Ieperse vestingen. (2/3)

Op de laatste en uitzonderlijk warme dag van maart waren we op wandel langs de vestingen in Ieper. Daar staan, langsheen de vestingsgracht, een lange rij treurwilgen met hun voeten in het water.

Men noemt de bomen treurwilgen, maar ik vind er niets treurig aan. Zeker niet op deze mooie lentedag, toen ze hun frisgroene blaadjes als een gordijn over de waterkant spreidden.

Sommige bomen stonden echt wel letterlijk met hun voeten in het water.

Omheen de vestingmuren is een mooi park aangelegd, waar ons wandelpad zich in alle richtingen opsplitste.

Aan de rand van het park zagen we deze merkwaardig geknotte boom. Een reusachtige boom die veel weg had van een modern kunstwerk.

Wat verder bracht ons pad ons tot bij het eerste “oreillon”.

(wordt vervolgd)

Ieperse vestingen (1/3).

Het was de laatste dag van de maand maart en het was uitzonderlijk warm. De thermometer haalde met gemak 25 graden. Amper een week later zou het terug vriezen en zelfs sneeuwen, maar die dag werden alle warmterecords alweer verbroken.
We bevonden ons op de Grote Markt van Ieper, waar de fonteinen zo vroeg op het jaar al voor wat verfrissing moesten zorgen.

We hadden op de radio gehoord dat het bijzonder druk was aan de kust en in steden zoals Brugge, Gent en Brussel. Maar hier lag de zonovergoten Grote Markt er rustig en virus-veilig bij.

De toren van de majestueuze Lakenhallen is aan renovatie toe en stond in de steigers.

Van de Grote Markt kuierden we via de Rijselstraat tot aan de Rijselpoort.

De Rijselpoort werd reeds in 1384 gebouwd onder Filips de Stoute, de eerste hertog van Bourgondië. Oorspronkelijk werd de poort geflankeerd door twee ronde torens. Het is de enige stadspoort uit de 14e eeuw die Ieper nog rest. De poort werd in de loop der eeuwen herhaalde malen verbouwd en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd.

Bovenop de poort heeft men een mooi uitzicht op de vestingen en de vestinggrachten van Ieper. In Vlaanderen, waar door de eeuwen heen heel wat oorlogen zijn uitgevochten, zijn niet zoveel vestingen en stadswallen bewaard gebleven. Vreemd genoeg is dat in Ieper wel het geval, hoewel de stad tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig met de grond werd gelijk gemaakt.

Tussen 1388 en 1409 werd in Ieper deze omwalling opgetrokken. De oorspronkelijk aarden wal werden aangevuld met een acht meter hoge bakstenen muur, omgeven door een 40-tal torens en tien stadspoorten.
Vanaf 1678 liet de Franse bouwkundige Vauban de omwalling gedeeltelijke slopen en vervangen door een gebastioneerde muur. Vanaf 1683 werd de vestinggracht aangebracht. In 1815 werd Ieper een laatste keer militair versterkt, Pas in 1853 werd door de Belgische regering beslist om de vesting te ontmantelen. Torens en poorten verdwenen, maar de versterkte omwalling bleef zelfs na twee wereldoorlogen grotendeels overeind.

Vanop de Rijselpoort liepen we de vestigen op tot aan Brits militair kerkhof. Zoals op de zovele militaire kerkhoven in deze streek, liggen ook hier tientallen jonge mannen begraven die ver van huis sneuvelden tijdens “den grooten oorlog”.

Vandaar volgden we verder het wandelpad langs de vestinggracht. Het plaatje klopte niet. Het was echt zomers warm, we hadden onze truien al lang uitgetrokken, maar de bomen stonden nog bladerloos in hun wintertenue. Schaduwrijk waren ze dus niet.

Wat verder kwamen we bij de restanten van de Leeuwentoren, iets wat ons eerst een gevaarlijk uitziende put leek, waar je vooral niet wilde in vallen.

De oorspronkelijke Bourgondische toren uit de 14e eeuw werd in de Franse tijd, aan het einde van de 18e eeuw, verlaagd en omgebouwd tot een geschutsplatform waar, tussen de twee en een halve meter dikke muren, kanonnen werden geplaatst.

Een tunnelgang verbond de toren met de binnenstad. Maar die tunnel is niet meer toegankelijk.

Van hier zetten we onze gemoedelijke lentetocht verder langs de uitgestrekte vestinggracht.

(wordt vervolgd)

Middeleeuwse pins.

Ik keer nog even terug naar het Yper museum, waar men een schitterende collectie middeleeuwse insignes bewaart.
Deze insignes zijn loodtinnen draagspeldjes die men overal in Europa uit de grond heeft opgegraven. Ze werden massaal gedragen vanaf de twaalfde eeuw tot midden de zestiende eeuw.
Rondreizende marskramers en verhalenvertellers boden ze te koop aan op jaarmarkten en kermissen en op alle plaatsen waar veel volk bijeen kwam. Pelgrims kochten ze als aandenken op bedevaartplaatsen. Anderen kochten ze om er hun status, levensmotto, geloof of bijgeloof mee uit te drukken.

De thematiek van de pins was zeer verschillend. Zo had je speldjes met heiligen, koningen, prinsessen, ridders en mythische figuren, maar ook speldjes met muzikanten, molenaars of scheepvaarders en er waren bijvoorbeeld ook speldjes met wapens, gebruiksvoorwerpen en dieren. Men kan geen onderwerp zo gek bedenken of men had er in de middeleeuwen een speldje voor.
Het meest in trek echter waren de speldjes met erotische voorstellingen. De gemiddelde middeleeuwer bleek lang niet zo preuts te zijn als men denkt. Speldjes met suggestieve voorstellingen van wandelende of gevleugelde penissen en vagina’s of uitbeeldingen van fantasierijke seksuele standjes werden met trots door mannen en vrouwen op de jas gedragen.

De middeleeuwse insignes die in het Yper museum worden tentoongesteld zijn meer dan de moeite waard om van naderbij te bekijken. Ze geven een unieke en soms geestige inkijk in de leefwereld van de middeleeuwse mens.

Geraadpleegde bronnen :

ypermuseum.be
medievalbadges.org
historiek.net

Yper Museum.

Daar waar het Ieperse museum ‘In Flanders Fields’ vooral het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek vertelt, neemt men je in het Yper Museum mee doorheen elf eeuwen geschiedenis van de Westhoek en de stad Ieper. Dat doen ze aan de hand van een grote maquette van het middeleeuwse Ieper en verder nog een unieke collectie kaarten, archeologische vondsten, munten, kant- en handwerk en nog veel meer. Zo hebben ze er ook een zeer interessante collectie middeleeuwse insignes. Iets waar ik later, in een apart logje, graag nog eens wil op terugkomen.
De opstelling in het museum is bijzonder origineel. Alleen een beetje jammer dat men bepaalde waardevolle schilderijen zo hoog tegenaan het plafond heeft opgehangen.

Er loopt in het Yper Museum momenteel een tijdelijke tentoonstelling onder de titel ‘herSTELLINGEN”. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Ieper met de grond gelijk gemaakt. Deze tentoonstelling gaat over de wederopbouw en de terugkeer van het sociocultureel leven in de stad.
Hieronder enkele sfeerbeelden uit het museum.

Het Yper Museum besteed eveneens bijzondere aandacht aan de Ieperse kunstenares Louise De Hem, die leefde van 1866 tot 1922 en die bij veel mensen elders in het land misschien niet zo heel bekend is.
Een volgende keer vertel ik wat meer over het leven en werk van Louise De Hem.

De Raadszaal.

Het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) is sinds 5 juni heropend. Echter slechts enkel op vrijdag, zaterdag en zondag en bezoekers moeten op voorhand reserveren. De medewerkers achter de schermen van het museum werken nog steeds van thuis uit of zijn door het Deinse stadsbestuur op economische werkloosheid gesteld. Bijgevolg kan ik daar, als vrijwilliger, ook nog steeds niet aan de slag.
In afwachting heb ik een bezoekje gebracht aan het prachtige Yper Museum dat, net zoals het In Flanders Fields Museum’ gevestigd is in de imposante lakenhallen van de stad Ieper.

Aan de achterzijde, waar in feite de uitgang van het museum zich bevindt, heb je een kijk op het imponerend glasraam dat hier als sluitstuk van de wederopbouw van de Lakenhallen werd aangebracht in 1981.

Voor we het eigenlijke museum betraden gingen we eerst een kijkje nemen binnen in de mooie raadszaal, waar nog steeds huwelijken worden voltrokken tussen Ieperse verliefde mensen.

Hier binnen kregen wij een mooie blik op het indrukwekkend glasraam, dat we daarnet aan de buitenkant hadden gezien, ontworpen door Anro Brys, dat een beetje de geschiedenis van de stad Ieper samenvat.

Het glasraam leest als een stripverhaal.

In een volgend logje nemen we een kijkje in het Yper Museum zelf.