De kunst van het drukken


Deel 7 / de regelzetmachine

In deze reeks blogjes zetten we onze tocht doorheen de geschiedenis van de drukkunst verder en we schuiven meteen een beetje op in de tijd.
Gedurende 200 jaar gebeurde er, wat betreft de evolutie in de techniek van het letterzetten, weinig of niets. Alles bleef bij het oude. De teksten in boeken of pamfletten werden gezet met losse loden letters, zoals Johannes Gutenberg het ooit had voorgedaan.
Maar halfweg de 18e eeuw kwam de industriële omwenteling op gang. Er werden revolutionaire uitvindingen gedaan en de technische vooruitgang was niet meer te stoppen.

Omstreeks 1840 verschenen de eerste kranten in New York. Er waren daarvoor al wel plaatselijke weekkrantjes her en der verschenen, maar dagbladen zoals de New York Tribune en de New York Times, waren van een andere orde.

De letterzetters in de drukkerijen van de kranten konden niet meer volgen. Dagelijks aan een moordend tempo kolommen tekst zetten met de hand, letter per letter, dat was niet houdbaar. Deadlines werden vaak niet gehaald. Er moest dus iets op gevonden worden.

In het jaar 1873 bracht de firma Regminton in New York de eerste bruikbare schrijfmachine op de markt en dat deed bij Ottmar Mergenthaler een lichtje branden. Hij was een Duister die in 1872 naar de Verenigde Staten was geëmigreerd en zich in Baltimore had gevestigd als uitvinder en zakenman. Mergenthaler introduceerde in 1886 de Linotype of de regelzetmachine. Het was een machine waarmee men in één keer een ganse regel tekst in lood kon gieten.

Foto genomen in het industriemuseum van Gent

De machine was ontwikkeld volgens het principe van een schrijfmachine, waarbij iedere toets verbonden was met een stang die een koperen matrijs in een bovenop gebouwde schacht los koppelde en via geleiders naar beneden deed vallen. De koperen matrijzen werden opeenvolgend als een volledige tekstregel op een richel verzameld. Voor de spaties tussen de woorden werden langwerpige wiggen gebruikt. Vervolgens werd het geheel naar een spuitkop geleid, waar lood in de matrijzen werd gespoten. Het resultaat was een loden regel tekst in spiegelschrift.

Links : koperen matrijzen en wigspaties / Rechts : een loden regel in spiegelschrift

De uitvinding van Mergenthaler bracht een totale ommekeer in de zetterijen teweeg. Door deze regelzetmachines ging het zetwerk minsten tien keer zo snel vooruit. Een Godsgeschenk voor de kranten.

Maar er was echter ook een keerzijde aan de medaille. Zo’n regelzetmachine had een ingebouwde loodpot, waarin zich heet, vloeibaar lood bevond dat via een spuitkop in de matrijzen werd gespoten. Daarbij kwamen looddampen vrij die uiterst ongezond waren. De looddampen veroorzaakten bij de mensen binnen de kortste keren een loodvergiftiging. Men kreeg bloedspuwingen en last met de ademhaling. Mannen werden zelfs onvruchtbaar en vrouwen kregen miskramen. Loodvergiftiging veroorzaakt bovendien kanker en heel wat werknemers stierven dan ook vroegtijdig.

Hoe men dat probleem in het begin van de 19e eeuw trachtte aan te pakken vertel ik een volgende keer.

Foto : industriemuseum Gent