De bel aan de Schelde.

Ik loop op deze blog wat achter op de tijd. Het is ondertussen al een maand geleden, we zaten toen nog volop in sneeuw, dat mijn vrouw en ik op de begraafplaats van haar geboortedorp Wichelen waren. Die begraafplaats is mooi gelegen aan de oevers van de Schelde. Daarachter ligt een natuurgebied, de Bergenmeersen genaamd, dat dienst doet als overstromingsgebied. Meer info daarover kan je lezen op de blog van Willy.
We gingen die dag een kijkje nemen aan de oever van de Schelde.

Hier begon het jaagpad dat tussen de Schelde en de Bergenmeersen loopt.

Hier begint een mooie natuurwandelroute langs schorren en slikken. Maar er waaide een ijzige noordpoolwind over deze vlakte, die niet uitnodigde om op wandel te gaan.

Hier vonden we ook het begin van het vlonderpad dat wandelaars doorheen de Bergenmeersen leidt, maar nu ondergesneeuwd lag. Het geheel zag er nogal glibberig uit en daarom waagden we ons niet verder.

Een wandeling door de Bergenmeersen zat er voor ons die dag niet in. We vertrokken terug uit Wichelen, maar waren vast besloten om, van zodra het lente werd, terug te keren om dit mooie natuurgebied wat beter te verkennen. We konden toen nog niet vermoeden dat de lente niet lang meer op zich zou laten wachten en dat wij hier vlugger zouden terug zijn dan verwacht.

Op weg van Wichelen naar huis, hielden wij nog eens halt in het centrum van Schellebelle en parkeerden onze auto aan het café “Het Veer”.

“Schellebelle”, een naam die klinkt als een klok, zou betekenen “bocht in de Schelde”, al is deze verklaring niet wetenschappelijk onderbouwd. We wilden graag een kijkje gaan nemen aan het veerpont van Schellebelle, dat achter dit café lag. We wandelden tot bij de aanloopsteiger naar de veerboot, waar nog steeds de blauwe bel hangt die je kan luiden als je de veerman wil roepen.

Het veer van Schellebelle is een van de oudste overzetten aan de Schelde. Het veer zou aan het begin van de 13e eeuw ontstaan zijn nadat de Scheldeloop gewijzigd was. Tot 1950 werd er gebruikgemaakt van een houten kettingpont. Thans gebeurt de overzet met een comfortabele veerboot. Ook bij deze koude wintertemperaturen voer de veerboot voortdurend over en weer om wandelaars van de ene oever naar de andere te brengen.

Wij bleven echter aan onze kant. Terug bij de auto maakte ik in het dorpscentrum nog een foto van “het roephuisje”, in de volksmond “het kot” genoemd. Dit piepkleine gebouwtje staat hier reeds sinds mensenheugenis, wellicht van in de 17e eeuw. Het diende oorspronkelijk als roephuisje, waar de veldwachter of sjampetter vanonder het afdakje de proclamaties van de gemeente luidkeels verkondigde aan al die het wou horen. “Het kot”zou ook nog dienst hebben gedaan als “cachot” waar geboefte of dronkenlappen zo nu en dan een nachtje mochten doorbrengen.

Winterse Brielmeersen. (2/2)

Ik was op wandel in de “Brielmeersen” van Deinze. De zitbanken waren er bedekt met een laagje bevroren sneeuw. Even uitrusten op een bankje zat er dus niet in, tenzij je met een natte broek wou verder wandelen.
Enkele ooievaars in het park waren ofwel reeds terug van hun reis naar het zuiden, ofwel bleven ze liever hier overwinteren. Gelukkig hebben de vogels zwarte staartveren, anders kon je ze nauwelijks zien lopen in de sneeuw.

Van hieruit begaf ik mij naar een ander parkgedeelte om nog wat meer winterse taferelen vast te leggen.
(Sommige foto’s zijn aanklikbaar voor een groter formaat)

Een mintractor met een karretje er achteraan reed rond in het domein en bestrooide de wandelpaden met verse gehakselde boomschors, wat het wandelen een stuk minder glibberig maakte. Al viel de glibberigheid van de paden in het park eigenlijk best mee. Ze zagen er gevaarlijker uit dan ze waren.

Ik heb genoten van mijn winterse wandeling door de Brielmeersen. Intussen behoren deze wintertaferelen alweer tot het verleden. Nu maar wachten op de lente om nog eens terug te keren. Volgens de weerman zouden we komend weekend het lentegevoel al een beetje voelen kriebelen.

Winterse Brielmeersen. (1/2)

Sneeuw en ijs lokken een mens naar buiten. De dag na mijn berekoude wandeling aan de Kattebeek, trotseerde ik toch nog eens de vrieskou en ging ik weer op wandel. Maar dit keer straalde de zon aan een helderblauwe lucht, wat echter qua temperatuur niet zoveel uitmaakte, het was nog steeds barkoud.
Ik ging wandelen in ons provinciaal domein “de Brielmeersen”, omdat het al veel te lang geleden was dat ik er nog was geweest.
Fotorantje heeft in dit park haar thuisbasis en maakt hier de mooiste close-ups van eekhoorntjes, blauwe reigers en andere pluimige beestjes. Daar ben ik niet zo goed in, dus beperk ik mij tot enkele sfeerbeelden. Het domein was die dag getooid in haar mooiste winterkleed.

Volgende keer wandelen we nog wat verder en verkennen we een ander gedeelte van de Brielmeersen.

Berekoud aan de Kattebeek.

De winter heeft ons stevig in zijn greep deze week. Hier bij ons, in de Leiestreek, kregen we maar een dun laagje sneeuw. Maar het is zoals overal in het land, ook hier berekoud.
Bij glibberige temperaturen ga ik zelden wandelen of fietsen, uit schrik om te vallen, iets wat mijn kaduke rug niet ten goede zou komen. Maar maandag maakte ik toch een voorzichtige wandeling langs de Kattebeek.

De Kattebeek kronkelt zich sinds mensenheugenis door onze gemeente, waarschijnlijk reeds in de tijd dat de dino’s hier nog rondliepen. Op sommige plaatsen is de beek thans overwelfd, maar achter onze woonwijk ligt ze open en bloot en maandag lag ze er vooral kouwelijk bij. Van bij me thuis volgde ik een eind de Kattebeek langs de aangelegde wandelpaden. Het water in de beek stond vrij hoog en er zat een sterke stroming op, waardoor de beek niet gauw kan dichtvriezen.
Hoewel ik me goed ingeduffeld had sneed de ijzige wind, die volgens mij rechtstreeks vanuit de noordpool kwam, dwars door me heen.

Soms waagde ik me op het bevroren terrein langsheen de beek om enkele kiekjes te maken, maar meestal bleef ik veilig op het sneeuw- en ijsvrij gemaakt wandelpad, waar ik minder kans had op een ongelukkige valpartij.

Er waren nog enkele moedige wandelaars die op deze ijzige maandagochtend de weergoden trotseerden, maar aangekomen bij het brugje hield ik het voor bekeken. De kou was niet te harden. Ik keerde op mijn stappen terug en haastte me naar huis toe. Ik besloot om dit soort diepvries-wandelingen in het vervolg over te laten aan de eskimo’s.

# Throwback / 1

In mijn fotoarchief steken foto’s die ik jaren geleden heb genomen en ooit wel eens op m’n blog heb gepost. Maar de blogs van toen zijn nu verdwenen en daarom lijkt het me leuk om af en toe eens terug te keren in de tijd en een aantal foto’s van vroeger uit de archiefmap te halen en terug een plekje te geven op deze blog. 
Zoiets als throwback thursday dus.

Winter van weleer

Voor deze terugblik keer ik terug naar de winter van 2007. Toen waren de winters nog van een ander kaliber dan nu. Ik was op een ochtend in december op stap langs de Oude Leie in Astene. In de vriesnacht ervoor had zich rijm gevormd, wat voor een feeëriek landschap zorgde.

De Oude Leie was bijna helemaal dichtgevroren, iets wat we sindsdien niet zo vaak meer gezien hebben.

Maar echt mooi werd het pas aan de Maaigemdijk.

Ook de velden en dreven langs de Maaigemdijk lagen er als juwelen te schitteren in de winterzon.

Ik wandelde de hele Maaigemdijk af tot aan Astene Sas. De “nieuwe” Leie lag er aan het sas nog ijsvrij bij, maar daardoor niet minder winters mooi.

Kouwelijke akkers.

Vorige zaterdag trotseerde ik de barre vrieskou en baande ik me een weg door de mist voor mijn wekelijkse ochtendwandeling. Ik volgde de kattebeek en bevond me, niet zover van huis, op de boerenbuiten. Het was intussen halfweg in de voormiddag, de winterzon deed nog steeds haar best om de mist te verdrijven, maar slaagde daar maar moeizaam in.

Het povere zonlicht zorgde af en toe voor een vreemde rozige gloed in de lucht.

Ik vervolgde mijn weg langs akkers en velden die er kouwelijk bijlagen.

De zon had nog wel wat werk voor de boeg om de mist helemaal op te ruimen. Mijn handen deden pijn van de kou. Door artrose kan ik maar moeilijk kou verdragen en daarom trok ik mijn thermisch isolerende duimwanten aan. Die zijn lekker warm, maar erg onhandig als je wil fotograferen. Dus stopte ik, na dit laatste kiekje, mijn fototoestel maar terug in z’n tas. Niet erg, ik was toch bijna aan het einde van mijn wandellus gekomen.

Toen ik thuiskwam zag ik, voor ik naar binnen ging, door het keukenraam Vrouwtjelief achter het fornuis staan. Ik snoof de geur op van verse groentensoep. Een tas warme soep, dat was net wat ik nodig had.