Back to my roots.

We keren nog even terug naar het Industriemuseum in Gent. Het was vooral de afdeling “Grafische technieken” van het museum die er onze bijzondere aandacht kreeg.
In de historische drukkerij van het Industriemuseum werd ik als het ware veertig jaar terug in de tijd geflitst. Ik gaf uitleg aan mijn metgezellen over alles wat er te zien was en haalde herinneringen op aan vervlogen tijden.

Beroepshalve heb ik 40 jaar van mijn leven doorgebracht in de wereld van de grafische technieken en kunsten. Toen ik nog studeerde leerden we nog over de oude methodes, waarbij er nog werd gewerkt met uit lood gegoten letters, typografie genaamd. Een techniek die ik in het begin van mijn loopbaan nog zelf in de praktijk heb toegepast. Maar ook de nieuwste ontwikkelingen van de moderne offset-druk kwamen in mijn studietijd reeds aan bod. Ik was amper afgestudeerd toen de “offset” voor een enorme omwenteling zorgde in de grafische sector. De typografie was in het huwelijksbootje gestapt met de fotografie en werd voortaan de reprografie.
Nog later was het de digitalisering die in een mum van tijd de hele drukkerswereld op z’n kop zette. Ik heb het allemaal van dichtbij meegemaakt.

Foto : ©Industriemuseum Gent

Nu dacht ik zo bij mezelf, ik ben al meer dan vijftien aan het bloggen en heb het op mijn blog haast nooit gehad over het beroep dat ik zovele jaren heb uitgeoefend. Nu ik al twee jaar met pensioen ben is het misschien tijd om daar eens iets meer over te gaan schrijven.
Daarom heb ik het vermetel plan opgevat om vanaf nu, ongeveer om de maand, een artikeltje op deze blog te posten over de geschiedenis van de drukkunst, aangevuld met persoonlijke anekdotes uit mijn beroepsleven.
Het eerste artikel komt er vrijdag al aan. Daarin zal ik het hebben over het prille begin van de drukkunst toen Bi Sheng, een Chinees die leefde in de elfde eeuw, plots op een mooie dag in het jaar 1040 een lumineus idee kreeg.

Over de “Mule Jenny” en de twijnmolens.

Wij brachten dus een bezoek aan het Industriemuseum in Gent, dat de industriële evolutie in de 18 de, 19 de en 20 ste eeuw op zeer aanschouwelijke wijze in beeld brengt. Het museum besteed tegelijkertijd ook aandacht de sociale wantoestanden, miserabele werkomstandigheden, armoede en uitbuitingen die daarmee gepaard gingen. Het museum is voornamelijk gestoeld op twee Gentse industriële nijverheden uit de voorbije eeuwen . Eén daarvan is de textielnijverheid, een nijverheid die reeds sinds de middeleeuwen voor Gent van groot economisch belang was.

We konden er een blik werpen op de “Spinning Jenny”, ook “Mule Jenny” genoemd (Jenny is een verbastering van het engelse woord “engine”), een deels met de hand aangedreven machine voor het spinnen van katoen, die aan het einde van de 18 de eeuw door Lieven Bouwens met een list van Engeland naar hier werd gesmokkeld. Daarvoor werd hij in Engeland bij verstek ter dood veroordeeld.
Katoen, dat door de slaven in Amerika werd verbouwd, werd in Engeland gesponnen maar was in die tijd nog zo goed als onbekend in de rest van Europa. Met de “Mule Jenny”, die 48 draden tegelijk kon spinnen startte Lieven Bouwens bij ons en in Frankrijk diverse katoenspinnerijen op.

Die Lieven Bouwens was echter allesbehalve een grote weldoender. De arbeiders en arbeidsters die in zijn fabrieken werkten waren onderworpen aan regels en willekeur. Voor een hongerloon moesten de mensen vaak twaalf uur per dag werken in slechte omstandigheden. Bouwens voerde ook het systeem in van boetes voor wie te weinig werkte of zich niet aan de regels hield.
Er werkten ook heel wat kinderen in zijn fabrieken. Van zodra ze 8 jaar oud waren moesten ze volop meedraaien aan de machines. Op een foto uit het museum is een groep jonge meisjes te zien die waren te werk gesteld in de spinnerijen.

Maar ondanks alle uitbuiting van zijn werkvolk, vond Lieven Bouwens dat hij nog te weinig winst maakte. Hij slaagde er zelfs in om toelating te verkrijgen om gedetineerden in de gevangenis gratis voor hem te laten werken. In het museum zagen we deze ovalen twijnmolen die ooit in de Gentse gevangenis heeft gestaan en waar gedetineerden op moesten werken. De molen dateert uit 1773 en is de oudst bewaarde twijnmolen ter wereld.

En dan was er ook nog deze indrukwekkende machine van wel 50 meter lang, die diende om gesponnen garen op bobijnen te winden. Het ding ging over een breedte van enkele meters aan een hels tempo over en weer en de arbeidsters (vaak kinderen) die erop werkten moesten steeds meelopen met de machine. Dat werd getoond in een oude filmopname die aan het eind van de zaal op de muur werd geprojecteerd. Hoe zwaar en gevaarlijk dit labeur moet zijn geweest is ook te zien in de film “Daens” van Stijn Coninckx. Als jullie acht minuutjes tijd over hebben, moeten jullie hier maar eens klikken.

Er zijn in dit museum nog véél meer interessante dingen te zien over de geschiedenis van de textielindustrie. Maar het zou ons te ver leiden om daar over uit te wijden.
Er is in het museum echter nog een andere afdeling op de vierde verdieping, die pas vorig jaar is open gegaan en gewijd is aan de geschiedenis van de grafische technieken. En laat dat nu iets zijn waar ik uit persoonlijk ervaring veel kan over vertellen. Het was vooral deze verdieping van het museum waar onze interesse naar uitging en waarvoor we naar hier waren gekomen.
Ik heb intussen het plan opgevat om op deze blog omtrent de drukkunst iets te doen. Hoe dat precies zit vertel ik volgende week.

Het industriemuseum.

Vorig weekend brachten wij een bezoek aan het Industrie museum van Gent. Ik was er vorig jaar geweest met m’n vriend Manu en deed het bezoek vorige zondag nog eens over met m’n vrouw. Ik had een bijzondere reden voor ons bezoek, maar daar kom ik later nog zeer uitgebreid op terug.
Het museum is ondergebracht in een voormalige katoenspinnerij, gelegen aan de Minnemeers in Gent. Het hoofdgebouw dateert uit 1905.

Gent was in de middeleeuwen een vooraanstaand centrum voor de wol- en katoenproduktie. In de 13 de en 14 de eeuw waren de Gentse lakens bekend tot ver buiten de landsgrenzen. Sinds de 16 de eeuw rezen in Gent textielfabrieken als paddenstoelen uit de grond.
Wanneer je boven op de vijfde verdieping van het museum door de grote ramen kijkt heb je een prachtig panorama op de binnenstad van Gent.

Wanneer je goed kijkt zie je aan de horizon zowat alle torens van Gent opduiken. Van links naar rechts herken je de toren van de Sint-Baafskathedraal, de Sint- jacobskerk, het Belfort, de Sint-Niklaaskerk, de gebouwen van de Bond-Moyson op de Vrijdagmarkt en het Gravensteen.

Vooreerst bezochten wij in het museum de zeer interessante afdeling over de woelige geschiedenis van de textielnijverheid in Gent. In een volgend postje laat ik daar enkele sfeerbeelden van zien.
Maar eigenlijk waren we voor iets anders naar het museum gekomen. Iets waar ik later zeer uitgebreid op terug zal komen. Of had ik dat al gezegd ?

Traktatie.

Omdat ik vandaag jarig ben trakteer ik met een nieuwe reeks foto’s over Gent. Ik heb een tweede pagina toegevoegd aan “Gent in the picture” met 24 extra foto’s uit mijn albums over Gent. Allemaal foto’s die ik de voorbije tien jaar heb genomen in de stad waar ik mij thuis voel. Iedere foto is aanklikbaar en in groter formaat te bekijken.
Om naar “Gent in the picture / deel 2” te gaan hoeven jullie alleen maar op onderstaande foto te klikken.

Dichter bij Van Eyck.


Het was de grootste tentoonstelling rond het werk van Jan Van Eyck ooit en het had het belangrijkste culturele evenement in Gent van dit voorjaar moeten zijn. Dat was het ook, tot het corona-virus roet in het eten kwam gooien.

Half maart ging de tentoonstelling onherroepelijk dicht. Ik was één van de gelukkigen die nog voor de sluiting erin geslaagd is om deze uiterst boeiende tentoonstelling te gaan bezichtigen. Begin maart ben ik er, samen met mijn vriend en historicus Manu naartoe geweest en we hebben er ons vergaapt aan de verbluffende schildertechniek van Van Eyck en enkele van zijn tijdsgenoten.
Vele mensen die hun bezoek nog wat hadden uitgesteld, waren eraan voor de moeite. De tentoonstelling is afgesloten en de kunstwerken keren terug naar hun vaste stek in musea verspreid over de wereld.
Gelukkig kunnen we nog op het internet terecht om dichter bij Van Eyck te komen. Als men hierboven klikt op het zelfportret van Jan Van Eyck dan komt men terecht op de website “closer to Van Eyck”. Op deze gesofisticeerde site verneemt men alles over het gerestaureerde ‘Lam Gods’, maar ook over alle andere werken van de grootmeester. Men kan er bovendien alles bekijken in een super resolutie, zodat men elk schilderij op het scherm enorm kan uitvergroten en tot in het allerkleinste detail kan bestuderen. Men verneemt er ook alles over het wetenschappelijk onderzoek dat aan de restauratie van de werken is vooraf gegaan. Het loont absoluut de moeite om er een keertje virtueel te gaan rondneuzen.
Nog meer informatie over het leven en werk Jan Van Eyck is er te vinden op de website van het Museum voor Schone Kunsten van Gent.

Gent in the picture.

Vorige week voegde ik een extra pagina toe aan deze website. Daarvoor selecteerde ik uit mijn eigen archief 24 foto’s die ik in de loop van de voorbije jaren nam in Gent. Die foto’s bracht ik samen op een nieuwe “speciale” pagina waarop de stad Gent in de picture staat . Alle foto’s zijn aanklikbaar en in groter formaat te bekijken.