Van het belfort naar het begijnhof.

Van de Broeltorens en de Leiekaaien in Kortrijk wandelden we naar de Grote markt met het belfort, het oorlogsmonument en het 18de eeuwse stadhuis.

De oorspronkelijke belforttoren dateert nog uit de tijd van de Bourgondische hertogen, maar werd intussen al herhaalde keren verbouwd.

We wandelden verder in de richting van het begijnhof. Onderweg vielen ons nog enkele fraaie gevels op.

En zo kwamen we bij het Sint-Elisabethbegijnhof.

Het begijnhof werd in 1238 gesticht door Johanna van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Zeeland. De stichteres werd vereeuwigd in een standbeeld dat je meteen bij het betreden van het begijnhof ziet staan.

Het begijnhof telt 41 huisjes uit de 17 de eeuw. Het hele begijnhof is opgenomen op de lijst van werelderfgoed van de Unesco.

Een jonge kunstenares zat ingeduffeld op een bankje vlijtig te tekenen.

Wij hadden plots trek in koffie. En het toeval wou dat één van de begijnenhuisje was omgebouwd tot een gezellig koffiehuis. De strenge corona-maatregelen waren nog niet van kracht en zoals het bordje aan de deur aangaf, was het koffiehuis gewoon open.

Na de koffie wandelen we nog wat verder.

In de ban van de hertogin / 6

De Madonna

Veertien dagen lang heeft Maria van Bourgondië op haar bed gelegen in het Prinsenhof van Brugge, doodziek en naar adem snakkend, terwijl ze ondraaglijke pijn doorstond. Niemand wist wat er aan de hand was.
In 1979 bracht een pathologisch onderzoek aan het licht dat ze, bij de val van haar paard, haar beide polsen en drie ribben had gebroken. Waarschijnlijk had één van die gebroken ribben haar longen geperforeerd en een dodelijke longinfectie veroorzaakt.
In 1482 kon men alleen maar machteloos toekijken. Ten einde raad ging in Brugge een processie uit met de relikwie van het Heilig Bloed. Na de processie werd de relikwie naast het bed van de lijdende hertogin geplaatst. Het bracht geen soelaas. Maria voelde haar laatste krachten wegvloeien. Ze nam afscheid van haar man Maximiliaan van Oostenrijk en riep haar drie kinderen, Filips, Margaretha en Francis, bij zich voor een laatste knuffel. Op 27 maart 1482 sloot ze voorgoed de ogen. Ze werd amper vijventwintig jaar oud.
Haar lichaam werd gebalsemd en op een praalbed gelegd. Gedurende drie dagen schoven mensen van heinde en ver aan om haar een laatste groet te brengen. Onder het luiden van alle Brugse klokken werd ze ten grave gedragen naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge, waar ze nu nog altijd rust.

Wij waren naar binnen gegaan in de Onze-Lieve-vrouwekerk van Brugge, waar het koel, stil en rustig was. Er waren in deze corona-tijden niet zoveel toeristen als anders. We liepen door het middenschip met het doksaal en bewonderden onder meer de prachtige biechtstoel uit de 18 de eeuw.

In deze zijkapel, waar een indrukwekkende kruisweg was opgesteld, konden we helaas niet naar binnen. Het was afgesloten met een dik touw en ik kon enkel vanaf de ingang een foto maken.

Maar ook in het middenschip van de kerk viel heel wat middeleeuwse kunst te bewonderen.

In de Noordelijke zijbeuk van de kerk merkten we enkele fresco’s op, die bij een restauratie van de kerk werden blootgelegd. Deze muurschilderingen zouden dateren uit de 14 de en 15 de eeuw.

Eén van de pronkstukken van deze kerk is ongetwijfeld het marmeren beeld “Madonna met kind” gebeeldhouwd door niemand minder dan Michelangelo.
Het beeld, dat centraal in het midden van een barok altaar staat, was oorspronkelijk bedoeld voor het altaar van de Dom van Sienna in Italië. Het werd echter in 1514 aangekocht door de Brugse koopman Jan Van Moeskroen en aan deze kerk geschonken. Voor zover bekend is dit het enige beeldhouwwerk van Michelangelo dat Italië verliet terwijl de kunstenaar nog leefde.

Maar wij waren niet naar hier gekomen voor de Madonna van Michelangelo. Wij wilden vooral het graf van Maria van Bourgondië bezoeken. En dat graf is niet zomaar een gewoon graf.

(wordt vervolgd)

In de ban van de hertogin / 5

In Brugge

Het was op een prachtige zomerdag dat wij in Brugge aankwamen. De zon scheen uitbundig aan de blauwe hemel en deed weinig moeite om zich te verstoppen achter enkele onschuldige wolken.

De dag ervoor waren wij in het bos van Wijnendale geweest, waar op 13 maart 1482 Maria van Bourgondië, samen met haar paard op ongelukkige wijze ten val kwam, waardoor het dier bovenop haar terecht kwam. Levensgevaarlijk gewond werd Maria in allerijl naar Brugge werd gebracht, naar haar residentie in het Brugse Prinsenhof (niet te verwarren met het Prinsenhof van Gent).
Zo zag het Prinsenhof van Brugge er toen uit.

Het Prinsenhof in Brugge in de 15e eeuw. Afbeelding uit de Flandria Illustrata van Antonius Sanderius (1641)

Het was op een kille winterdag dat Maria van Bourgondië, lijkbleek en kermend van de pijn, op een draagbed dat tussen twee paarden was gespannen, het Prinsenhof werd binnengebracht. Ze werd door haar paniekerig entourage onmiddellijk naar haar privé-vertrekken gedragen en in bed gelegd. Een geneesheer werd erbij geroepen, maar die kon met zijn gebrekkige kennis en middelen alleen maar vaststellen dat Maria onnoemelijk veel pijn had.
Nonnetjes uit een naburig klooster en een deel van haar hofhouding verzamelden zich rond haar bed en begonnen te bidden voor haar heil en genezing.

Wij gingen niet naar het Prinsenhof omdat het Prinsenhof in Brugge niet meer bestaat. Op de plaats waar ooit het Prinsenhof stond staat nu een viersterrenhotel Dukes’ Palace, dat verder niets meer met Maria van Bourgondië te maken heeft.
In de zomer van 2019 maakt ik met m’n vrouw een avondlijke wandeling in Brugge en ik heb toen toevallig een foto van het hotel gemaakt.

Maar die dag wandelden wij in de richting van het Gruuthusemuseum en het Arentshuis. Op het pleintje achter het Gruuthusemuseum hoeft men, net zoals op veel plaatsen in Brugge, geen moeite te doen om zich in de middeleeuwen te wanen.

We gingen ook een kijkje nemen op het brugje aan Oud Sint-Jan, het middeleeuws hospitaal. Het kleine gebouwtje met het kapje, in de hoek, was het lijkenhuisje. Hier werden in de middeleeuwen de lijken met een bootje afgehaald en naar de begraafplaats gebracht.
Tegenwoordig doet hospitaal Oud Sint-Jan dienst als congrescentrum.

Naast het Gruuthusemuseum staat de enorme toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Met z’n 115 meter is het het de op één na hoogste bakstenen toren ter wereld. De Onze-Lieve-Vrouwekerk was onze feitelijke bestemming van die dag. Want in deze kerk is Maria van Bourgondië nog steeds aanwezig.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij
Wikipedia
Illustraties : Wikimedia Commons (publiek domein)

In de ban van de hertogin / 4

De boskapel

Wij bevonden ons in het bos van Wijnendale, net zoals Maria van Bourgondië en haar gevolg deden op die bewuste 13e maart 1482. Wij waren niet op jacht en reden ook niet te paard, zoals zij, maar stapten gewoon te voet door de lange dreven tussen stoere, oude zomereiken. De wandelpaden die het bos doorkruisen waren breed en geasfalteerd, maar het ruiterpad dat Maria destijds volgde lag er wellicht lang niet zo geëffend bij.

We wandelden een eind het bos in en na een hele tijd, toen we weer dichter in de buurt van het kasteel waren, kwamen we voorbij een begroeide heuvel, waaronder zich een ijskelder bevond. Een uitgesleten trap leidde naar de toegang tot de ijskelder.
Ik kreeg het ongelukkig idee om de trap te beklauteren. Dat had ik beter niet gedaan. De treden van de trap lagen wel een halve meter uit elkaar, waren glibberig en helden af naar beneden. Bovendien was de trap aan beide zijden afgebakend met prikkeldraad. Je kon je dus nergens aan vasthouden.
Mijn acrobatische talenten zijn bovendien niet meer wat ze geweest zijn. De trap bestijgen ging nog net, maar de trap afdalen bleek een hachelijke onderneming en even vreesde ik dat ik het nooit zou halen, maar het lukte me toch om zonder kleerscheuren terug beneden te komen.

Een beetje van ons melk gebracht vervolgden we onze tocht. Nauwelijks honderd meter verderop zagen we plots het kapelletje staan.
Vaak wordt dit boskapelletje aangeduid als de plaats waar Maria van Bourgondië van haar paard is gevallen en er wordt soms beweerd dat dit kapelletje ter hare gedachtenis hier is gebouwd. Maar dat klopt niet helemaal. Toen Maria van Bourgondië in dit bos op jacht was stond hier reeds een kapelletje, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Aan het kapelletje zijn talrijke volkslegendes verbonden.

De huidige kapel dateert van omstreeks 1770 en is als beschermd monument nog steeds een bedevaartsoord.

Volgens kroniekschrijvers uit de Bourgondische tijd, was het wel vlakbij het boskapelletje dat Maria van Bourgondië ongelukkig ten val kwam.

Tijdens de jacht zag Maria plots een reiger aan de overkant van een sloot, nabij de boskapel. Ze gaf haar paard de sporen en maande het aan om over de sloot te springen. Normaal vormde dat voor een ervaren amazone, zoals Maria, geen enkel probleem. Maar bij het neerkomen struikelde het paard over een boomstronk die uit de bevroren grond stak. Het paard gleed uit en viel. Ongelukkigerwijs kwam het dier bovenop haar terecht, met zijn volle gewicht op haar rechterzijde.
Haar man Maximiliaan en haar hele gevolg kwamen op haar toegeschoten, maar Maria was ondertussen weer overeind gekrabbeld. Ze klaagde niet en was schijnbaar ongedeerd. Zij liet zich weer in het zadel lichten en het gezelschap reed terug naar het kasteel. Maar toen Maria daar van haar paard stapte zeeg ze in elkaar. Iedereen was danig geschrokken en begreep meteen dat de toestand ernstig was. Maria werd, lijkbleek en kreunend van de pijn, op een draagbaar tussen twee paarden gelegd en in allerijl teruggebracht naar het Prinsenhof in Brugge, waar zij en Maximiliaan op dat ogenblik resideerden.

Wij konden hier in Wijnendale verder niet veel meer aanvangen. We wandelden terug naar de parking bij het kasteel, waar de auto stond en we lieten het kasteel van Wijnendale achter ons. We zouden de volgende dag naar Brugge rijden, de hertogin achterna.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij
Brugseommeland.be
Illustraties : Wikimedia Commons (publiek domein)

Een dorp ten voeten uit. (7/8)

We waren nog steeds de wandelzoektocht aan het doen in het Leiedorp Machelen. Het routeplan had ons naar de rand van het dorp gebracht. Op het kruispunt van de Molenkouterstraat met de Donkerstraat staat een kapelletje waar een geschiedenis aan verbonden is.
Dit kapelletje werd gebouwd in 1876. Het maakte toen deel uit van de molenaarswoning met daarbij behorend een houten staakmolen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog haalden de Duitse bezetters het in hun hoofd om hier een vliegveld aan te leggen. Daarvoor moesten de houten staakmolen en molenaarswoning verdwijnen. Alles werd met de grond gelijk gemaakt, alleen het kapelletje bleef gespaard.
Van het vliegveld is, voor zover ik weet, uiteindelijk niet veel terecht gekomen. Daar is in elk geval geen spoor meer van terug te vinden. Maar het kapelletje is gebleven en werd in 2014 helemaal gerestaureerd.

Het deurtje van het kapelletje stond open, dus kon ik het niet laten om even binnen te piepen.

Het laatste gedeelte van de wandelzoektocht was in afstand ook het langste gedeelte. De organisatoren hadden ervoor gezorgd dat wij nog eens flink de benen konden strekken.
Aanvankelijk leidde dit laatste stuk voornamelijk door de woonwijken aan de rand van het dorp.

Maar uiteindelijk kwamen we op de boerenbuiten terecht.

De route kwam uit bij de spoorwegbedding. Treinen denderen hier tussen Gent en Kortrijk voorbij.

En zo kwamen we bij de overweg aan de herberg “De Avonden”. Dit café werd zo genoemd naar de bekendste roman van Gerard Reve.
Gerard Reve was een belangrijk Nederlandse schrijver uit Amsterdam, die na een aantal omzwervingen door Frankrijk, in 1993 hier in Machelen neerstreek, samen met zijn levenspartner Joop Schafthuizen, en hier ook bleef wonen tot aan zijn dood in 2006.

Maar behalve de titel van het boek, heeft het café verder niet veel met Gerard Reve te maken. Toch heeft ook deze herberg een bijzondere geschiedenis. Het café is ondergebracht in het vroegere stationsgebouw van Machelen.
Op 20 augustus 1917, stipt om 9 uur ’s ochtends, stapte hier niemand minder dan de Duitse keizer Wilhelm II van de trein. Er zijn toen een aantal foto’s genomen die dat bewijzen. De keizer werd in Machelen verwelkomt door Friedrich Sixt von Armin, opperbevelhebber van het Duitse 4e leger.
Enkele maanden later, op 23 december 1917, kwam de Duitse keizer nog een tweede keer op bezoek in Machelen en schouwde er toen zelfs de troepen.

Herberg “De Avonden” mag dus een historische plaats genoemd worden. Aan het café sloegen wij de hoek om en wandelden we de Posthoornstraat in, die ons terug naar het dorpscentrum zou leiden.

Wat verder, in huis nummer elf, dat een beetje achteruit verscholen staat tussen bomen en sparren en een ietwat verwilderde voortuin, woonde Gerard Reve. Hij leidde hier, samen met Joop Schafthuizen, een teruggetrokken bestaan. Gerard Reve schreef in zijn boeken onverbloemd over de homoseksuele liefde en in het dorp werd gefluisterd dat er in dit huis buitensporige dingen gebeurden.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (4/8)

We hadden onze hoop gevestigd op Sint-Cornelius, ervan overtuigd dat hij ons kon helpen bij onze wandelzoektocht in Machelen en met de moeilijke quizvragen die ermee gepaard gingen. Maar het bleek dat we aan de heilige man ook niet veel hadden.
We verlieten dan maar de kerk langs de pittoreske oude trap, achteraan het kerkhof en kwamen zo op het plein aan de Leie terecht, dat heel toepasselijk het Leieplein heet.

De kerk van Machelen is schilderachtig gelegen aan de Leie. Maar aan de waterkant stonden extra terrassen opgesteld om de plaatselijke horeca de kans te geven een centje bij te verdienen in deze moeilijke corona tijden.
Maar de terrassen stonden in de weg om een foto te nemen van de kerk aan het water. Daarom heb ik, ter illustratie, een foto uit mijn archief opgediept. De foto dateert van 2009 en nam ik op een mooie, maar frisse lenteochtend.

Maar die namiddag was het heerlijk wandelweer. Zo’n twintig graden en afwisselend bewolkt en zonnig. Heel wat anders dus dan de tropische temperaturen die we nu meemaken.
We hadden er zin in en we maakten zelfs een ommetje langsheen de andere kant van de kerkhofmuur, waar op een privaat terrein ernaast een molensteen stond.

Deze kant van de muur omheen het kerkhof lijkt minder oud, maar is toch ook al behoorlijk oud. Honderdtwintig jaar geleden schilderde Emile Claus op deze plek “de communicanten“.

We keerden terug naar het Leieplein omdat we daar nog een stukje van de fotopuzzel dachten te vinden. Er staat een huis waarvan de rolluiken bijna altijd naar beneden zijn. Ik denk zelfs dat het niet meer bewoond is. Het is nochtans een mooi huis, maar ik kon er verder geen informatie over vinden.
Ook voor wat de fotopuzzel betreft zaten we hier op een verkeerd spoor.

Op de hoek van het Leieplein met de Karperstraat stond een groot bord dat uitnodigde om deel te nemen aan de zomerzoektocht in het dorp. Da’s waar wij mee bezig waren. Het gedeelte van de zoektocht die voor kinderen is bestemd en waarbij langs het parcours allerlei verstopte stripfiguurtjes moeten worden gezocht, sloegen wij over. Veel te moeilijk voor ons.

(wordt vervolgd)