Het archeologisch park. (2/2)

We hadden uiteindelijk de archeologische site van Ename bereikt, dat enkele honderden meters achter het provinciaal erfgoedcentrum ligt.
Hier stond ooit de Sint-Salvatorabdij van Ename.

Eerst stond er een burcht die de grens van het Heilig Roomse Rijk met Frankrijk moest beschermen. Maar in 1033 werd de burcht ingenomen door Boudewijn IV, de graaf van Vlaanderen. Diens zoon, Boudewijn V hervormde, op verzoek van zijn vrouw, het militair bolwerk tot een abdij ten bate van de benedictijnen orde.
In de eeuwen die daarop volgden vestigden boeren en werklieden zich rondom de abdij en werd de abdij in de streek het centrum van het leven.

Uit de “Flandria Illustrata” door Anonius Sanderius (1641)

Dat bleef zo tot 1794 wanneer de Franse revolutionairen de abdij lieten sluiten en afbreken. Later werden met de afgebroken stenen huizen gebouwd in Ename.

Het eerste archeologisch onderzoek op deze site werd reeds gedaan in 1946, wanneer de grondvesten van de abdijkerk werden blootgelegd.
Sinds 1982 zijn de opgravingswerken op systematische en grootschalige wijze hervat. Niet alleen de grondvesten van de abdij werden in kaart gebracht, maar ook de grondvesten van de oorspronkelijke burcht.

De rijke archeologische vonsten die op deze site werden gedaan worden bewaard in het Provinciaal Archeologisch Museum (PAM) in Ename. Men kan er ook een virtuele middeleeuwse rondwandeling maken in en rondom de abdij.

Een dorp in wit en blauw. (3/4)

De oorspronkelijke Parochiekerk Sint-Petrus-en-Paulus van Hansbeke dateerde van de 12e eeuw, maar werd in 1790 volledig herbouwd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk echter grotendeels verwoest, waardoor ze, in de jaren twintig van vorige eeuw, voor een tweede keer moest worden heropgebouwd.

Op het kerkplein staat een schandpaal uit vroegere tijden. Ik heb niet kunnen achterhalen voor hoever dit een origineel exemplaar is.
Aan de oostkant is tegenaan de kerk een boogvormig gewelf gebouwd met daarin een grafmonument van de adelijke familie Borluut.

Het voormalig kerkhof is verdwenen en vervangen door een gekasseid plein, afgezoomd met een muur en met prachtige leilinden.

Ik ging binnen in de kerk ook eens een kijkje nemen. Een verrassend mooie kerk met witgekalkte muren en heel veel lichtinval.

Naast en achter de kerk bevind zich een grasperk met daarin nog meer van deze mooie leilinden, netjes in een rij opgesteld. Reeds in de 18e eeuw werden deze leilinden aangepland en zijn nu geklasseerd en beschermd als monument.

Achter de kerk zette ik mijn verkenningstocht door het dorp van Hansbeke verder, op zoek naar nog meer vensterluiken of deuren in wit en blauw.

Erg lang hoefde ik daar niet naar te zoeken.

(wordt vervolgd)

Een dorp in wit en blauw. (2/4)

Ik was op wandel in Hansbeke, een deelgemeente van Nevele. Nadat ik even had binnen gegluurd in de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, stapte ik verder in de richting van het dorpscentrum. Aan het begin van de dorpskom merkte ik aan een zijgevel weer de typische wit-blauwe vensterluiken. Het huis is een gastenverblijf met bed & breakfast, waar een blauw-wit gestreepte deur toegang verschaft.

Aanpalend aan het gastenverblijf staan twee lage boerenarbeidershuisjes uit de 18e eeuw.

Deze arbeidershuisjes behoren tot de meest authentieke huisjes van het dorp en zijn sinds 1981 als monument beschermd.

Wat verder springt, aan de overkant van de straat, dit alleenstaand groot dubbelhuis in het oog, waaraan ook de witblauwe vensterluiken niet ontbreken.

Dit huis was oorspronkelijk een afspanning die reeds wordt vermeld in documenten uit 1648. Circa 1774 werd de afspanning omgebouwd tot “wethuijs” en van 1880 tot 1959 deed het dienst als postkantoor.
Momenteel is er ook in dit huis een restaurant in gevestigd.

Recht tegenover dat huis staat aan de overzijde van de straat de Sint-Petrus-en-Pauluskerk.

(wordt vervolgd)

Een dorp in wit en blauw. (1/4)

Ik keer nog even terug naar de laatste zondag van mei. Op die stralende, zomerse lentedag maakte ik een wandeling door het dorp van Hansbeke.

Hansbeke is een deelgemeente van Nevele en bij uitbreiding van Deinze, gelegen ten noord-westen van Gent, niet zover van het Schipdonkkanaal.
Het dorp is onder meer bekend omdat zanger Johan Verminnen er al ettelijke jaren woont. Maar het dorp heeft nog meer troeven. Zo staan er in het dorp enkele mooie en goed bewaarde kapelletjes, alsook enkele authentieke hoevetjes en arbeidershuisjes. Maar bovenal is het dorp bekend omwille van zijn witblauwe vensterluiken.
Aan de rand van het dorp kwam ik al een eerste kapelletje tegen. De kapel van Sint-Antonius Abt is dit. De deur van de kapel was helaas op slot.

Een beetje verder stond er al één. Een huis met witblauwe vensterluiken. Maar allereerst ging ik een kijkje nemen aan de overzijde van de straat, waar alweer een kapel stond.

Deze fraaie kapel werd gebouwd in 1848 door de kasteelheer van Hansbeke. De kapel is gewijd aan de heilige Philomena. Het fronton en en de deur zijn, zoals het hoort in dit dorp, afgewerkt in wit en blauw. Binnenin de kapel staat een beeld van de heilige Philomena, maar helaas was ook de deur van deze kapel op slot.
Philomena was een wonder- en weldoenster in de 18e eeuw, die reeds op 14-jarige leeftijd als martelares zou zijn gestorven. Al twijfelen historici eraan of het meisje ooit echt heeft bestaan.

Achter de kapel liep ik nog een eindje verder tot aan het “Neerhof van het kasteel”. In de 14e eeuw stond hier op een “motte” het oude kasteel van Hansbeke. Dat kasteel verdween reeds in de 17e eeuw, maar het neerhof dat bij het kasteel hoorde, “Het goed ’t Exaarde” genaamd, bleef staan.
Thans staat er nog een gedeeltelijk omgrachte hoeve uit de 18e eeuw, naar verluidt gebouwd op de grondvesten van het oude kasteel van Hansbeke.
Maar het zat me niet mee die dag. Vanachter het gesloten hek dat toegang verschaft tot het neerhof was er niet zoveel te zien.

Vanaf het veld dat ernaast lag kon ik tussen de bomen enkel de daken van de hoevegebouwen waarnemen.

In de andere richting had ik wel een mooi uitzicht op de akkers en bossen die vroeger bij het kasteeldomein hoorden.

Ik keerde op mijn stappen terug en stak de rijweg over. Aan de overzijde stond dit huis met de voor dit dorp typische witblauwe vensterluiken.

Dit huis was oorspronkelijk een herberg en werd reeds vermeld In 1575 als “herberghe genaempt thoeve ende de brauwerye daerneffens“. Vanaf 1782 werd het officieel het huis van de baljuw en deed het ook dienst als gemeentehuis. Later werd het opnieuw een herberg. Nu is er een restaurant in gevestigd, waar men zich toelegt op de fijne Franse keuken.
Het huis is sinds 1982 beschermd als monument.

Vanaf hier wandelde ik verder in de richting van de dorpskom, maar nog voor ik het centrum bereikte kwam ik op mijn weg alweer een kapel tegen. Dit keer was het de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, gebouwd in 1878 door Gisleen Borluut, een telg van het rijke en ooit machtige Borluut geslacht.

De fraaie witblauwe deur van deze kapel was wél open en ik ging even binnen piepen.

Daarna zette ik mijn wandeltocht verder, op zoek naar nog meer wit en blauw.

(wordt vervolgd)

Een Latemse wandeling. (2/5)

Eind februari waren wij op wandel in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar we de Albijn Van den Abeele route volgden. Wij waren aangekomen op het dorpsplein en het eerste wat ons daar opviel was het bronzen borstbeeld voor het gemeentehuis van schrijver/dichter Karel van de Woestijne.

Het hele dorp ademt kunst en je vind dan ook in Sint-Martens-latem heel wat kunstgalerijen.

Verder op het dorpsplein staat de Sint-Martinuskerk. Een prachtig wit kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de 12e eeuw maar aan het einde van de 19e eeuw grondig werd verbouwd.

Op verscheidene werken van Latemse kunstenaars is het kerkje te zien, zoals op dit schilderij van Xavier De Cock uit 1890.

Overtocht van het Veer (Xavier De Cock)

We gingen een kijkje nemen op het stemmige kerkhof rondom de kerk.

Daar vonden wij in een ietwat verloren hoek het graf van George Minne. Op zijn graf staat een beeld van zijn hand uit 1930 (Moeder en kind). Het bekendste werk van George Minne is “de fontein der geknielden“,

De fontein der geknielden

Ook Albijn Van den Abeele ligt begraven op dit kerkhof, maar we konden zijn graf niet vinden. We zagen het op een of andere manier over het hoofd. Na tweemaal op het kerkhof tevergeefs over en weer te zijn gewandeld gaven we het op en zetten we dan maar onze tocht verder.
Via een poortje achter het kerkhof bereikten we weer een ander straatje…

… dat leidde naar het “Tempelhof”.

Deze prachtige villa, pittoresk gelegen aan de oevers van de Leie, lijkt nog niet zo oud maar is dat wél. Het gerucht doet de ronde dat de ridders van de Orde der Tempeliers zich hier ooit zouden hebben gehuisvest, maar dat verhaal berust op een fabel. Toch is het zo dat reeds in de 9e eeuw hier een omwalde hoeve stond, eigendom van de Heren van Nevele. Tweehonderd jaar later kwam het Tempelhof in het bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en van 1200 tot 1221 was burggravin Margaretha van Kortrijk de eigenares.
Daarna deed het huis lange tijd dienst als vierschaar waar middeleeuws recht werd gesproken.

In 1797 kwam het hof weer in privé bezit en werd het uitgebaat als landbouwbedrijf. In 1943 slaagden de laatste bewoners erin om het Tempelhof als monument te laten beschermen en zo van de sloop te redden. Het huis bleef bewoond tot 1990. Daarna werd het pand door de gemeente verworven en werd het grondig gerestaureerd.
Nu doet deze villa dienst als cultuur- en ontmoetingscentrum.

De hoevevilla is schilderachtig gelegen aan de Leie. Onze wandelroute leidde ons naar de aanlegsteiger voor pleziervaartuigen, hier vlakbij.

(wordt vervolgd)

Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie & Schelde

Haar dorp aan de Schelde.

Deze week genieten we van zachte lentetemperaturen, terwijl we amper twee weken geleden nog bibberden in de sneeuw en vrieskou. Het was nog tijdens die ijs- en sneeuwdagen dat mijn vrouw en ik naar haar geboortedorp Wichelen reden. Dit dorp aan de Schelde ligt ongeveer halfweg tussen Wetteren en Dendermonde. Het was aan de kerk van Wichelen dat wij 37 jaar geleden afspraken om voor de allereerste keer samen uit te gaan.

We waren er in lange tijd niet meer geweest. We stelden vast dat men intussen in Wichelen zelfs een eigen muurschildering heeft.

We reden tot aan het “oud gemeentehuis” van Wichelen. Het gebouw dateert van 1682 en staat sinds 1945 geklasseerd als beschermd monument. Vermoedelijk kwam het huis aan het einde van de 18e eeuw in het bezit van de gemeente en diende het tot 1955 als gemeentehuis. Daarna werd het voornamelijk gebruikt voor ceremoniële plechtigheden. In de jaren ’70 werd het grondig gerestaureerd.

Onder de dubbele trap bevindt zich een deurtje. Achter dat deurtje zat tweehonderd jaar geleden het “cachot”, waar men dronkenlappen in opsloot. In het huisje ernaast, links op de foto, woonde vroeger de “doodkistenmaker”.

In dit gemeentehuis zijn mijn vrouw en ik 35 jaar geleden getrouwd. Ik heb het even nagevraagd bij Wikipedia, wij vieren dit najaar onze “koralen bruiloft”. Ons huwelijk werd 35 jaar geleden bekrachtigd door burgemeester John Taylor. Da’s een Engelse naam voor een Vlaamse burgemeester, maar diens vader was een Engelsman die als soldaat tijdens de bevrijding alhier halsoverkop verliefd was geworden op een meisje uit Wichelen.
Ik had dus 35 jaar geleden hetzelfde aan de hand.

Vlakbij het oud gemeentehuis ligt de begraafplaats van Wichelen, waar mijn schoonvader zaliger reeds sinds 1988 begraven ligt. We gingen er een kijkje nemen. Een kerkhof in de sneeuw, het is weer eens wat anders.

De begraafplaats van Wichelen is mooi gelegen, langs de oevers van de Schelde. Aan de overkant van de Schelde liggen de “Bergenmeersen”, waarover ik onlangs een logje las en foto’s zag op de blog van Willy. De Bergenmeersen is een natuurgebied langs de Schelde, bestaande uit slikken en schorren dat dienst doet als overstromingsgebied.
Een toegang tot de Bergenmeersen bevond zich hier vlakbij. We wilden die meersen wel eens van iets dichterbij bekijken.

(wordt vervolgd)