#Throwback / 4

Hevige regenval heeft vorige week voor heel wat ellende gezorgd in ons land, Nederland en Duitsland. Mensen kregen een enorme zondvloed over zich heen. De gevolgen waren hallucinant. In ons land zijn reeds 31 doden geteld en dat getal zal nog oplopen want veel mensen blijven nog vermist. De materiële schade is immens.
Bij ons in de Vlaamse provincies viel er wonderwel geen druppel, maar we hebben erg te doen met al die mensen die door deze rampspoed zijn getroffen. Duizenden vrijwilligers zijn reeds hulp gaan bieden of doen inzamelacties.
Zo erg hebben we het nog nooit gehad. Intussen schijnt overal weer de zon.
Natte zomers, met minder catastrofale gevolgen, kregen we in het verleden wel al meerdere keren te verwerken.

Mercator in de regen

Zo regende het pijpenstelen toen wij op een kille zondag in de zomer van 2012 de stad Rupelmonde binnenreden. Voor de kerk stond Mercator er maar beteuterd bij.

We waren nog nooit eerder in de stad van Gerardus Mercator geweest. Door het miezerige weer bood het stadscentrum een ietwat mistroostige aanblik. De terrasjes lagen er verlaten bij.

Ook de Graventoren aan de Rupel leek helemaal verkleumd. Deze Graventoren is het enige wat er nog overblijft van wat ooit een machtige en onneembare waterburcht was, gebouwd door de graven van Vlaanderen in de 12e eeuw.

Eeuwen lang hadden de Graven van Vlaanderen in dit gravenkasteel een residentie. vanaf 1647 werd het kasteel gebruikt als staatsgevangenis. Heel wat historische figuren werden er gevangen gehouden en zelfs terecht gesteld. Mercator zelf zat hier gedurende zeven maanden opgesloten, op beschuldiging van ketterij.
Later kwam het kasteel in verval en bleef alleen nog deze toren over. Binnenin de toren is nu een klein museum ingericht met ondermeer het Mercator schrijn. Aangezien we buiten alleen maar nat werden, leek het ons een goed idee om de steile trap naar de ingang te bestijgen en in de toren te gaan schuilen.

Binnenin het Mercatorschrijn was een globe van Mercator te bewonderen. Gerard Mercator (°1512 – +1594), cartograaf, instrumentenbouwer en uitvinder van de “atlas” is de beroemste inwoner ooit van Rupelmonde.

We beklommen de smalle trap naar boven waar we een heel mooi uitzicht hadden op Rupelmonde en de Scheldevallei.

Aan de andere kant van de toren keken we uit over de binnenstad.

Intussen was het opgehouden met regenen en kwam er zowaar een streepje blauwe lucht tevoorschijn.

Van de graventoren kuierden we naar de oude watermolen, daar niet zover vandaan. Deze watermolen is een getijdemolen (waarvan het molenrad wordt aangedreven door het tij) en is nog steeds maalvaardig.

Binnen kregen we een korte rondleiding van de molenaar. Wat ie toen allemaal heeft verteld ben ik helaas vergeten. Voor die uitleg zullen we nog eens moeten terugkeren.

Toen we de stad verlieten kwamen er boven het hoofd van Mercator alweer dreigende regenwolken opzetten.

Een dorp in wit en blauw.(4/4)

Ik kuierde verder door de stille straatjes rondom de kerk van Hansbeke, op zoek naar nog meer wit en blauw. Joke vertelde in de reacties dat wit en blauw de kleuren waren van de baron die blijkbaar eigenaar was van zowat de helft van het dorp. Hij verplichtte de bewoners om deze kleuren te gebruiken.
Bijna achter ieder hoekje en achter iedere haag ontdekte ik een huis met een blauwe deur of witblauwe vensterluiken.

Vele huisjes zijn nog zeer authentiek en in goede staat. Toen ik terug naar de plaats wandelde waar ik de auto had achtergelaten, passeerde ik langs nog meer hoevetjes en arbeidershuisjes waar wit en blauw voor het nodige cachet zorgden.

Ik heb nog lang niet alle huisjes met wit-blauwe vensterluiken op de foto kunnen zetten.
Maar enkele dagen na deze wandeling, op een veel minder stralende dag, was ik opnieuw in de buurt van Hansbeke en reed ik nog eens tot aan de plek, een eind buiten het dorpscentrum, waar ooit het legendarisch café “De Reisduif” gelegen was.

Café De Reisduif was allesbehalve een “propere” herberg. Het werd sinds 1955 uitgebaat door Leon Van Renterghem, samen met zijn stokoude moeder die steevast naast de “leuvense stoof” zat en zich gewillig liet trakteren op “nen druppel”.
Er werd bier gedronken uit flesjes, want glazen waren er niet. Koffie of thee evenmin. De vloer en de achterkoer lagen bezaaid met flesdopjes. Het dak zat onder de duivenpoep en het toilet was slechts een plank met een gat. Mannen deden hun behoefte gewoon buiten tegen een boom en vrouwen gingen vaak bij de buren aanbellen met het verzoek om daar gebruik te mogen maken van het toilet.
In 1999 maakte zanger Johan verminnen een liedje over het café en dat was de aanzet tot een ware hype. Busladingen toeristen en ganse kolonnes motorrijders vonden de weg naar Hansbeke. Ook heel wat bekende wielrenners hielden tijdens hun trainingstochten al eens halt bij café De Reisduif.

Café De Reisduif was een curiosum. Zelf heb ik het café maar één keer bezocht, het moet zowat 25 jaar geleden zijn. Na de dood van cafébaas Leon in 2009 ging het café dicht.
Thans is het hoevetje waarin café De Reisduif was ondergebracht opgeknapt tot een mooi woonhuis.

Rond de leuvense stoof
onder rood gebakken pannen
is gezelligheid een woord
dat zacht aan je tong blijft plakken.
Niet uit glazen, maar uit flessen
kan je daar je dorst gaan lessen.
Bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna…

(Johan Verminnen / fragment uit café De Reisduif)

Een dorp in wit en blauw. (2/4)

Ik was op wandel in Hansbeke, een deelgemeente van Nevele. Nadat ik even had binnen gegluurd in de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, stapte ik verder in de richting van het dorpscentrum. Aan het begin van de dorpskom merkte ik aan een zijgevel weer de typische wit-blauwe vensterluiken. Het huis is een gastenverblijf met bed & breakfast, waar een blauw-wit gestreepte deur toegang verschaft.

Aanpalend aan het gastenverblijf staan twee lage boerenarbeidershuisjes uit de 18e eeuw.

Deze arbeidershuisjes behoren tot de meest authentieke huisjes van het dorp en zijn sinds 1981 als monument beschermd.

Wat verder springt, aan de overkant van de straat, dit alleenstaand groot dubbelhuis in het oog, waaraan ook de witblauwe vensterluiken niet ontbreken.

Dit huis was oorspronkelijk een afspanning die reeds wordt vermeld in documenten uit 1648. Circa 1774 werd de afspanning omgebouwd tot “wethuijs” en van 1880 tot 1959 deed het dienst als postkantoor.
Momenteel is er ook in dit huis een restaurant in gevestigd.

Recht tegenover dat huis staat aan de overzijde van de straat de Sint-Petrus-en-Pauluskerk.

(wordt vervolgd)

Een dorp in wit en blauw. (1/4)

Ik keer nog even terug naar de laatste zondag van mei. Op die stralende, zomerse lentedag maakte ik een wandeling door het dorp van Hansbeke.

Hansbeke is een deelgemeente van Nevele en bij uitbreiding van Deinze, gelegen ten noord-westen van Gent, niet zover van het Schipdonkkanaal.
Het dorp is onder meer bekend omdat zanger Johan Verminnen er al ettelijke jaren woont. Maar het dorp heeft nog meer troeven. Zo staan er in het dorp enkele mooie en goed bewaarde kapelletjes, alsook enkele authentieke hoevetjes en arbeidershuisjes. Maar bovenal is het dorp bekend omwille van zijn witblauwe vensterluiken.
Aan de rand van het dorp kwam ik al een eerste kapelletje tegen. De kapel van Sint-Antonius Abt is dit. De deur van de kapel was helaas op slot.

Een beetje verder stond er al één. Een huis met witblauwe vensterluiken. Maar allereerst ging ik een kijkje nemen aan de overzijde van de straat, waar alweer een kapel stond.

Deze fraaie kapel werd gebouwd in 1848 door de kasteelheer van Hansbeke. De kapel is gewijd aan de heilige Philomena. Het fronton en en de deur zijn, zoals het hoort in dit dorp, afgewerkt in wit en blauw. Binnenin de kapel staat een beeld van de heilige Philomena, maar helaas was ook de deur van deze kapel op slot.
Philomena was een wonder- en weldoenster in de 18e eeuw, die reeds op 14-jarige leeftijd als martelares zou zijn gestorven. Al twijfelen historici eraan of het meisje ooit echt heeft bestaan.

Achter de kapel liep ik nog een eindje verder tot aan het “Neerhof van het kasteel”. In de 14e eeuw stond hier op een “motte” het oude kasteel van Hansbeke. Dat kasteel verdween reeds in de 17e eeuw, maar het neerhof dat bij het kasteel hoorde, “Het goed ’t Exaarde” genaamd, bleef staan.
Thans staat er nog een gedeeltelijk omgrachte hoeve uit de 18e eeuw, naar verluidt gebouwd op de grondvesten van het oude kasteel van Hansbeke.
Maar het zat me niet mee die dag. Vanachter het gesloten hek dat toegang verschaft tot het neerhof was er niet zoveel te zien.

Vanaf het veld dat ernaast lag kon ik tussen de bomen enkel de daken van de hoevegebouwen waarnemen.

In de andere richting had ik wel een mooi uitzicht op de akkers en bossen die vroeger bij het kasteeldomein hoorden.

Ik keerde op mijn stappen terug en stak de rijweg over. Aan de overzijde stond dit huis met de voor dit dorp typische witblauwe vensterluiken.

Dit huis was oorspronkelijk een herberg en werd reeds vermeld In 1575 als “herberghe genaempt thoeve ende de brauwerye daerneffens“. Vanaf 1782 werd het officieel het huis van de baljuw en deed het ook dienst als gemeentehuis. Later werd het opnieuw een herberg. Nu is er een restaurant in gevestigd, waar men zich toelegt op de fijne Franse keuken.
Het huis is sinds 1982 beschermd als monument.

Vanaf hier wandelde ik verder in de richting van de dorpskom, maar nog voor ik het centrum bereikte kwam ik op mijn weg alweer een kapel tegen. Dit keer was het de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, gebouwd in 1878 door Gisleen Borluut, een telg van het rijke en ooit machtige Borluut geslacht.

De fraaie witblauwe deur van deze kapel was wél open en ik ging even binnen piepen.

Daarna zette ik mijn wandeltocht verder, op zoek naar nog meer wit en blauw.

(wordt vervolgd)

Een natje en een droogje.

Vorige week, op de dag van m’n verjaardag, werd ik wakker met lichte hoofdpijn. Daar zat misschien de tweede vaccinatiespuit tegen covid-19, die ik de avond tevoren had gekregen, voor iets tussen? Maar in de loop van de dag ging het beter en maakten wij een leuke uitstap naar een interessant museum en erfgoedsite in Ename.
Na die uitstap reden wij richting Oudenaarde voor een natje en een droogje op de Grote Markt aldaar.

Het was mijn allereerste terrasje in maanden. Met het prachtige weer was het heerlijk genieten, nu het weer mocht en kon.

En terwijl we daar zaten te genieten onder een parasol kon ik het niet laten om nog enkele kiekjes te maken van het mooie, oud stadhuis van Oudenaarde, waarin nu ook een museum is gevestigd en waar ik twee jaar geleden ging kijken naar een schitterende tentoonstelling over Adriaan Brouwer.
De Koninklijke fontein, zoals ze wordt genoemd, die voor het stadhuis staat, werd in 1677 aan de stad Oudenaarde geschonken door de Franse koning Lodewijk XIV. Op het moment dat wij er waren was de fontein helaas niet aan het spuiten.

Over ons bezoek aan de erfgoedsite in Ename vertel ik later meer.

Tussen glooiende heuvels. (5/5)

Na een kwartiertje te hebben gerust, een halve liter water te hebben gedronken en wat relaxerende ademhalingsoefeningen te hebben gedaan, was ik weer overeind geklauterd uit de grasberm en was ik klaar om mijn wandeltocht verder zetten, in de hoop dat ik nu het lastigste stuk van de Rooigemsebeek wandeling achter de rug had.
Het behoorlijk steile pad dat ik daarnet beklommen had mondde uiteindelijk op de rijweg naar Huise toe, het dorp waar ik deze wandeling was begonnen.
Tussen de huizen en de bomen door kon ik een glimp opvangen van de Huisekoutermolen. Daar moest ik nu naartoe.

Via een zijweg kwam ik op een breed grintpad terecht dat alweer de hoogte inging. Het pad bleek weer een fikse kuitenbijter dat eerst nog een brede bocht maakte…

… maar dan toch afstevende op de Huisekoutermolen .

Deze houten molen mag er best wezen. De oorspronkelijke Huisekoutermolen dateert reeds uit de 14e eeuw en stond hier ruim tien kilometer vandaan, in de gemeente Waregem.
In 1971 werd de molen in vervallen staat gekocht door een molendeskundige, naar hier overgebracht en gerestaureerd. Tegenwoordig is de molen weer helemaal maalvaardig.

Telkens als de molenaar aanwezig is kan je de molen bezoeken. Er worden hier zelfs cursussen voor molenaars in spe georganiseerd.
Ook die dag waren de wieken aan het draaien en kon je de molen bezoeken. Maar na al het klimwerk dat ik reeds in de benen had kon ik de moed niet meer opbrengen om nog eens die hoge, steile trap te beklauteren.

Dus hield ik mijn molenbezoek maar voor een andere keer en liet de molen achter mij.

De grintweg kwam uit op een kasseiweg die terug naar het dorpscentrum leidde. Voor ik het wist stond ik opnieuw aan de kerk van Huise.
Een natje of een droogje na de wandeling zat er toen nog niet in, want begin mei waren café’s en terrassen nog gesloten.

Al bij al vond ik dit een mooie wandeling. Maar het was niettemin een moeizame karwei voor een ouwe blogger zoals ik.
Morgen wordt ik alweer een jaartje ouder. Maar ik blijf in beweging. Om mijn verjaardag te vieren ga ik morgen weer een wandeling doen. Een kleintje maar. Dit keer één zonder hellingen, maar wél met koffie en taart achteraf en met allerlei lekkere versnaperingen en met een frisse pint bier, op het gezelligste terras dat ik maar kan vinden. 🙂