De kunst van het drukken

16 / Inkt en water

Halfweg de jaren zeventig schakelden drukkerijen massaal over van de klassieke hoogdrukmethode naar het moderne offset-procedé. De oude typopersen werden vervangen door nieuwe offsetpersen en de letterzetterijen met loden letters gingen op de schop.
De offsetmethode was revolutionair, maar was niet nieuw. Bijna tweehonderd jaar eerder had men al het principe van water en vet die elkaar afstoten, toegepast bij de lithografie ofwel steendruk (zie deel 12).

In de moderne versie verving men de stenen waarop het te drukken beeld werd aangebracht, door flexibele aluminium platen. De platen werden voorzien van een lichtgevoelige emulsie, zoals bij fotopapier. De te drukken beelden of pagina’s, die in de lay-out of pre-press afdeling waren voorbereid, werden op de plaat belicht en daarna werd de plaat ontwikkeld en gefixeerd, zoals men dat ook bij foto’s doet.

Een offset-plaat, na belichting en ontwikkeling, klaar voor de pers

De aluminium plaat werd dan op de pers omheen een draaiende cilinder gewikkeld en vastgemaakt. Dat kon op een handige manier gebeuren en ging bijna vanzelf.

Bij het offset-procedé moest ervoor worden gezorgd dat de plaat niet alleen werd geïnkt, maar ook werd nat gemaakt. De delen op de plaat waar het fotografisch verkregen beeld stond, hadden de eigenschap om de inkt vast te houden. De delen waar geen beeld stond moest worden bedekt met een laagje water, zodat de inkt niet kon uitvloeien. Een offsetpers moest dus niet alleen voorzien zijn van inktrollen, maar ook van waterrollen. Terwijl de plaat rond draaide op de cilinder werd ze eerst met water bevochtigd en vervolgens van inkt voorzien.

Het beeld op de plaat werd vervolgens overgezet op een tweede cilinder die met een rubberen doek was bekleed. Op de rubber stond dan het drukwerk in spiegelbeeld. De rubbercilinder zette dan het beeld terug over op papier. Onder het papier draaide nog een derde cilinder die voor tegendruk zorgde. Zo verkreeg men een perfecte afdruk.

De offset-techniek bleek voor de drukkerswereld het ei van Columbus te zijn. Want deze nieuwe vlakdruk techniek schiep heel wat nieuwe mogelijkheden. Zo werd het, dankzij de offset-techniek, ook mogelijk om kleurenfoto’s af te drukken. Maar daar kwam vooraf nog een andere, gloednieuwe, techniek bij kijken. Namelijk de quadrichromie of het principe van de vierkleurenselectie. Maar ook deze techniek bouwde verder op een systeem die reeds honderd jaar eerder was uitgevonden : die van de rasterpunten.