Tussen glooiende heuvels. (5/5)

Na een kwartiertje te hebben gerust, een halve liter water te hebben gedronken en wat relaxerende ademhalingsoefeningen te hebben gedaan, was ik weer overeind geklauterd uit de grasberm en was ik klaar om mijn wandeltocht verder zetten, in de hoop dat ik nu het lastigste stuk van de Rooigemsebeek wandeling achter de rug had.
Het behoorlijk steile pad dat ik daarnet beklommen had mondde uiteindelijk op de rijweg naar Huise toe, het dorp waar ik deze wandeling was begonnen.
Tussen de huizen en de bomen door kon ik een glimp opvangen van de Huisekoutermolen. Daar moest ik nu naartoe.

Via een zijweg kwam ik op een breed grintpad terecht dat alweer de hoogte inging. Het pad bleek weer een fikse kuitenbijter dat eerst nog een brede bocht maakte…

… maar dan toch afstevende op de Huisekoutermolen .

Deze houten molen mag er best wezen. De oorspronkelijke Huisekoutermolen dateert reeds uit de 14e eeuw en stond hier ruim tien kilometer vandaan, in de gemeente Waregem.
In 1971 werd de molen in vervallen staat gekocht door een molendeskundige, naar hier overgebracht en gerestaureerd. Tegenwoordig is de molen weer helemaal maalvaardig.

Telkens als de molenaar aanwezig is kan je de molen bezoeken. Er worden hier zelfs cursussen voor molenaars in spe georganiseerd.
Ook die dag waren de wieken aan het draaien en kon je de molen bezoeken. Maar na al het klimwerk dat ik reeds in de benen had kon ik de moed niet meer opbrengen om nog eens die hoge, steile trap te beklauteren.

Dus hield ik mijn molenbezoek maar voor een andere keer en liet de molen achter mij.

De grintweg kwam uit op een kasseiweg die terug naar het dorpscentrum leidde. Voor ik het wist stond ik opnieuw aan de kerk van Huise.
Een natje of een droogje na de wandeling zat er toen nog niet in, want begin mei waren café’s en terrassen nog gesloten.

Al bij al vond ik dit een mooie wandeling. Maar het was niettemin een moeizame karwei voor een ouwe blogger zoals ik.
Morgen wordt ik alweer een jaartje ouder. Maar ik blijf in beweging. Om mijn verjaardag te vieren ga ik morgen weer een wandeling doen. Een kleintje maar. Dit keer één zonder hellingen, maar wél met koffie en taart achteraf en met allerlei lekkere versnaperingen en met een frisse pint bier, op het gezelligste terras dat ik maar kan vinden. 🙂

Tussen glooiende heuvels. (4/5)

Van zodra ik door het bosje heen was, begon mijn wandelpad alweer te klimmen. Nu waren er zelfs behoorlijk steile stukken te overwinnen. Ik bevond me hier aan de rand van de Vlaamse Ardennen en het landschap werd steeds heuvelachtiger.

Ik had net de dorpskern van Lede achter mij gelaten en nu volgde de wandelroute opnieuw stroomopwaarts de loop van de Rooigembeek in de richting van het dorp Huise, waar we onze wandeling waren gestart. Ik probeerde er toch flink de pas in te houden, want slenterend wandelen is nog vermoeiender voor de rug.

Na een tijdje kwam ik op een plateau uit, waar ik even op adem kon komen en vanwaar ik in de verte de kerk van Huise al zag staan. Maar mijn pad ging de andere richting uit.

De rust was van korte duur want daar lag alweer een volgende heuvelkam te wachten. Ik had de wandellus beter in omgekeerde richting gedaan. Dan was het de hele tijd bergaf geweest in plaats van bergop.

Achter de heuvelkam zag ik een een groot landbouwbedrijf net boven de horizon uitsteken. Ondertussen klom ik puffend verder.

Maar ik gaf niet op. Mezelf moed insprekend keek ik geregeld achterom om te zien welke afstand ik al had afgelegd. Doorwinterde wandelaars zouden dit wellicht een zalig parcours noemen.

Uiteindelijk kwam ik op een uitgestrekt, vlak plateau terecht. Ik bevond me al op een serieuze hoogte en werd hier beloond voor mijn inspanningen met een heel mooi vergezicht. Ik liet me neerzakken in de grasberm, leunend tegen een afsluitingspaal . Ik was dringend toe aan een kwartiertje pauze.

(wordt vervolgd)

Tussen glooiende heuvels. (3/5)

Het landschap in de vallei van de Rooigemsebeek was net zoals het weer die dag, zeer afwisselend. Kleine bossen, malse weilanden, akkers en wijde vergezichten volgden elkaar op.

Het kerkje van Lede, een deelgemeente van Wannegem-Lede en Kruisem kwam steeds dichterbij.

Het met betonnen tegels geplaveide wandelpad dat ik bewandelde, volgde nog steeds de loop van de Rooigembeek en maakte daarbij soms vreemde kronkels tussen de knotwilgen.

Uiteindelijk kwam het wandelpad uit op een straat die recht naar de dorpskern van Lede leidde.

In het dorpscentrum veranderde de weg algauw van asfalt naar kasseien waar al menig Flandriens zijn overgedokkerd. Volgens mijn routeplan moest ik net voor de kerk naar rechts.

Vanaf daar werd het een ander paar mouwen. Deze weg was wat men noemt “vals plat”. Het ging hier gestaag naar omhoog, niet spectaculair steil en voor getrainde wandelaars waarschijnlijk een fluitje van een cent, maar voor mij en mijn slechte rug toch belastend genoeg.
“Niet erg”, dacht ik, “dit is slechts een lastiger stukje van het parcours, dat haal ik wel”. Maar dat lastiger stukje was wel héél lang.

Onderweg kwam ik langs mooie huizen en villa’s. De mensen die hier wonen hebben vanuit hun tuin een prachtig uitzicht.

Na zowat een kilometer veranderde de asfaltweg in aarden pad, hier en daar wat aangevuld met grint. Het bleef maar in stijgende lijn gaan tot ik eindelijk het pad naar beneden toe zag wegduiken in een bosje dat voor me lag.
“Oef !” dacht ik, “het lastige stuk heb ik achter de rug”.
Maar dat bleek slechts “wishful thinking”.

(wordt vervolgd)

Tussen glooiende heuvels. (2/5)

Met goede moed en helemaal in m’n nopjes zette ik, op een zwaar bewolkte zondagnamiddag, mijn wandeling in Kruisem verder. Ik volgde een lus van de Rooigemsebeek wandelroute in de deelgemeente Huise. Het dorp had ik reeds een eind achter mij gelaten en ik was nu bij de bewuste Rooigembeek aangekomen, waarnaar deze wandelroute werd genoemd.

Aan de beek is onder het water her en der een “vistrap” aangebracht. Zo’n vistrap stelt vissen in staat om in dit heuvellandschap stroomopwaarts te zwemmen. Ze zwemmen als het ware van de ene trede naar de andere. Zo’n vistrap brengt ook extra zuurstof in het water.
Minder sportieve vissen of vissen met een zere rug nemen uiteraard de lift. 😛

Mijn wandelpad volgde een hele tijd de loop van de Rooigembeek…

… terwijl ik onderweg kon ik genieten van de verste vergezichten.

Maar op een gegeven moment ging het pad, via een houten brugje over de Rooigembeek, het bos in.

Bomen en struikgewas waren hier helemaal voorovergebogen en vormde bijna een tunnel waar het wandelpad doorheen liep.

Pas na een heel eind kwam ik terug in open terrein.

Net onder de takken van een rij bomen ontwaarde ik het kerkje van Lede, een ander dorp dat deel uitmaakt van Wannegem-Lede en ook tot de fusiegemeente Kruisem behoort.

Het kerkje van Lede, daar moest ik heen. So far, so good.

(wordt vervolgd)

Tussen glooiende heuvels. (1/5)

Het was vijf over één op de klok van de kerktoren van Huise, toen ik op zondag 2 mei de wagen parkeerde op het plein voor de kerk. Dit dorp, deelgemeente van Kruisem, ligt aan de rand van de Vlaamse Ardennen. Ik was naar hier gekomen om er een lus van de Rooigemsebeek-wandelroute te doen.
Wandelen is iets wat ik op aanraden van m’n kinesiste vaker zou moeten doen. Verderop in de Vlaamse Ardennen kan je qua landschap de mooiste wandelingen maken, maar daar heb je van die steile hellingen die mijn slechte rug al lang niet meer aankan. Ik heb het daar steeds moeilijker mee. Hier in de streek van Kruisem kan je genieten van een zacht glooiend landschap, weliswaar minder spectaculair maar met wandelpaden op mijn maat : redelijk vlak en goed begaanbaar.
Tenminste, dat dacht ik.

Achter de Romaanse Kerk van Huise die gewijd is aan twee verschillende heiligen, Sint-Petrus en Sint-Urbanus, zette ik eerst nog het mooie pastorietje uit 1853 op de foto.

En toen begon ik aan de wandeling. Vrouwtjelief had weekend-dienst in het rusthuis, waardoor ik hier op m’n ééntje mijn lichamelijke conditie moest trachten op peil te houden.
Het weer was wisselvallig. De zon speelde geregeld verstoppertje achter dikke wolken, maar zorgde ook voor enkele mooie opklaringen. Heel af en toe viel er een spatje regen, maar niets om je druk over te maken.
Ik begon aan de route langs een kasseiweg, die al meteen lichtjes afdaalde naar de vallei toe. Huise ligt immers op een heuveltop.

De kasseiweg bracht me naar de rand van het dorp.

Op een nogal dor uitziende heuvelflank net buiten het dorp stond een tamelijk vervallen boerderij. In de verte kwamen de wieken van de Huisekoutermolen nog net boven de heuvelkam gepiept. Daar ging deze wandeling uiteindelijk via een grote omweg heen.

Ik zette er flink de pas in en algauw kwam ik op de boerenbuiten terecht, langs uitgestrekte akkers waar ik al meteen kon genieten van mooie vergezichten.

Achter mij verdween de kerk van Huise langzaam maar zeker tussen de bomen aan de horizon. De route liep verder langs een wandelpad dat met betonnen tegels was geplaveid. Het pad was ideaal, vlak en goed begaanbaar en het zou me tot aan het volgende dorp brengen.

(wordt vervolgd)

Ierse en Britse Memorials in de Westhoek.

Omdat we nog niet meteen zin hadden om naar huis te gaan, waren we vanaf de Rijselpoort in Ieper richting Sint-Elooi en Wijtschate gereden. We zetten verder koers naar het dorpje Mesen.

We bevonden ons in het meest westelijke puntje, onderaan onze landkaart, vlakbij de Franse grens.

In Mesen hielden we halt bij de “Ierse Vredespark”, waar de Ierse toren staat. De toren herbergt de ‘war memorial books’ van John French (1922), waarin de namen staan van circa 49.000 Ierse mannen die stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De 30,5 meter hoge toren is ontworpen naar het voorbeeld van de traditionele Ierse round tower. In Ierland staan tal van deze ronde Keltische torens, alleen zijn de torens aldaar minstens duizend jaar ouder dan deze in Mesen.

De toren heeft een diameter van 6,3 m en heeft een kegelvormig dak. De stenen die werden gebruikt om de buitenkant van de toren te bekleden bestaat grotendeels uit Ierse breuksteen.
Het ontwerp heeft een uniek aspect dat ervoor zorgt dat de zon het interieur alleen verlicht op het 11de uur van de 11de dag van de 11de maand, de verjaardag van de wapenstilstand die de oorlog beëindigde.

Het Vredespark verwijst ook naar de bloederige Mijnenslag van Mesen in 1917. Toen streden katholieke en protestantse Ierse soldaten hier zij aan zij. Jongeren uit Ierland bouwden mee aan de toren, als teken van vrede en verzoening. Deze site biedt een prachtig zicht op het omliggende heuvelachtige landschap. Het Iers karakter van deze site wordt nog eens beklemtoond door de keltische opschriften op de buitenmuren.

De toren werd ingehuldigd op 11 november 1998 door president Mary McAleese van Ierland, koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk en koning Albert II van België.

Van Mesen reden we nog vijf kilometer verder naar het dorp “Ploegsteert”, dat vooral bekend is in de wereld van het wielrennen. Het parcours van de wedstrijd Gent-Wevelgem gaat voor een stuk over de befaamde “plugstreets” en Ploegsteert is ook het geboortedorp van de legendarische, maar tragische wielrenner Frank Vandenbroucke.
Wij hielden hier even halt bij het “Ploegsteert Memorial”. We parkeerden de auto naast een gezellig authentiek caféetje waar we enkele jaren geleden al eens hadden vertoefd, maar dat nu potdicht was vanwege covid.

Het Ploegsteert Memorial is een Brits oorlogsmonument. Het is opgetrokken op de Britse militaire begraafplaats Berks Cemetery Extension, net ten noorden van het dorpscentrum. Het monument herdenkt 11.390 Britse militairen die in deze omgeving sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar geen gekend graf hebben. Binnenin het cirkelvormig gebouw bevinden zich panelen waarin de namen van de gesneuvelden zijn gegraveerd.
Twee stenen leeuwen bewaken deze indrukwekkende herdenkingsplaats. Het Memorial werd ingehuldigd op 7 juni 1931 door Leopold III.

Net voorbij Ploegsteert kon je de grens over met Frankrijk, maar wij maakten rechtsomkeer en reden in plaats daarvan in de richting van Kortrijk en vandaar, via de autostrade, terug naar huis.