In de ban van de hertogin / 14

Maria van Bourgondië was een knappe, jonge vrouw die zich niet van haar stuk liet brengen, vaak protocolregels aan haar laars lapte en haar stempel trachtte te drukken op de samenleving. Ze was geliefd bij het volk, maar minder geliefd bij sommige machthebbers van toen.

Toen haar vader, Karel de Stoute, in 1477 sneuvelde op het slagveld, volgde ze hem op als hertogin van Bourgondië. Daarmee kwam er een zware politieke erfenis op haar schouders te rusten. In woelige tijden, met oorlogen en opstanden allerhande, probeerde zij de gemoederen te bedaren. Maar haar politieke vijanden, waaronder de Franse koning, maakten gebruik van haar zwakke positie als vrouw en zagen hun kans schoon om de macht en de rijkdom van het Bourgondische rijk naar zich toe te trekken. Behalve een handvol getrouwen had Maria van Bourgondië geen politieke bondgenoten meer en kon ze niet anders dan toegevingen doen aan opstandige steden en graafschappen.

Maria van Bourgondië verleent in 1477 het Groot Pivilege (Charles Rochussen 1853)

Die situatie veranderde toen Maria in het Prinsenhof van Gent op 19 augustus 1477 in het huwelijk trad met de 18-jarige Maximiliaan I van Oostenrijk, troonopvolger van de machtige Habsburgse dynastie. Met deze man aan haar zijde en met niemand minder dan de keizer van het grote Heilige Roomse Rijk als schoonvader, had Maria in één klap al haar politieke vijanden schaakmat gezet.

Gezien de gespannen politieke sfeer van het moment, werd het huwelijk in alle eenvoud voltrokken in de kapel van het Prinsenhof in Gent, slechts in aanwezigheid van de pauselijke legaat en enkele genodigden.

15e eeuwse miniatuur die het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk voorstelt


Na het huwelijk volgden traditiegetrouw de blijde intredes in alle belangrijke steden van het toenmalig Hertogdom, waarbij aan het kersverse paar de sleutels van de stad werden overhandigd. Dat bracht veel volk op de been. Man en paard waren voor die gelegenheid piekfijn uitgedost. Hoewel Maria haar outfit eerder sober hield, stal zij de show door haar natuurlijke schoonheid en innemendheid.
Een anekdote in de geschiedschrijving vertelt hoe Maria met moeite een schaterlach kon bedwingen toen, bij de blijde intrede in ‘s-Hertogenbosch, de tribune waarop alle gewichtige notabelen van de stad hadden plaats genomen in elkaar zakte, net op het ogenblik dat het hertogelijk paar op het plein verscheen.

Bij de blijde intredes werden de hertog en hertogin steevast begeleid door enkele oude getrouwen aan het Bourgondisch hof. Eén van hen was Jan van Dadizele. Deze man was soevereinbaljuw van Vlaanderen, kapitein-generaal van het Vlaamse leger en kanselier van de hertogin. Om meer te weten te komen over deze man die een belangrijke rol heeft gespeeld in het leven van Maria van Bourgondië, trokken wij in de herfst van vorig jaar naar Dadizele.

Via de toegangspoort van wat ooit een middeleeuwse waterburcht was, betraden we er het gemeentelijk domein “Het Torreke”. Het kasteelpark en de gebouwen die na de verwoestingen tijdens de Eerste Wereldoorlog nog resten van het oorspronkelijk kasteel van Dadizele, werden in 1977 aangekocht door de gemeente en als cultureel en toeristisch centrum in gebruik genomen.

Het was in een ietwat verscholen hoekje van dit park dat wij Jan van Dadizele voor het eerst ontmoetten. Tenminste, we ontdekten er een grauw, met groen mos bedekt borstbeeld op een bakstenen sokkel. Het stelde niet zoveel voor als eerbetoon aan iemand die ooit één van de machtigste mannen van Vlaanderen was.

Om meer te weten te kunnen komen over ridder Jan van Dadizele moesten wij in de grote basiliek van Dadizele zijn.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij
dekroniekenvandewesthoek.be
Illustraties : Wikipedia Commons (publiek domein)

Wonterwijs.

Het zonlicht weerkaatste van de overweglichten op de zijgevel van het hoekhuis ernaast, waar vroeger het wachthuisje voor de overwegwachtster stond. Ik liet de spoorweg achter mij en wandelde verder de dorpsstraat van Wontergem in.
Dit is mijn geboortedorp, waar ik tot aan mijn vijf jaar heb gewoond. Mijn geboortehuis staat er al lang niet meer. Eerlijk gezegd is het er momenteel een beetje “een dooie boel”. Winkels zijn er in het dorpscentrum niet meer te vinden. Geen bakker, geen slagerij, geen kruidenier, geen enkele herberg.

Wat verder kwam ik voorbij de “oude melkerij”. Ooit was dit de florerende zuivelfabriek “Sint-Macharius”, een melkverwerkend bedrijf dat in de jaren dertig werd gebouwd. Maar nu staat dit gebouw er al jaren verlaten en vervallen bij.

De melkerij Sint-Macharius in betere tijden

De melkerij was van 1930 tot aan de sluiting in 1993 in handen van de familie De Wulf, ook na de aansluiting bij de zuivelcoöperatie Comelco.
In 1950 werd er een nieuwer gedeelte aangebouwd dat werd ingericht en gebruikt als kaasfabriek. Geheel rechts staat het herenhuis, dat reeds zou dateren uit de 19e eeuw en diende als woonst voor de familie De Wulf. Ook dat huis staat er nu verlaten en vervallen bij.
Naar verluid zouden al deze gebouwen binnenkort worden afgebroken, waardoor alweer een stukje onroerend erfgoed in de Leiestreek voorgoed verloren gaat.

Ik wandelde verder tot aan de Sint-Agneskerk.

Voor de kerk staat een monument ter ere van mijn moeder’s oom (mijn grootoom dus) Lucien Buysse. Blijkbaar is men in dit dorp nog steeds trots op hun beroemdste inwoner ooit, die als Flandrien heel wat wielerwedstrijden won, waaronder in 1926 de Ronde van Frankrijk.
Hij was de echtgenoot van de zus van mijn grootmoeder. Als kind heb ik de man nog gekend toen hij reeds op oudere leeftijd was. Hij heeft me ooit getrakteerd met de allereerste cola die ik in mijn leven heb gedronken.

Een beetje verder staat nog een ander monument. Een monument met een molensteen. Deze molensteen is wat nog rest van een stellingmolen gebouwd in 1855. Door een brand in 1892 ging het wiekenkruis verloren. Daarna werd de molenromp nog een tijd gebruikt als stoommaalderij, maar uiteindelijk in 1917 gesloopt.
De foto bij het monument is de enige bestaande foto van de molen, die op dat moment zijn wieken al verloren had. Alle huizen die op die oude foto staan zijn inmiddels reeds lang verdwenen.

Recht tegenover de kerk staat het gemeenteschooltje. Héél lang geleden, toen de dieren nog spraken, heb ik in dit schooltje mijn eerste en tweede kleuterklasje doorlopen. Tegenwoordig luistert dit schooltje naar de naam “Wonterwijs”.
Dat is wat ik later ook ben geworden : “wonterwijs”. 😉

Wat verder in een verloren hoek achter de kerk staat dit bouwvallig huisje. Dit huisje staat hier al heel lang en lijkt tot mijn verbazing nog steeds bewoond.

Tja, Wontergem is niet meer wat het geweest is. Rondom het dorp heb je heel wat mooie residentiele woonwijken, maar deze dorpskern lijkt wel wat in de vergeethoek te zijn geraakt. Misschien is het hoog tijd dat er hier een nieuwe, frisse wind waait, zodat het dorp de gezelligheid dat het vroeger wel degelijk had, terug kan krijgen.

#Throwback / 4

Hevige regenval heeft vorige week voor heel wat ellende gezorgd in ons land, Nederland en Duitsland. Mensen kregen een enorme zondvloed over zich heen. De gevolgen waren hallucinant. In ons land zijn reeds 31 doden geteld en dat getal zal nog oplopen want veel mensen blijven nog vermist. De materiële schade is immens.
Bij ons in de Vlaamse provincies viel er wonderwel geen druppel, maar we hebben erg te doen met al die mensen die door deze rampspoed zijn getroffen. Duizenden vrijwilligers zijn reeds hulp gaan bieden of doen inzamelacties.
Zo erg hebben we het nog nooit gehad. Intussen schijnt overal weer de zon.
Natte zomers, met minder catastrofale gevolgen, kregen we in het verleden wel al meerdere keren te verwerken.

Mercator in de regen

Zo regende het pijpenstelen toen wij op een kille zondag in de zomer van 2012 de stad Rupelmonde binnenreden. Voor de kerk stond Mercator er maar beteuterd bij.

We waren nog nooit eerder in de stad van Gerardus Mercator geweest. Door het miezerige weer bood het stadscentrum een ietwat mistroostige aanblik. De terrasjes lagen er verlaten bij.

Ook de Graventoren aan de Rupel leek helemaal verkleumd. Deze Graventoren is het enige wat er nog overblijft van wat ooit een machtige en onneembare waterburcht was, gebouwd door de graven van Vlaanderen in de 12e eeuw.

Eeuwen lang hadden de Graven van Vlaanderen in dit gravenkasteel een residentie. vanaf 1647 werd het kasteel gebruikt als staatsgevangenis. Heel wat historische figuren werden er gevangen gehouden en zelfs terecht gesteld. Mercator zelf zat hier gedurende zeven maanden opgesloten, op beschuldiging van ketterij.
Later kwam het kasteel in verval en bleef alleen nog deze toren over. Binnenin de toren is nu een klein museum ingericht met ondermeer het Mercator schrijn. Aangezien we buiten alleen maar nat werden, leek het ons een goed idee om de steile trap naar de ingang te bestijgen en in de toren te gaan schuilen.

Binnenin het Mercatorschrijn was een globe van Mercator te bewonderen. Gerard Mercator (°1512 – +1594), cartograaf, instrumentenbouwer en uitvinder van de “atlas” is de beroemste inwoner ooit van Rupelmonde.

We beklommen de smalle trap naar boven waar we een heel mooi uitzicht hadden op Rupelmonde en de Scheldevallei.

Aan de andere kant van de toren keken we uit over de binnenstad.

Intussen was het opgehouden met regenen en kwam er zowaar een streepje blauwe lucht tevoorschijn.

Van de graventoren kuierden we naar de oude watermolen, daar niet zover vandaan. Deze watermolen is een getijdemolen (waarvan het molenrad wordt aangedreven door het tij) en is nog steeds maalvaardig.

Binnen kregen we een korte rondleiding van de molenaar. Wat ie toen allemaal heeft verteld ben ik helaas vergeten. Voor die uitleg zullen we nog eens moeten terugkeren.

Toen we de stad verlieten kwamen er boven het hoofd van Mercator alweer dreigende regenwolken opzetten.

Een dorp in wit en blauw.(4/4)

Ik kuierde verder door de stille straatjes rondom de kerk van Hansbeke, op zoek naar nog meer wit en blauw. Joke vertelde in de reacties dat wit en blauw de kleuren waren van de baron die blijkbaar eigenaar was van zowat de helft van het dorp. Hij verplichtte de bewoners om deze kleuren te gebruiken.
Bijna achter ieder hoekje en achter iedere haag ontdekte ik een huis met een blauwe deur of witblauwe vensterluiken.

Vele huisjes zijn nog zeer authentiek en in goede staat. Toen ik terug naar de plaats wandelde waar ik de auto had achtergelaten, passeerde ik langs nog meer hoevetjes en arbeidershuisjes waar wit en blauw voor het nodige cachet zorgden.

Ik heb nog lang niet alle huisjes met wit-blauwe vensterluiken op de foto kunnen zetten.
Maar enkele dagen na deze wandeling, op een veel minder stralende dag, was ik opnieuw in de buurt van Hansbeke en reed ik nog eens tot aan de plek, een eind buiten het dorpscentrum, waar ooit het legendarisch café “De Reisduif” gelegen was.

Café De Reisduif was allesbehalve een “propere” herberg. Het werd sinds 1955 uitgebaat door Leon Van Renterghem, samen met zijn stokoude moeder die steevast naast de “leuvense stoof” zat en zich gewillig liet trakteren op “nen druppel”.
Er werd bier gedronken uit flesjes, want glazen waren er niet. Koffie of thee evenmin. De vloer en de achterkoer lagen bezaaid met flesdopjes. Het dak zat onder de duivenpoep en het toilet was slechts een plank met een gat. Mannen deden hun behoefte gewoon buiten tegen een boom en vrouwen gingen vaak bij de buren aanbellen met het verzoek om daar gebruik te mogen maken van het toilet.
In 1999 maakte zanger Johan verminnen een liedje over het café en dat was de aanzet tot een ware hype. Busladingen toeristen en ganse kolonnes motorrijders vonden de weg naar Hansbeke. Ook heel wat bekende wielrenners hielden tijdens hun trainingstochten al eens halt bij café De Reisduif.

Café De Reisduif was een curiosum. Zelf heb ik het café maar één keer bezocht, het moet zowat 25 jaar geleden zijn. Na de dood van cafébaas Leon in 2009 ging het café dicht.
Thans is het hoevetje waarin café De Reisduif was ondergebracht opgeknapt tot een mooi woonhuis.

Rond de leuvense stoof
onder rood gebakken pannen
is gezelligheid een woord
dat zacht aan je tong blijft plakken.
Niet uit glazen, maar uit flessen
kan je daar je dorst gaan lessen.
Bij Leon en bij zijn ma
Cyriel Buysse achterna…

(Johan Verminnen / fragment uit café De Reisduif)

Een dorp in wit en blauw. (2/4)

Ik was op wandel in Hansbeke, een deelgemeente van Nevele. Nadat ik even had binnen gegluurd in de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, stapte ik verder in de richting van het dorpscentrum. Aan het begin van de dorpskom merkte ik aan een zijgevel weer de typische wit-blauwe vensterluiken. Het huis is een gastenverblijf met bed & breakfast, waar een blauw-wit gestreepte deur toegang verschaft.

Aanpalend aan het gastenverblijf staan twee lage boerenarbeidershuisjes uit de 18e eeuw.

Deze arbeidershuisjes behoren tot de meest authentieke huisjes van het dorp en zijn sinds 1981 als monument beschermd.

Wat verder springt, aan de overkant van de straat, dit alleenstaand groot dubbelhuis in het oog, waaraan ook de witblauwe vensterluiken niet ontbreken.

Dit huis was oorspronkelijk een afspanning die reeds wordt vermeld in documenten uit 1648. Circa 1774 werd de afspanning omgebouwd tot “wethuijs” en van 1880 tot 1959 deed het dienst als postkantoor.
Momenteel is er ook in dit huis een restaurant in gevestigd.

Recht tegenover dat huis staat aan de overzijde van de straat de Sint-Petrus-en-Pauluskerk.

(wordt vervolgd)

Een dorp in wit en blauw. (1/4)

Ik keer nog even terug naar de laatste zondag van mei. Op die stralende, zomerse lentedag maakte ik een wandeling door het dorp van Hansbeke.

Hansbeke is een deelgemeente van Nevele en bij uitbreiding van Deinze, gelegen ten noord-westen van Gent, niet zover van het Schipdonkkanaal.
Het dorp is onder meer bekend omdat zanger Johan Verminnen er al ettelijke jaren woont. Maar het dorp heeft nog meer troeven. Zo staan er in het dorp enkele mooie en goed bewaarde kapelletjes, alsook enkele authentieke hoevetjes en arbeidershuisjes. Maar bovenal is het dorp bekend omwille van zijn witblauwe vensterluiken.
Aan de rand van het dorp kwam ik al een eerste kapelletje tegen. De kapel van Sint-Antonius Abt is dit. De deur van de kapel was helaas op slot.

Een beetje verder stond er al één. Een huis met witblauwe vensterluiken. Maar allereerst ging ik een kijkje nemen aan de overzijde van de straat, waar alweer een kapel stond.

Deze fraaie kapel werd gebouwd in 1848 door de kasteelheer van Hansbeke. De kapel is gewijd aan de heilige Philomena. Het fronton en en de deur zijn, zoals het hoort in dit dorp, afgewerkt in wit en blauw. Binnenin de kapel staat een beeld van de heilige Philomena, maar helaas was ook de deur van deze kapel op slot.
Philomena was een wonder- en weldoenster in de 18e eeuw, die reeds op 14-jarige leeftijd als martelares zou zijn gestorven. Al twijfelen historici eraan of het meisje ooit echt heeft bestaan.

Achter de kapel liep ik nog een eindje verder tot aan het “Neerhof van het kasteel”. In de 14e eeuw stond hier op een “motte” het oude kasteel van Hansbeke. Dat kasteel verdween reeds in de 17e eeuw, maar het neerhof dat bij het kasteel hoorde, “Het goed ’t Exaarde” genaamd, bleef staan.
Thans staat er nog een gedeeltelijk omgrachte hoeve uit de 18e eeuw, naar verluidt gebouwd op de grondvesten van het oude kasteel van Hansbeke.
Maar het zat me niet mee die dag. Vanachter het gesloten hek dat toegang verschaft tot het neerhof was er niet zoveel te zien.

Vanaf het veld dat ernaast lag kon ik tussen de bomen enkel de daken van de hoevegebouwen waarnemen.

In de andere richting had ik wel een mooi uitzicht op de akkers en bossen die vroeger bij het kasteeldomein hoorden.

Ik keerde op mijn stappen terug en stak de rijweg over. Aan de overzijde stond dit huis met de voor dit dorp typische witblauwe vensterluiken.

Dit huis was oorspronkelijk een herberg en werd reeds vermeld In 1575 als “herberghe genaempt thoeve ende de brauwerye daerneffens“. Vanaf 1782 werd het officieel het huis van de baljuw en deed het ook dienst als gemeentehuis. Later werd het opnieuw een herberg. Nu is er een restaurant in gevestigd, waar men zich toelegt op de fijne Franse keuken.
Het huis is sinds 1982 beschermd als monument.

Vanaf hier wandelde ik verder in de richting van de dorpskom, maar nog voor ik het centrum bereikte kwam ik op mijn weg alweer een kapel tegen. Dit keer was het de Onze-Lieve-vrouw-van-Lourdes Kapel, gebouwd in 1878 door Gisleen Borluut, een telg van het rijke en ooit machtige Borluut geslacht.

De fraaie witblauwe deur van deze kapel was wél open en ik ging even binnen piepen.

Daarna zette ik mijn wandeltocht verder, op zoek naar nog meer wit en blauw.

(wordt vervolgd)