In de ban van de hertogin / 5

In Brugge

Het was op een prachtige zomerdag dat wij in Brugge aankwamen. De zon scheen uitbundig aan de blauwe hemel en deed weinig moeite om zich te verstoppen achter enkele onschuldige wolken.

De dag ervoor waren wij in het bos van Wijnendale geweest, waar op 13 maart 1482 Maria van Bourgondië, samen met haar paard op ongelukkige wijze ten val kwam, waardoor het dier bovenop haar terecht kwam. Levensgevaarlijk gewond werd Maria in allerijl naar Brugge werd gebracht, naar haar residentie in het Brugse Prinsenhof (niet te verwarren met het Prinsenhof van Gent).
Zo zag het Prinsenhof van Brugge er toen uit.

Het Prinsenhof in Brugge in de 15e eeuw. Afbeelding uit de Flandria Illustrata van Antonius Sanderius (1641)

Het was op een kille winterdag dat Maria van Bourgondië, lijkbleek en kermend van de pijn, op een draagbed dat tussen twee paarden was gespannen, het Prinsenhof werd binnengebracht. Ze werd door haar paniekerig entourage onmiddellijk naar haar privé-vertrekken gedragen en in bed gelegd. Een geneesheer werd erbij geroepen, maar die kon met zijn gebrekkige kennis en middelen alleen maar vaststellen dat Maria onnoemelijk veel pijn had.
Nonnetjes uit een naburig klooster en een deel van haar hofhouding verzamelden zich rond haar bed en begonnen te bidden voor haar heil en genezing.

Wij gingen niet naar het Prinsenhof omdat het Prinsenhof in Brugge niet meer bestaat. Op de plaats waar ooit het Prinsenhof stond staat nu een viersterrenhotel Dukes’ Palace, dat verder niets meer met Maria van Bourgondië te maken heeft.
In de zomer van 2019 maakt ik met m’n vrouw een avondlijke wandeling in Brugge en ik heb toen toevallig een foto van het hotel gemaakt.

Maar die dag wandelden wij in de richting van het Gruuthusemuseum en het Arentshuis. Op het pleintje achter het Gruuthusemuseum hoeft men, net zoals op veel plaatsen in Brugge, geen moeite te doen om zich in de middeleeuwen te wanen.

We gingen ook een kijkje nemen op het brugje aan Oud Sint-Jan, het middeleeuws hospitaal. Het kleine gebouwtje met het kapje, in de hoek, was het lijkenhuisje. Hier werden in de middeleeuwen de lijken met een bootje afgehaald en naar de begraafplaats gebracht.
Tegenwoordig doet hospitaal Oud Sint-Jan dienst als congrescentrum.

Naast het Gruuthusemuseum staat de enorme toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Met z’n 115 meter is het het de op één na hoogste bakstenen toren ter wereld. De Onze-Lieve-Vrouwekerk was onze feitelijke bestemming van die dag. Want in deze kerk is Maria van Bourgondië nog steeds aanwezig.

(wordt vervolgd)

In de ban van de hertogin / 3

Rondom het kasteel

Maria van Bourgondië en haar man Maximiliaan van Oostenrijk stonden vertrekkensklaar voor het kasteel van Wijnendale, samen met hun gastheer Adolf van Kleef-Ravenstein en met een resem andere edellieden, waaronder Engelbert van Nassau en Lodewijk van Gruuthuse. Ze waren met z’n allen op het kasteel uitgenodigd voor een jachtbanket dat door de jacht zelf werd voorafgegaan.
Ze gaven hun paarden de sporen en reden in een boog omheen het kasteel, het bos van Wijnendale tegemoet. De jacht kon beginnen.

Ook wij stonden klaar voor het kasteel van Wijnendale om hun sporen te volgen. Vooraleer wij vertrokken raadpleegden we eerst nog even een plattegrond van het kasteeldomein. Weliswaar een plattegrond uit de Flandria illustrata, het encyclopedisch boek van Antonius Sanderius, uit 1641, toen het domein er nog ongeveer hetzelfde uitzag als toen Maria van Bourgondië hier 150 jaar eerder was.
Maar sindsdien is hier toch wel een en ander veranderd.

Onder een lange rij bomen volgden wij het kaarsrecht wandelpad dat evenwijdig met het kasteeldomein is aangelegd. De akkers en velden om ons heen waren in de tijd van Maria van Bourgondië allemaal eigendom van de kasteelheer.

Hier en daar zagen we tussen de bomen en het struikgewas, resten van de vroegere omwalling omheen het kasteeldomein.

De akkers naast het wandelpad strekten zich uit, zover het oog kon reiken.

Het zitbankje naast de wandelweg dateerde volgens mij niet uit de Bourgondische tijd, maar eerder uit de tijd van de Flinstones. 🙂

We kwamen bij de restanten van een oude inrijpoort aan de achterkant van het kasteel, dat nu met een ijzeren hek is afgesloten.

Hier konden ook nog resten zien van een stuk omwallingsmuur langs een diepe gracht, die helemaal droog stond. In de verte, tussen de bomen zagen we het kasteel staan.

We naderden nu het bos van Wijnendale.

Dat deden ook Maria van Bourgondië en haar gezelschap. Maria was een ervaren ruiter. Als kind leerde ze reeds paardrijden en ze had al vaak aan jachtpartijen deelgenomen. Ze droeg op haar hand steevast een valk die voor haar op verkenning vloog tijdens de jacht.
Volgens kroniekschrijvers had Maria er zin in die dag. Ze had het onbesuisde enthousiasme geërfd van haar vader. Ze reed zelfs voorop, het Wijnendalebos in.
Het zou haar laatste jachtpartij worden.

Maria van Bourgondië tijdens de jacht. Afbeelding uit de “Exellente Cronyke van Vlaenderen” (15de eeuw) / Gruuthuse museum Brugge

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Historiek.net
Illustraties :

Wikimedia Commons (publiek domein)
Flandria Illustrata (UGent)
(publiek domein)

In de ban van de hertogin / 2

Het kasteel van Wijnendale

Wij stonden voor het kasteel van Wijnendale in de gemeente Torhout.
Het kasteel was oorspronkelijk een achthoekige waterburcht dat Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, in 1278 liet bouwen aan de rand van het Wijnendalebos. Het kasteel speelde onder meer een belangrijke rol in 1302, tijdens de Guldensporenslag, toen dit kasteel door de Fransen was bezet en moest heroverd worden.

Intussen werd het kasteel reeds herhaalde malen verbouwd. Het rechtse deel van het kasteel in lichtgeel gesteente, is het oudste gedeelte van het kasteel en dateert nog uit de 15de eeuw.

We liepen over de ophaalbrug, door de deur van een massief houten poort naar binnen.

Aan de muren van het mooie poortgebouw prijkten de wapenschilden, waarschijnlijk van de kasteelheren die met dit kasteel een verbintenis hadden. Aan het einde wachtten enkele vervaarlijke uitziende leeuwenkoppen ons op.

Het poortgebouw was aan de overkant afgesloten door een modern ogende dubbele deur die potdicht zat maar wel uitzicht bood op het binnenplein.

Aan de overkant van het binnenplein zagen wij het andere gedeelte van het kasteel dat nog steeds bewoond wordt door de familie Matthieu de Wijnendale.

In 1482 was Adolf van Kleef-Ravenstein eigenaar van het kasteel en hij had, aan het einde van een barre winter, de hertogin en haar gemaal Maximiliaan van Oostenrijk uitgenodigd voor een banket. Maximiliaan was net terug van een missie uit Saint-Omer en was blij dat hij de hertogin bij deze gelegenheid kon vergezellen.
Zoals het toen de gewoonte was, maakte het gezelschap zich meteen na de ontvangst klaar voor de jacht, om dan ’s avonds in het kasteel van een groot jachtfeest te kunnen genieten. Maria van Bourgondië en haar man zouden allebei persoonlijk deelnemen aan de jachtpartij in het bos van Wijnendale. Dat het noodlot de hertogin in dat bos zou opwachten, konden ze toen nog niet weten.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen:
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Westtoer.be
Illustratie : Wikipedia (publiek domein)

In de ban van de hertogin / 1

De vorstin der Nederlanden

Door mijn goede vriend Manu, die als historicus reeds vele jaren gepassioneerd is door de middeleeuwen, ben ik evenzeer aangestoken met het enthousiasme voor deze periode uit de geschiedenis. De laatste maanden heb ik mij een beetje verdiept in de tijd van de Bourgondische hertogen, waarover Bart Van Loo vorig jaar zo’n fantastisch boek heeft gepubliceerd.
Tussen alle opmerkelijke figuren die in de Bourgondische tijd onze streken bevolkten, is er iemand die mij bijzonder intrigeert : Maria van Bourgondië.

Maria van Bourgondië regeerde in de tweede helft van de 15e eeuw als hertogin over het Bourgondische rijk en probeerde dat te doen met veel overleg, in tegenstelling tot haar vader Karel de Stoute, die een brutale en onbezonnen heerser was. Ze werd alom geprezen om haar schoonheid, gratie en intelligentie. Men noemde haar de vorstin der Nederlanden.
Maar haar bewind kan nauwelijks op haar conto worden geschreven. Staatszaken waren in die tijd geen vrouwenaangelegenheden. Elke belangrijke beslissing werd door haar man Maximiliaan van Oostenrijk genomen. Tijdens haar veel te korte leven heeft ze niettemin geprobeerd om rust en vrede te brengen in haar rijk.

We hebben deze zomer in Vlaanderen enkele plaatsen bezocht die nog herinneren aan Maria van Bourgondië of een link hebben met haar levensverhaal. Eigenlijk zijn we daar nog steeds mee bezig. We begonnen bij het einde en gingen eerst een kijkje nemen op de plaats waar Maria dat fatale ongeval heeft gehad.
Daarvoor moesten we naar het bos van Wijnendale, in het hartje van West-Vlaanderen. Het bos ligt op het grondgebied van de gemeente Torhout. Aan de rand ervan staat het kasteel van Wijnendale.
We konden er echter niet zomaar naar binnen. Het kasteeldomein, dat nog steeds wordt bewoond, was hermetisch afgesloten door een smeedijzeren hek.

Maar wij hadden gelukkig een bezoek aan het kasteel gereserveerd. De ingang bleek wat verderop te zijn. We moesten ons aanmelden aan de balie die was ondergebracht in een bijhuis van het kasteel.

Eenmaal we waren ingecheckt konden we aan de andere kant van het smeedijzeren hek door een kleiner hekje dat ons toegang verschafte tot de dreef en de oprijlaan naar het kasteel.

Algauw zagen we het kasteel tussen de bomen opdoemen.

Het liep tegen het einde van een zeer strenge winter aan toen Maria van Bourgondië in maart 1482 in Wijnendale arriveerde, samen met haar man Maximiliaan I van Oostenrijk en hun gevolg. Ze waren hier uitgenodigd voor een banket door Adolf van Kleef-Ravenstein, edelman en stadhouder-generaal in dienst van de Bourgondische hertogen.
De dooi was pas ingezet en de hoeven van hun paarden kletterden op de nog half bevroren grond terwijl ze naar de ophaalbrug van het kasteel toe reden. Maria verheugde zich op het feit dat ze hier in Wijnendale enkele zorgeloze dagen zou kunnen doorbrengen.

Aan het einde van de dreef stond het kasteel daar majestueus te wezen.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij

historiek.net
Illustratie: Wikipedia (publiek domein)

De Raadszaal.

Het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) is sinds 5 juni heropend. Echter slechts enkel op vrijdag, zaterdag en zondag en bezoekers moeten op voorhand reserveren. De medewerkers achter de schermen van het museum werken nog steeds van thuis uit of zijn door het Deinse stadsbestuur op economische werkloosheid gesteld. Bijgevolg kan ik daar, als vrijwilliger, ook nog steeds niet aan de slag.
In afwachting heb ik een bezoekje gebracht aan het prachtige Yper Museum dat, net zoals het In Flanders Fields Museum’ gevestigd is in de imposante lakenhallen van de stad Ieper.

Aan de achterzijde, waar in feite de uitgang van het museum zich bevindt, heb je een kijk op het imponerend glasraam dat hier als sluitstuk van de wederopbouw van de Lakenhallen werd aangebracht in 1981.

Voor we het eigenlijke museum betraden gingen we eerst een kijkje nemen binnen in de mooie raadszaal, waar nog steeds huwelijken worden voltrokken tussen Ieperse verliefde mensen.

Hier binnen kregen wij een mooie blik op het indrukwekkend glasraam, dat we daarnet aan de buitenkant hadden gezien, ontworpen door Anro Brys, dat een beetje de geschiedenis van de stad Ieper samenvat.

Het glasraam leest als een stripverhaal.

In een volgend logje nemen we een kijkje in het Yper Museum zelf.