Een Latemse wandeling. (2/5)

Eind februari waren wij op wandel in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar we de Albijn Van den Abeele route volgden. Wij waren aangekomen op het dorpsplein en het eerste wat ons daar opviel was het bronzen borstbeeld voor het gemeentehuis van schrijver/dichter Karel van de Woestijne.

Het hele dorp ademt kunst en je vind dan ook in Sint-Martens-latem heel wat kunstgalerijen.

Verder op het dorpsplein staat de Sint-Martinuskerk. Een prachtig wit kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de 12e eeuw maar aan het einde van de 19e eeuw grondig werd verbouwd.

Op verscheidene werken van Latemse kunstenaars is het kerkje te zien, zoals op dit schilderij van Xavier De Cock uit 1890.

Overtocht van het Veer (Xavier De Cock)

We gingen een kijkje nemen op het stemmige kerkhof rondom de kerk.

Daar vonden wij in een ietwat verloren hoek het graf van George Minne. Op zijn graf staat een beeld van zijn hand uit 1930 (Moeder en kind). Het bekendste werk van George Minne is “de fontein der geknielden“,

De fontein der geknielden

Ook Albijn Van den Abeele ligt begraven op dit kerkhof, maar we konden zijn graf niet vinden. We zagen het op een of andere manier over het hoofd. Na tweemaal op het kerkhof tevergeefs over en weer te zijn gewandeld gaven we het op en zetten we dan maar onze tocht verder.
Via een poortje achter het kerkhof bereikten we weer een ander straatje…

… dat leidde naar het “Tempelhof”.

Deze prachtige villa, pittoresk gelegen aan de oevers van de Leie, lijkt nog niet zo oud maar is dat wél. Het gerucht doet de ronde dat de ridders van de Orde der Tempeliers zich hier ooit zouden hebben gehuisvest, maar dat verhaal berust op een fabel. Toch is het zo dat reeds in de 9e eeuw hier een omwalde hoeve stond, eigendom van de Heren van Nevele. Tweehonderd jaar later kwam het Tempelhof in het bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en van 1200 tot 1221 was burggravin Margaretha van Kortrijk de eigenares.
Daarna deed het huis lange tijd dienst als vierschaar waar middeleeuws recht werd gesproken.

In 1797 kwam het hof weer in privé bezit en werd het uitgebaat als landbouwbedrijf. In 1943 slaagden de laatste bewoners erin om het Tempelhof als monument te laten beschermen en zo van de sloop te redden. Het huis bleef bewoond tot 1990. Daarna werd het pand door de gemeente verworven en werd het grondig gerestaureerd.
Nu doet deze villa dienst als cultuur- en ontmoetingscentrum.

De hoevevilla is schilderachtig gelegen aan de Leie. Onze wandelroute leidde ons naar de aanlegsteiger voor pleziervaartuigen, hier vlakbij.

(wordt vervolgd)

Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie & Schelde

Haar dorp aan de Schelde.

Deze week genieten we van zachte lentetemperaturen, terwijl we amper twee weken geleden nog bibberden in de sneeuw en vrieskou. Het was nog tijdens die ijs- en sneeuwdagen dat mijn vrouw en ik naar haar geboortedorp Wichelen reden. Dit dorp aan de Schelde ligt ongeveer halfweg tussen Wetteren en Dendermonde. Het was aan de kerk van Wichelen dat wij 37 jaar geleden afspraken om voor de allereerste keer samen uit te gaan.

We waren er in lange tijd niet meer geweest. We stelden vast dat men intussen in Wichelen zelfs een eigen muurschildering heeft.

We reden tot aan het “oud gemeentehuis” van Wichelen. Het gebouw dateert van 1682 en staat sinds 1945 geklasseerd als beschermd monument. Vermoedelijk kwam het huis aan het einde van de 18e eeuw in het bezit van de gemeente en diende het tot 1955 als gemeentehuis. Daarna werd het voornamelijk gebruikt voor ceremoniële plechtigheden. In de jaren ’70 werd het grondig gerestaureerd.

Onder de dubbele trap bevindt zich een deurtje. Achter dat deurtje zat tweehonderd jaar geleden het “cachot”, waar men dronkenlappen in opsloot. In het huisje ernaast, links op de foto, woonde vroeger de “doodkistenmaker”.

In dit gemeentehuis zijn mijn vrouw en ik 35 jaar geleden getrouwd. Ik heb het even nagevraagd bij Wikipedia, wij vieren dit najaar onze “koralen bruiloft”. Ons huwelijk werd 35 jaar geleden bekrachtigd door burgemeester John Taylor. Da’s een Engelse naam voor een Vlaamse burgemeester, maar diens vader was een Engelsman die als soldaat tijdens de bevrijding alhier halsoverkop verliefd was geworden op een meisje uit Wichelen.
Ik had dus 35 jaar geleden hetzelfde aan de hand.

Vlakbij het oud gemeentehuis ligt de begraafplaats van Wichelen, waar mijn schoonvader zaliger reeds sinds 1988 begraven ligt. We gingen er een kijkje nemen. Een kerkhof in de sneeuw, het is weer eens wat anders.

De begraafplaats van Wichelen is mooi gelegen, langs de oevers van de Schelde. Aan de overkant van de Schelde liggen de “Bergenmeersen”, waarover ik onlangs een logje las en foto’s zag op de blog van Willy. De Bergenmeersen is een natuurgebied langs de Schelde, bestaande uit slikken en schorren dat dienst doet als overstromingsgebied.
Een toegang tot de Bergenmeersen bevond zich hier vlakbij. We wilden die meersen wel eens van iets dichterbij bekijken.

(wordt vervolgd)

In de ban van de hertogin / 12

De Gravenkapel


Maria van Bourgondië was de 29 ste in een lange rij graven en gravinnen van Vlaanderen, die er zijn geweest tussen het jaar 840 en het jaar 1830.
De eeuwig durende rivaliteit van het Bourgondisch hof met het Franse koningshuis beheerste ook haar regeerperiode. En daarnaast bezorgden opstandige steden zoals Brugge en Gent haar kopzorgen. Ze bevond zich vaak tussen twee vuren en hoewel ze niet oorlogsgezind was, kon ze niet beletten dat ook haar eigen echtgenoot meestal ver weg was van huis om ergens op een slagveld de talrijke vijanden te verslaan.

De “Gravenkapel” in Kortrijk is uniek in zijn soort omdat de muren van deze kapel niet gedecoreerd zijn met religieuze figuren, maar met 51 nissen, waarin alle graven van Vlaanderen uit de geschiedenis zijn afgebeeld.
Tussen alle stoere krijgsheren en edellieden, heeft ook Maria van Bourgondië, aan de zijde van haar gemaal, er een plaats gekregen.


We keken ietwat verbaasd om ons heen toen wij de Gravenkapel in Kortrijk betraden. Op de muren van de kapel ware rondom smalle nissen aangebracht , waarin telkens een afbeelding van een graaf van Vlaanderen was geschilderd, al dan niet vergezeld van zijn eega, te beginnen bij Boudewijn met de ijzeren arm (die in het jaar 840 de allereerste graaf van Vlaanderen werd).

Geen afbeeldingen van religieuze figuren in deze kapel, maar wel van wereldse leiders. De eerste portretten werden vervaardigd omstreeks 1374 in opdracht van Lodewijk van Male door ene Jan van der Asselt. Vanaf 1407 werd het werk verder gezet door Melchior Broederlam.
Later in de geschiedenis kwamen er steeds nissen bij.

We schreden eerbiedig door deze grafelijke kapel tot bij het prachtige altaar.

We waren volledig omringd door stoere krijgsheren en hier en daar ook een edele jonkvrouw.

Tussen de hele reeks ontwaarde ik ook de Bourgondische hertogen en algauw viel mijn oog op het paneel met Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk.

Wat ons eveneens opviel in deze kapel waren de “zwikken” boven de spitsbogen. In de architectuur wordt het hoekstuk tussen een cirkel en een rechthoekige omlijsting een “zwik” genoemd. In deze kapel zijn er 102 van deze zwikken. Ze bevatten telkens gebeeldhouwde scènes in reliëf die zowel religieuze als wereldse taferelen uitbeelden. De zwikken dateren uit 1371-1372 en is de oudste beeldenreeks uit de lage landen. Ze vormen een uniek patrimonium waarover door de Koninklijke geschied- en oudheidkundige kring van Kortrijk een grondige studie werd uitgebracht.

In het jaar 1370 liet Lodewijk van Male, de toenmalige graaf van Vlaanderen, de Gravenkapel bouwen, tegenaan de bestaande kerk. Hij droeg de kapel op aan de heilige Catharina, die op zijn geboortedatum haar naamdag had. Van de kapel wou hij zijn persoonlijk mausoleum maken. Maar zover is het nooit gekomen.
In 1382, na de verwoestende slag bij Westrozebeke, werd de Gravenkapel door de Fransen geplunderd.
Vanaf 1410 werd alles weer in ere hersteld, maar toen was Lodewijk van Male al dood. Hij kwam om bij een steekgevecht in 1384 en werd uiteindelijk in Rijsel begraven.

Bij de ingang van de kapel staat een beeld in albast van de heilige Catharina. Het beeld dateert van 1374. De heilige Catharina heeft in haar linkerhand een rad en in haar rechterhand een zwaard. Deze attributen verwijzen naar haar marteldood.

Maar, zo vroeg ik me af, hoe waren de graven van Vlaanderen verzeild geraakt tussen de Bourgondische Hertogen ? Dat had volgens mijn vriend en historicus niet zozeer iets te maken met Lodewijk van Male, maar wel met zijn dochter Margaretha van Male.
Om dat uitgelegd te krijgen moeten we eerst een ommetje maken langs Gent. Dat doen we in de volgende (voorlopig laatste) aflevering van deze reeks.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :

In de ban van de hertogin / 11

Het grafelijk domein


Maria van Bourgondië droeg naast de titel van hertogin van Bourgondië ook nog 14 andere titels. Zo was zij eveneens gravin van Vlaanderen. Het graafschap Vlaanderen was immers ingelijfd bij het Bourgondische rijk.
Maria van Bourgondië was zelf opgegroeid in Gent en droeg daardoor het graafschap Vlaanderen in haar hart.
Het was overigens een woelige tijd waarin Maria van Bourgondië leefde. De lage landen waren verwikkeld in een politiek kluwen. Oorlogen en opstanden waren schering en inslag. Maria van Bourgondië was als hertogin enerzijds erg geliefd, maar had anderzijds ook vele vijanden.
Haar leven was helaas te kort om het tij te kunnen keren.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk is historisch omdat men na de slag in 1302 op het Kortrijkse Groeningenveld, de buitgemaakte “gulden sporen” van de ridders van het Franse leger, hier in deze kerk aan het plafond heeft opgehangen.
Na de slag bij Westrozebeke, tachtig jaar later, die desastreus afliep voor de Vlaamse ridders, werd de kerk geplunderd door de Fransen en verdwenen de “gulden sporen” spoorloos.
Maar wat nog steeds bijzonder is aan de kerk is de aangebouwde Gravenkapel, waar de hele middeleeuwse geschiedenis van Vlaanderen samenkomt.


De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk met rechts de Gravenkapel

In onze zoektocht naar sporen die verwijzen naar het leven van Maria van Bourgondië, reden wij vorig jaar naar Kortrijk. Nadat we er een bezoek hadden gebracht aan het begijnhof, wandelden we over de brug bij de Broeltorens, tot aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Deze kerk lag in de middeleeuwen binnen het omwalde grafelijk domein van Kortrijk.

De kerk heeft meerdere historische achtergronden. Zo is dichter Guido Gezelle van 1872 tot 1889 hier onderpastoor geweest.

Het huidig uitzicht en interieur van de kerk dateert van na de restauraties die pas in 1961 werden gestart, nadat de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar was beschadigd.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk is zeker een bezoekje waard, maar het was vooral de “Gravenkapel” die ernaast lag, waar onze interesse die dag naar uitging. Wij hoopten daar een beter inzicht te krijgen in de manier waarop het graafschap Vlaanderen destijds vervlocht was geraakt met het hertogdom van Bourgondië.
Een lange gang leidde ons erheen.

Van zodra we de Gravenkapel betraden, waren we meteen onder de indruk van het merkwaardig interieur. Deze kapel ademt letterlijk geschiedenis.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :

Het Rosarium.

We hadden in de gemeente Dadizele een wandeling gemaakt in het park “Het Torreke” en via de achterzijde van het kasteel van Mariënstede waren we bij de basiliek van Dadizele aangekomen. Een joekel van een basiliek zoals je zou verwachten in een stad zoals Brussel, Gent of Antwerpen, maar niet in een kleine gemeente in Zuid West-Vlaanderen.

We gingen eerst even langszij de kerk, onder een ijzeren boog door waarop in grote letters het woord “Rosarium” stond. Volgens Wikipedia is een Rosarium een tuin waarin de planten hoofdzakelijk uit rozen bestaan. Veel rozen zouden we eind november waarschijnlijk niet meer te zien krijgen, maar dat was ook niet de bedoeling, vermoed ik. Volgens de uitleg op een info-bord bij de ingang was dit een gebedspark rond de vijftien mysteries van de rozenkrans (of paternoster), uitgebeeld in evenveel kapelletjes en drie zuilen.
Verder stond er nog op het info-bord dat dit Rosarium zich bevond op de plaats waar vroeger de boomgaard van het kasteel van Dadizele was gelegen.

Mijn vrouw en ik zijn niet gelovig, maar we besloten om dit Rosarium toch met een bezoekje te vereren.
Het eerste wat we zagen waren een reeks vreemde kaders die aan lage muurtjes waren opgehangen. Het bleek een kunstwerk te zijn van ene Edward Maled. In ieder kader was een geboetseerd tafereel te zien waarin een legende van het dorp Dadizele werd uitgebeeld, met daaronder de bijhorende tekst.

En dan ging het pad langs vijftien kapelletjes waarin telkens een bijbels tafereel werd uitgebeeld. In vijf kapelletjes kan men een blij tafereel zien, in vijf andere kapelletjes een droevig tafereel en in de laatste vijf kapelletjes is telkens een glorierijk tafereel te aanschouwen. Een emotioneel parcours, als je het mij vraagt.

En zo kwamen we vanzelf bij deze merkwaardige kapel. De ingang ervan leek aan de achterkant van de kapel te zitten.

Toen we bij de voorkant van de kapel kwamen werd het ons duidelijk. Dit was een openlucht-kapel. Hier kon men dus in de buitenlucht een mis opdragen. Dit alles kadert in een lange traditie. Reeds van in de middeleeuwen kwamen pelgrims op bedevaart naar Dadizele.

Van hieruit hadden we een mooi zicht op de basiliek die aan de overkant van het Rosarium stond.

Het werd stilaan tijd om die basiliek eens van naderbij te gaan bekijken. En vooral om op zoek te gaan naar die mysterieuze Jan Van Dadizele.

Maar dat verhaal bewaar ik voor later. Binnenkort start ik op deze blog met het vervolg van het verslag over onze speurtocht naar sporen die verwijzen naar Maria van Bourgondië, die ik samen met mijn vriend en historicus Manu en met mijn echtgenote heb opgezet. Over een een aantal weken (dan zijn we al in het nieuwe jaar) begin ik daarmee.

Geraadpleegde bron : www.toerismedadizele.be

Nieuwe kasseien.

De “look” van deze website is een beetje veranderd omdat ik binnenkort enkele extra pagina’s aan de site wil toevoegen en ik het op die manier een beetje overzichtelijk wil houden. En ook wel omdat de graficus in mij het niet kan laten om af en toe aan de lay-out van z’n blog te sleutelen.

Maar hier op de blogpagina gaat alles gewoon verder zijn gangetje. We waren neergestreken in een gezellig koffiehuisje in het Sint-Elisabethbegijnhof van Kortrijk. Nadat we op corona-veilige wijze van onze koffie hadden genoten, gingen we een kijkje nemen in de begijnhofkapel, recht tegenover het koffiehuis. De kapel dateert van 1350 en bevat een mooie verzameling authentiek religieus erfgoedmateriaal. Tussen 2000 en 2003 werd de kapel gerestaureerd en opgenomen op de lijst van werelderfgoed van de Unesco.

Daarna stapten we ook eens binnen in het bezoekerscentrum aan de overkant. Het prachtige gebouw waarin het is ondergebracht werd in 2012 gerestaureerd.

In het bezoekerscentrum was een beperkte, maar toch interessante tentoonstelling opgesteld, onder de titel “Heilige, glorieuze wijven”.

Na het bezoekerscentrum dwaalden we nog wat rond in de smalle steegjes van het begijnhof. De meeste van deze pittoreske huisjes hebben intussen een nieuwe bestemming gekregen. Het laatste begijntje dat dit begijnhof bewoonde stierf in 2013.

Ver kwamen we niet meer. Ook hier in het begijnhof van Kortrijk had de restauratiekoorts toegeslagen. Men was her en der de kasseien aan het uitbreken. Waarschijnlijk zullen er weldra nieuwe kasseien worden aangelegd.

Voorlopig konden we niet meer verder. Maar dat was niet erg. Het begijnhof was niet de hoofdreden waarom we naar Kortrijk waren gekomen.
We hadden een ander doel, hier in Kortrijk. We waren namelijk nog steeds in de ban van de hertogin. We wilden in Kortrijk een plek bezoeken waar alle Graven van Vlaanderen die er zijn geweest tussen het jaar 840 en 1835, bijeen verzameld zijn. Maria van Bourgondië was één van hen.
Daarover vertel ik later meer in een tweede reeks over haar leven. Maar dat is nog niet voor meteen. Daar is nog wat werk aan, er moet nog een en ander worden uitgezocht en er zijn na Kortrijk nog wat plaatsen te bezoeken. Van zodra het corona-virus zich weer wat gedeisd houdt gaan we verder op zoek naar de hertogin.