waar een geschiedenis aan verbonden is.
Dit kapelletje werd gebouwd in 1876. Het maakte toen deel uit van de molenaarswoning met daarbij behorend een houten staakmolen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog haalden de Duitse bezetters het in hun hoofd om hier een vliegveld aan te leggen. Daarvoor moesten de houten staakmolen en molenaarswoning verdwijnen. Alles werd met de grond gelijk gemaakt, alleen het kapelletje bleef gespaard.
Van het vliegveld is, voor zover ik weet, uiteindelijk niet veel terecht gekomen. Daar is in elk geval geen spoor meer van terug te vinden. Maar het kapelletje is gebleven en werd in 2014 helemaal gerestaureerd.

Het deurtje van het kapelletje stond open, dus kon ik het niet laten om even binnen te piepen.

Het laatste gedeelte van de wandelzoektocht was in afstand ook het langste gedeelte. De organisatoren hadden ervoor gezorgd dat wij nog eens flink de benen konden strekken.
Aanvankelijk leidde dit laatste stuk voornamelijk door de woonwijken aan de rand van het dorp.

Maar uiteindelijk kwamen we op de boerenbuiten terecht.

De route kwam uit bij de spoorwegbedding. Treinen denderen hier tussen Gent en Kortrijk voorbij.

En zo kwamen we bij de overweg aan de herberg “De Avonden”. Dit café werd zo genoemd naar de bekendste roman van Gerard Reve.
Gerard Reve was een belangrijk Nederlandse schrijver uit Amsterdam, die na een aantal omzwervingen door Frankrijk, in 1993 hier in Machelen neerstreek, samen met zijn levenspartner Joop Schafthuizen, en hier ook bleef wonen tot aan zijn dood in 2006.

Maar behalve de titel van het boek, heeft het café verder niet veel met Gerard Reve te maken. Toch heeft ook deze herberg een bijzondere geschiedenis. Het café is ondergebracht in het vroegere stationsgebouw van Machelen.
Op 20 augustus 1917, stipt om 9 uur ’s ochtends, stapte hier niemand minder dan de Duitse keizer Wilhelm II van de trein. Er zijn toen een aantal foto’s genomen die dat bewijzen. De keizer werd in Machelen verwelkomt door Friedrich Sixt von Armin, opperbevelhebber van het Duitse 4e leger.
Enkele maanden later, op 23 december 1917, kwam de Duitse keizer nog een tweede keer op bezoek in Machelen en schouwde er toen zelfs de troepen.

Herberg “De Avonden” mag dus een historische plaats genoemd worden. Aan het café sloegen wij de hoek om en wandelden we de Posthoornstraat in, die ons terug naar het dorpscentrum zou leiden.

Wat verder, in huis nummer elf, dat een beetje achteruit verscholen staat tussen bomen en sparren en een ietwat verwilderde voortuin, woonde Gerard Reve. Hij leidde hier, samen met Joop Schafthuizen, een teruggetrokken bestaan. Gerard Reve schreef in zijn boeken onverbloemd over de homoseksuele liefde en in het dorp werd gefluisterd dat er in dit huis buitensporige dingen gebeurden.

(wordt vervolgd)