In de ban van de hertogin / 4

De boskapel

Wij bevonden ons in het bos van Wijnendale, net zoals Maria van Bourgondië en haar gevolg deden op die bewuste 13e maart 1482. Wij waren niet op jacht en reden ook niet te paard, zoals zij, maar stapten gewoon te voet door de lange dreven tussen stoere, oude zomereiken. De wandelpaden die het bos doorkruisen waren breed en geasfalteerd, maar het ruiterpad dat Maria destijds volgde lag er wellicht lang niet zo geëffend bij.

We wandelden een eind het bos in en na een hele tijd, toen we weer dichter in de buurt van het kasteel waren, kwamen we voorbij een begroeide heuvel, waaronder zich een ijskelder bevond. Een uitgesleten trap leidde naar de toegang tot de ijskelder.
Ik kreeg het ongelukkig idee om de trap te beklauteren. Dat had ik beter niet gedaan. De treden van de trap lagen wel een halve meter uit elkaar, waren glibberig en helden af naar beneden. Bovendien was de trap aan beide zijden afgebakend met prikkeldraad. Je kon je dus nergens aan vasthouden.
Mijn acrobatische talenten zijn bovendien niet meer wat ze geweest zijn. De trap bestijgen ging nog net, maar de trap afdalen bleek een hachelijke onderneming en even vreesde ik dat ik het nooit zou halen, maar het lukte me toch om zonder kleerscheuren terug beneden te komen.

Een beetje van ons melk gebracht vervolgden we onze tocht. Nauwelijks honderd meter verderop zagen we plots het kapelletje staan.
Vaak wordt dit boskapelletje aangeduid als de plaats waar Maria van Bourgondië van haar paard is gevallen en er wordt soms beweerd dat dit kapelletje ter hare gedachtenis hier is gebouwd. Maar dat klopt niet helemaal. Toen Maria van Bourgondië in dit bos op jacht was stond hier reeds een kapelletje, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Aan het kapelletje zijn talrijke volkslegendes verbonden.

De huidige kapel dateert van omstreeks 1770 en is als beschermd monument nog steeds een bedevaartsoord.

Volgens kroniekschrijvers uit de Bourgondische tijd, was het wel vlakbij het boskapelletje dat Maria van Bourgondië ongelukkig ten val kwam.

Tijdens de jacht zag Maria plots een reiger aan de overkant van een sloot, nabij de boskapel. Ze gaf haar paard de sporen en maande het aan om over de sloot te springen. Normaal vormde dat voor een ervaren amazone, zoals Maria, geen enkel probleem. Maar bij het neerkomen struikelde het paard over een boomstronk die uit de bevroren grond stak. Het paard gleed uit en viel. Ongelukkigerwijs kwam het dier bovenop haar terecht, met zijn volle gewicht op haar rechterzijde.
Haar man Maximiliaan en haar hele gevolg kwamen op haar toegeschoten, maar Maria was ondertussen weer overeind gekrabbeld. Ze klaagde niet en was schijnbaar ongedeerd. Zij liet zich weer in het zadel lichten en het gezelschap reed terug naar het kasteel. Maar toen Maria daar van haar paard stapte zeeg ze in elkaar. Iedereen was danig geschrokken en begreep meteen dat de toestand ernstig was. Maria werd, lijkbleek en kreunend van de pijn, op een draagbaar tussen twee paarden gelegd en in allerijl teruggebracht naar het Prinsenhof in Brugge, waar zij en Maximiliaan op dat ogenblik resideerden.

Wij konden hier in Wijnendale verder niet veel meer aanvangen. We wandelden terug naar de parking bij het kasteel, waar de auto stond en we lieten het kasteel van Wijnendale achter ons. We zouden de volgende dag naar Brugge rijden, de hertogin achterna.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo, uitgegeven door De Bezige Bij
Brugseommeland.be
Illustraties : Wikimedia Commons (publiek domein)

In de ban van de hertogin / 3

Rondom het kasteel

Maria van Bourgondië en haar man Maximiliaan van Oostenrijk stonden vertrekkensklaar voor het kasteel van Wijnendale, samen met hun gastheer Adolf van Kleef-Ravenstein en met een resem andere edellieden, waaronder Engelbert van Nassau en Lodewijk van Gruuthuse. Ze waren met z’n allen op het kasteel uitgenodigd voor een jachtbanket dat door de jacht zelf werd voorafgegaan.
Ze gaven hun paarden de sporen en reden in een boog omheen het kasteel, het bos van Wijnendale tegemoet. De jacht kon beginnen.

Ook wij stonden klaar voor het kasteel van Wijnendale om hun sporen te volgen. Vooraleer wij vertrokken raadpleegden we eerst nog even een plattegrond van het kasteeldomein. Weliswaar een plattegrond uit de Flandria illustrata, het encyclopedisch boek van Antonius Sanderius, uit 1641, toen het domein er nog ongeveer hetzelfde uitzag als toen Maria van Bourgondië hier 150 jaar eerder was.
Maar sindsdien is hier toch wel een en ander veranderd.

Onder een lange rij bomen volgden wij het kaarsrecht wandelpad dat evenwijdig met het kasteeldomein is aangelegd. De akkers en velden om ons heen waren in de tijd van Maria van Bourgondië allemaal eigendom van de kasteelheer.

Hier en daar zagen we tussen de bomen en het struikgewas, resten van de vroegere omwalling omheen het kasteeldomein.

De akkers naast het wandelpad strekten zich uit, zover het oog kon reiken.

Het zitbankje naast de wandelweg dateerde volgens mij niet uit de Bourgondische tijd, maar eerder uit de tijd van de Flinstones. 🙂

We kwamen bij de restanten van een oude inrijpoort aan de achterkant van het kasteel, dat nu met een ijzeren hek is afgesloten.

Hier konden ook nog resten zien van een stuk omwallingsmuur langs een diepe gracht, die helemaal droog stond. In de verte, tussen de bomen zagen we het kasteel staan.

We naderden nu het bos van Wijnendale.

Dat deden ook Maria van Bourgondië en haar gezelschap. Maria was een ervaren ruiter. Als kind leerde ze reeds paardrijden en ze had al vaak aan jachtpartijen deelgenomen. Ze droeg op haar hand steevast een valk die voor haar op verkenning vloog tijdens de jacht.
Volgens kroniekschrijvers had Maria er zin in die dag. Ze had het onbesuisde enthousiasme geërfd van haar vader. Ze reed zelfs voorop, het Wijnendalebos in.
Het zou haar laatste jachtpartij worden.

Maria van Bourgondië tijdens de jacht. Afbeelding uit de “Exellente Cronyke van Vlaenderen” (15de eeuw) / Gruuthuse museum Brugge

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Historiek.net
Illustraties :

Wikimedia Commons (publiek domein)
Flandria Illustrata (UGent)
(publiek domein)

Heen en weer met de Bathio. (3/3)

Ik was het brugje over de Rekkelingebeek overgestoken en kwam in de Leiemeersen terecht, waar ik meteen werd aangemaand om van de natuur te genieten. Ik deed m’n best.

Aan m’n linkerkant ontwaarde ik in de verte een oude hoeve. Het probleem was dat ik aan die kant pal tegenin het zonlicht moest fotograferen en ik was thuis m’n zonnenkap voor de lens vergeten in m’n tas te steken.

Aan m’n rechterkant stelde dat probleem zich niet.

Mijn wandelweg leidde me uiteindelijk tot aan de afslag naar de boerderij toe. Wat verder kwam de weg uit op de grote baan naar Gent. Ik besloot om hier m’n wandeling maar te beëindigen, want ik moest nog het hele stuk terug naar Astene Sas, waar ik m’n fiets had achtergelaten.

Dus keerde ik op m’n stappen weer en moest ik nogmaals de overzet met de Bathio trotseren. En dat terwijl mijn arm nog moe was van het draaien aan het wiel tijdens de eerste oversteek. Maar deze keer had ik meer geluk. Twee jongemannen moesten ook naar de overkant en wilden net van wal steken. Ik kon lekker als passagier met hen mee terwijl zij het draaiwiel voor hun rekening namen. 🙂
Soms kan het ook al eens meezitten in het leven.

Aan de overkant wandelde ik verder, langsheen de mooie oude meanders van de Leie.

Eenmaal terug aangekomen bij Astene-Sas ging ik nog even verpozen met een fris drankje op het terras van het Oud Sashuis.

En dan stapte ik op m’n fiets en reed langs nog meer van die mooie Leiemeersen terug naar huis. Qua conditietraining was het voor die dag wel genoeg geweest.

Heen en weer met de Bathio. (2/3)

Er is in Bachte-Maria-Leerne altijd al een veerdienst geweest. Tijdens de oorlogen in de zestiende eeuw stonden zelfs soldaten in voor de bewaking van de overzet.
Maar of men toen ook al aan een wiel moest draaien om het pont van de overkant naar zich toe te trekken, weet ik niet. Ik draaide me een lamme arm aan het wiel en een kwartier later lag het pont aan mijn kant aangemeerd. Oef ! So far, so good.
Op het ponton zelf stond ook zo’n wiel, waarmee ik dan het ding en mezelf naar de overkant kon draaien. Ik veegde met m’n zakdoek het zweet van m’n voorhoofd, stapte op het wiebelend veerpont en begon opnieuw te draaien.

Langzaam maar zeker kwam mijn tuig los van de oever. Daar aan die rode reddingsboei had ik vijf minuten eerder nog gestaan.

Toen ik ongeveer in het midden van de rivier was moest ik even op adem komen. Ik liet het wiel los, liet het pont was dobberen en genoot van het uitzicht over het water. Ik deed wat kine-oefeningen door met m’n armen te zwaaien om m’n pijnlijke schouders los te maken. Ik wiebelde ook wat met m’n heupen om de pijn in m’n onderrug te verlichten terwijl ik ondertussen wat ademhalingsoefeningen deed. Het moet een belachelijk zicht zijn geweest, maar er was toch niemand in de buurt.
Na tien minuten kon ik er weer tegen en draaide ik verder aan het wieletje.

Intussen was aan de overkant een meisje komen aangefietst. Gelukkig had ze me daarnet niet bezig gezien, toen ik nog mijn kine-oefeningen aan het doen was. Het meisje moest blijkbaar de andere kant uit. Ze bleef een tijdje aan de oever staan kijken hoe ik m’n laatste meters over het water aflegde. Ik was nauwelijks van het veerpont gestapt of het meisje fietste het pont op, knikte even gedag en begon toen verwoed aan het wiel te draaien. Ik had de indruk dat ze gehaast was.

Aan de overkant bevond ik mij nu op het grondgebied van Bachte-Maria-Leerne. Ik zette mijn wandeling verder. Eerst kwam ik voorbij een hotel. Een bijenhotel, weliswaar.

En dan kwam ik aan het brugje over de Rekkelingebeek. De beek waaraan op 15 juli 1325 een historische veldslag werd uitgevochten tussen de Gentenaren en de Deinzenaren. De Gentenaren wilden toen voor eens en voor altijd afrekenen met die lastige Deinzenaren, maar het pakte anders uit. Ze zijn er daar in Gent nog steeds niet goed van. 🙂

Vanop het brugje zag ik dat de Rekkelingebeek helemaal onder de eendenkroos zat.

Ook aan de andere kant van de brug, waar de beek zich verder door de Leiemeersen kronkelt.

Ik had best nog wel wat zin om verder te wandelen langsheen de Leiemeersen, dus stak ik het brugje over.

(wordt vervolgd)

Heen en weer met de Bathio. (1/3)

Om mijn conditie een beetje op peil te houden was ik een tijdje geleden op wandel langs de oude meanders van de Leie, tussen Astene en Bachte-Maria-Leerne.

Ik had Astene Sas achter mij gelaten en bevond mij op het grondgebied van Vosselare, één van de 17 deelgemeenten van de stad Deinze. Ik stapte flink door langs de mooie wandelwegen die onze streek rijk is.

Ik liep in de richting van Vosselareput, een afgebakend deel van een oude Leiearm dat reeds sinds mensenheugenis dienst doet als openluchtzwembad. Dat er heel wat plannen zijn om van deze omgeving een toeristische topper te maken bewees dit infobord dat ik onderweg tegenkwam.

De zwempoel lag verborgen achte hoge hagen en aangezien ik niet van zwemmen hou wandelde ik er gezwind voorbij. Ik volgde het bordje met de pijl en het bootje. Dit bord wees de richting aan naar het veerpont over de Leie.

De overzetplaats aan de Leie zat een beetje verborgen achter het riet.

Maar uiteindelijk kwam ik bij het veerpont dat de naam “Bathio” meekreeg. Men heeft dit veerpont zo genoemd naar de oude Germaanse benaming voor de gemeente Bachte-Maria-Leerne. In de Sint-Pietersabdij van Gent zijn oude documenten gevonden uit het jaar 820, waarin de naam Bathio reeds wordt vermeld.

Iemand had van thuis uit z’n eigen “veerplank” meegenomen om er de Leie mee over te steken.

Maar zij die denken hier een veerboot aan te treffen, komen bedrogen uit. Bathio is een trekveer, met zelfbediening. Gelukkig is het anders dan het veer in Machelen-aan-de-Leie. Hier hoef je niet aan de touwen te trekken. De dubbele touwen waarmee men het pont heen en weer kan trekken, zijn hier verbonden met een wiel. Je hoeft dus enkel maar aan het wiel te draaien.
Het ponton lag natuurlijk aangemeerd aan de overkant (zal je altijd zien), dus moest ik het eerst naar deze kant draaien. Ik aarzelde eerst even. Pfff… dat leek me een lastige karwei te worden. Dat ponton woog waarschijnlijk minstens een halve ton. Als conditietraining zou het wel kunnen tellen. Aangezien ik hier moederziel alleen was (de surfer was inmiddels verdwenen), was er niemand die mij tijdens het draaien een keertje kon aflossen. Ik voelde mijn rug nu al zeer doen.
Maar wij mannen van de Leiestreek zijn geen doetjes natuurlijk. Ik zou dat varkentje meteen een keertje gaan wassen.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (8/8)

Vanaf het huis van Gerard Reve zetten mijn vrouw en ik het laatste stuk in van de wandelzoektocht die deze zomer in Machelen aan de Leie werd georganiseerd.
Via een zijstraat van de Posthoornstraat maakten we eerst nog een ommetje langs “Villa De Cock”, met c.o.c.k.

Omdat bij de villa een quizvraag moest worden opgelost, ga ik daar verder niet veel over vertellen.
Na het oversteken van de steenweg van Gent naar Kortrijk, kwamen we dan in de Dorpsstraat terecht, waar we de kinepraktijk passeerden waar ik wekelijks langsga voor een oplapbeurt. Niet dat er aan mij nog veel op te lappen valt. Van een oude sloep kan men immers geen speedboot meer maken. 🙂

Een beetje verder in de Dorpsstraat staat de “mannekesschoole”, of in het Nederlands de “jongensschool”. Zo was het vroeger althans. Nu is het nog steeds een school, voor leerlingen van het lager onderwijs. Maar meisjes zijn er nu eveneens welkom.
Hier moest alweer een quizvraag opgelost worden en moesten we zien te achterhalen waarvoor de turnzaal van de school vroeger diende.

Vlak naast de school ligt het Frans militair kerkhof.
Tussen 18 en 31 oktober 1918 werd er zwaar gevochten in de Leiestreek. Franse troepen deden er alles aan om de Duitsers te verdrijven van hun posities en langs beide zijdes waren de verliezen enorm. Na de gevechten lagen de slachtoffers her en der begraven in de velden. Het gemeentebestuur van Machelen besloot om de gesneuvelde Franse troepen een eigen begraafplaats te geven. Het ‘Frans kerkhof’ werd ingericht op een stuk grond naast de gemeenteschool. 750 gesneuvelde soldaten hebben hier een laatste rustplaats gevonden.
Hier staan 750 grafzerken, maar er is er maar ééntje waarop ook een foto staat van de gesneuvelde soldaat. Voor de quiz moesten wij de naam van die soldaat zien te vinden.

Omdat ik véél te goed ben voor deze wereld, geef ik voor één keer het antwoord op deze quizvraag mee.

Nog wat verder in de Dorpsstraat staat dit intrigerend huis. Iedere keer als ik er langskom blijf ik even staan om naar het huis te kijken. Het is zo’n ouderwets gezellig herenhuis met een boomgaard ervoor en met een mooi smeedijzeren balkon boven de voordeur.

Het mooiste huis van Machelen staat nog wat verder in de Dorpsstraat. Het is het herenhuis van Gustaaf Dauwe, de vroegere dorpsdokter. Vanop de straatkant is er echter niets meer te zien van het huis. Het zit verscholen achter een grote rij hoge bomen, bijna een half bos. Enkel bij het toegangshek kan je een glimp opvangen van de orangerie die bij het huis hoort.
Dokter Dauwe was een gekend figuur in Machelen-aan-de-Leie. In de tuin die bij het huis hoort zou ook nog een fragment te zien zijn van een middeleeuwse vierschaar.

En zo naderden we weer het dorpscentrum.

Aan onze rechterkant stond nog een mooie villa die nog dateert uit de jaren ’20 van vorige eeuw. Momenteel woont kunstschilder Martin Wallaert in deze villa en heeft er ook zijn atelier in ondergebracht. De kunstschilder verhuisde vorig jaar van ’t biechtstoeleke, het oudste, piepkleine huis van het dorp, naar deze riante villa. Dat maakt voor hem waarschijnlijk wel een groot verschil.
Naast het huis staat het “Reve-muurtje”, een klein muurtje in witte steen, waarop een gedicht is gebeiteld van Gerard Reve. De schrijver zelf ligt begraven op het nieuwe kerkhof, een eind buiten het dorpscentrum. Hij ligt daar een beetje eenzaam en verlaten.
In de Nederlandse pers werd vroeger al eens geklaagd over het feit dat hun schrijver zonder veel eerbetoon begraven ligt in een godvergeten gat aan de Leie. Daar is wel iets van aan. Maar sinds Joop Schafthuizen, de partner van Reve, in 2003 werd veroordeeld tot 7 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het aanranden van een dertienjarige buurjongen en het in bezit zijn van kinderporno, is men in het dorp waarschijnlijk niet meer zo opgezet met deze twee snoeshanen.

Wat verder kwamen we aan de rotonde, waar op de hoek nog een merkwaardig huis staat.
Het is het geboortehuis van kunstschilder Roger De Backer (1897-1984). De schilder bleef er tot 1944 wonen. Het herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl werd in 1843 gebouwd. De gecementeerde gevel is doorheen de jaren weinig veranderd. Tijdens de bevrijding werd de voorgevel beschoten door onbekenden. De inslagen zijn op deze foto niet te zien, maar wie vlak voor het huis staat kan ze opmerken.
Roger De Backer was een impressionist en luminist. Hij ging in de leer bij de grote Leiekunstenaar Modest Huys. Zijn werken zijn over de hele wereld verspreid, maar zijn ook te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Temidden van de rotonde staat de Vredesboom en het oorlogsmonument, ontworpen door de bekende beeldhouwer Antoon Van Parijs. Vorig jaar, in september, maakte ik hier deze foto ter gelegenheid van 100 jaar vredesfeesten.

Niet ver van de rotonde staat het oud gemeentehuis, met daarachter feestzaal “De Gulden Poort”, de plaats waar we aan deze wandelzoektocht waren begonnen.
Het zat erop. Alle vragen waren beantwoord. Met dank aan mijn dierbare echtgenote, natuurlijk. Als ik een fiets zou winnen met deze prijskamp dan mag zij er ook een keertje mee rijden. 😉

We hebben hoe dan ook genoten van onze zoektocht door dit dorp. Machelen-aan-de-Leie is misschien niet zo pittoresk zoals de Leiedorpen Deurle of Sint-Martens-Latem, maar het is nog een heus dorp, waar het soms lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan, maar dat toch helemaal mee is met z’n tijd. Een dorp waar het heerlijk rustig kan zijn, maar soms ook gezellig druk, waar de mensen vriendelijk en behulpzaam zijn en waar men z’n buren nog kent. Een dorp waar cultuur en tradities in ere worden gehouden, maar waar iedereen welkom is.
Kortom, een dorp ten voeten uit.


Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie en Schelde

Een dorp ten voeten uit. (7/8)

We waren nog steeds de wandelzoektocht aan het doen in het Leiedorp Machelen. Het routeplan had ons naar de rand van het dorp gebracht. Op het kruispunt van de Molenkouterstraat met de Donkerstraat staat een kapelletje waar een geschiedenis aan verbonden is.
Dit kapelletje werd gebouwd in 1876. Het maakte toen deel uit van de molenaarswoning met daarbij behorend een houten staakmolen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog haalden de Duitse bezetters het in hun hoofd om hier een vliegveld aan te leggen. Daarvoor moesten de houten staakmolen en molenaarswoning verdwijnen. Alles werd met de grond gelijk gemaakt, alleen het kapelletje bleef gespaard.
Van het vliegveld is, voor zover ik weet, uiteindelijk niet veel terecht gekomen. Daar is in elk geval geen spoor meer van terug te vinden. Maar het kapelletje is gebleven en werd in 2014 helemaal gerestaureerd.

Het deurtje van het kapelletje stond open, dus kon ik het niet laten om even binnen te piepen.

Het laatste gedeelte van de wandelzoektocht was in afstand ook het langste gedeelte. De organisatoren hadden ervoor gezorgd dat wij nog eens flink de benen konden strekken.
Aanvankelijk leidde dit laatste stuk voornamelijk door de woonwijken aan de rand van het dorp.

Maar uiteindelijk kwamen we op de boerenbuiten terecht.

De route kwam uit bij de spoorwegbedding. Treinen denderen hier tussen Gent en Kortrijk voorbij.

En zo kwamen we bij de overweg aan de herberg “De Avonden”. Dit café werd zo genoemd naar de bekendste roman van Gerard Reve.
Gerard Reve was een belangrijk Nederlandse schrijver uit Amsterdam, die na een aantal omzwervingen door Frankrijk, in 1993 hier in Machelen neerstreek, samen met zijn levenspartner Joop Schafthuizen, en hier ook bleef wonen tot aan zijn dood in 2006.

Maar behalve de titel van het boek, heeft het café verder niet veel met Gerard Reve te maken. Toch heeft ook deze herberg een bijzondere geschiedenis. Het café is ondergebracht in het vroegere stationsgebouw van Machelen.
Op 20 augustus 1917, stipt om 9 uur ’s ochtends, stapte hier niemand minder dan de Duitse keizer Wilhelm II van de trein. Er zijn toen een aantal foto’s genomen die dat bewijzen. De keizer werd in Machelen verwelkomt door Friedrich Sixt von Armin, opperbevelhebber van het Duitse 4e leger.
Enkele maanden later, op 23 december 1917, kwam de Duitse keizer nog een tweede keer op bezoek in Machelen en schouwde er toen zelfs de troepen.

Herberg “De Avonden” mag dus een historische plaats genoemd worden. Aan het café sloegen wij de hoek om en wandelden we de Posthoornstraat in, die ons terug naar het dorpscentrum zou leiden.

Wat verder, in huis nummer elf, dat een beetje achteruit verscholen staat tussen bomen en sparren en een ietwat verwilderde voortuin, woonde Gerard Reve. Hij leidde hier, samen met Joop Schafthuizen, een teruggetrokken bestaan. Gerard Reve schreef in zijn boeken onverbloemd over de homoseksuele liefde en in het dorp werd gefluisterd dat er in dit huis buitensporige dingen gebeurden.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (6/8)

Op onze wandelzoektocht door het dorp Machelen waren mijn vrouw bij het Roger Raveelmuseum aangekomen. Omdat dit museum deel uitmaakt van de biënnale van de schilderkunst, die deze zomer in de Leiestreek wordt georganiseerd, gingen we binnen eens een kijkje nemen.
De benedenverdieping van het museum is volledig aan het thema van de biënnale gewijd (binnenskamers), terwijl op de bovenverdieping de vaste collectie te zien is met vooral werken van de grootmeester zelf.
Nu moet ik eerlijk bekennen dat het werk van Roger Raveel, niettegenstaande zijn wereldwijde faam, nooit echt mijn ding is geweest. Maar wie ben ik, om daarover te oordelen ?

Voor we het museum verlieten gingen we eerst nog even een kijkje nemen in de achtertuin van het museum.

Een half uurtje later stonden we opnieuw aan de buitenkant van het moderne gebouw, dat aan de binnenkant een heel bijzondere architectuur heeft en aan de buitenkant fel contrasteert met de kapel van het oude klooster dat er recht tegenover staat.

Vandaar wandelden we naar het pleintje naast de Kloosterstraat, waar zich een kleine speeltuin bevindt en waar een arduinen ping-pong tafel staat. Het correcte Nederlandse woord is een beetje raar, vind ik : tafeltennistafel. Dat is natuurlijk omdat je op een tennistafel tafeltennis speelt. 🙂

Er zijn hier ook enkele petanque-banen aangelegd. In een normale zomer worden hier vaak petanque-toernooien gespeeld. Maar in deze corona-tijden ligt dit pleintje er meestal verlaten bij.

Op deze plaats moesten verder geen vragen of fotopuzzels meer worden opgelost. We keerden terug naar de Petegemstraat. Terwijl achter ons een dikke, grijze wolk kwam opzetten, passeerden we nogmaals café ”’t Tonneke”. Ook de andere kant van de straat was afgesloten voor doorgaand verkeer, maar te voet konden wij erdoor.

De sombere wolk kon ons niet inhalen, noch de pret bederven. Op het kruispunt van de Petegemstraat met de Molenkouterstraat staat het merkwaardig huisje, waarin een piepklein winkeltje met allerlei prullaria is in ondergebracht. Maar die namiddag leek alles in het dorp wel potdicht, zo ook het winkeltje. Het dorp leek wel in lockdown, maar het was gewoon een rustige maandagnamiddag, vlak na afloop van de dorpskermis.

Vanaf hier begon het laatste gedeelte van deze wandelzoektocht, dat ons weer een eindje buiten de dorpskern zou brengen.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (5/8)

Mijn vrouw en ik waren dus de wandelzoektocht aan het doen, die deze zomer in Machelen wordt georganiseerd en we waren intussen op het Leieplein aangekomen. Op de hoek van het Leieplein met de Karperstraat staat een huis waar vroeger “De Karper” was gevestigd, een dorpscafé dat vele jaren lang werd uitgebaat door twee zussen. Deze zussen vormden het onderwerp van één van de quizvragen die bij deze zoektocht hoorden. We moesten de namen van de zussen zien te achterhalen. Ze hebben het ons echt niet gemakkelijk gemaakt, daar in dat dorp aan de Leie.
De Karper heeft inmiddels zijdelings achteraan een moderne aanbouw gekregen (niet te zien op de foto) waarin nu een restaurant is gevestigd.
Wij wandelden verder de Karperstraat in.

Halfweg de Karperstraat staat het “Biechtstoeleke“. Zo wordt het oudste huisje van Machelen genoemd. Het huisje dateert van de 17e eeuw. Ooit woonde er een chirurgijn. Later was het ook een bakkerijtje en een kruidenierswinkeltje. Tussen de winkelruimte en de leefruimte was een muur gebouwd met een kleine opening waardoor men kon zien of er klanten in de winkel stonden. Het luik in de muur deed een beetje denken aan een luik in een biechtstoel, vandaar de naam van het huisje.
In het huisje heeft lange tijd kunstschilder Martin Wallaert gewoond. Maar die is vorige jaar verhuisd naar een andere plek in het dorp. Momenteel woont er iemand die houten muziekinstrumenten maakt.

Een brouwerij uit de buurt brouwt op kleine schaal een ambachtelijk bier met dezelfde naam als het huisje. Een biechtstoeleke schijnt een zeer verfrissend biertje te zijn met een rijke smaak en een licht alcoholgehalte en wordt naar verluid bij de poort naast het huisje sporadisch aangeboden.

Omtrent het biechtstoelke werden geen quizvragen gesteld, dus liepen we hier voorbij. Aan het einde van de Karperstraat, op het kruispunt met de Gildestraat, kom je bij het Roger Raveelmuseum, niet te verwarren met het atelier van de kunstenaar, dat we vroeger op deze wandeling tegenkwamen. Maar voor we naar het museum toe gingen, liepen we eerst nog even verder tot aan het dorpspleintje.

Op het dorpspleintje staat sinds jaar en dag het café/brasserie “De Afspanning”, dat op deze stille namiddag gesloten was.

“De Afspanning” is reeds te zien op heel oude foto’s van het dorp. Zoals op de foto hieronder, die dateert van omstreeks 1900. Op de kerktoren staat nog een kleine, wat afgeknotte spits. In 1914 was men begonnen met het bouwen van een grotere spits op de kerktoren, maar die werd in 1918 alweer kapot geschoten tijdens een Duits bombardement.
In die tijd was de afspanning deels herberg en deel gemeentehuis.

Aan de andere kant van het dorpspleintje, bij het begin van de Petegemstraat, staat het “Tonneke”. Nog zo’n gezellig dorpscafé dat hier al heel lang staat. In de jaren ’50 en ’60 van vorige eeuw werden hier reeds “carambole wedstrijden” gehouden, wat nu nog altijd gebeurt.
Doordat het cafeetje niet zo groot is en ook geen buitenterras heeft, was er een probleem met de huidige corona toestanden. Daarom heeft de burgemeester de Petegemstraat laten afsluiten en kan de herbergier op de straat een terras open stellen en zo wat meer volk ontvangen, terwijl iedereen op virus-veilige afstand van elkaar kan blijven. Te voet kan je nog steeds de straat in, maar voertuigen dienen hier voortaan en tot nader order de pijlen van de wegomlegging te volgen.

We zouden hier later nog eens langskomen, om onze zoektocht verder te zetten. Maar eerst keerden we op onze stappen terug naar het Roger Raveelmuseum, waar schuin tegenover de ingang alweer een “zuil van Raveel” staat.

Het Roger Raveelmuseum maakt eveneens deel uit van het drieluik van de biënnale van de schilderkunst, waar ik het vorige week reeds over had. Daarom wilden wij binnen wel eens een kijkje gaan nemen.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (4/8)

We hadden onze hoop gevestigd op Sint-Cornelius, ervan overtuigd dat hij ons kon helpen bij onze wandelzoektocht in Machelen en met de moeilijke quizvragen die ermee gepaard gingen. Maar het bleek dat we aan de heilige man ook niet veel hadden.
We verlieten dan maar de kerk langs de pittoreske oude trap, achteraan het kerkhof en kwamen zo op het plein aan de Leie terecht, dat heel toepasselijk het Leieplein heet.

De kerk van Machelen is schilderachtig gelegen aan de Leie. Maar aan de waterkant stonden extra terrassen opgesteld om de plaatselijke horeca de kans te geven een centje bij te verdienen in deze moeilijke corona tijden.
Maar de terrassen stonden in de weg om een foto te nemen van de kerk aan het water. Daarom heb ik, ter illustratie, een foto uit mijn archief opgediept. De foto dateert van 2009 en nam ik op een mooie, maar frisse lenteochtend.

Maar die namiddag was het heerlijk wandelweer. Zo’n twintig graden en afwisselend bewolkt en zonnig. Heel wat anders dus dan de tropische temperaturen die we nu meemaken.
We hadden er zin in en we maakten zelfs een ommetje langsheen de andere kant van de kerkhofmuur, waar op een privaat terrein ernaast een molensteen stond.

Deze kant van de muur omheen het kerkhof lijkt minder oud, maar is toch ook al behoorlijk oud. Honderdtwintig jaar geleden schilderde Emile Claus op deze plek “de communicanten“.

We keerden terug naar het Leieplein omdat we daar nog een stukje van de fotopuzzel dachten te vinden. Er staat een huis waarvan de rolluiken bijna altijd naar beneden zijn. Ik denk zelfs dat het niet meer bewoond is. Het is nochtans een mooi huis, maar ik kon er verder geen informatie over vinden.
Ook voor wat de fotopuzzel betreft zaten we hier op een verkeerd spoor.

Op de hoek van het Leieplein met de Karperstraat stond een groot bord dat uitnodigde om deel te nemen aan de zomerzoektocht in het dorp. Da’s waar wij mee bezig waren. Het gedeelte van de zoektocht die voor kinderen is bestemd en waarbij langs het parcours allerlei verstopte stripfiguurtjes moeten worden gezocht, sloegen wij over. Veel te moeilijk voor ons.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (3/8)

Het Roger Raveelpad had ons langs de Leie, doorheen een klein bos, terug gebracht naar het dorpscentrum. Achter de bomen zagen we de kerk links van ons opdoemen. Mijn vrouw en ik hadden er al een gedeelte van de wandelzoektocht, die deze zomer in Machelen-aan-de-Leie wordt georganiseerd, opzitten. Maar er was nog een hele weg te gaan en er moest nog een en ander gepuzzeld worden.

Vlak voor de kerk werden we plots omgeleid langs een erg smal pad omheen de oude kerkhofmuur. We waren genoodzaakt om achter elkaar te blijven. Gelukkig kwamen er geen tegenliggers ons tegemoet.

Naar het einde toe werd het pad wat breder en de muur wat lager en hadden we een mooie kijk op de leibomen die aan de andere kant van de muur staan en op fraaie wijze de strook tussen de muur en de achterzijde van de kerk afzomen.

Zo liepen we in een halve cirkel omheen de kerk tot we uiteindelijk bij de ingang van het oude kerkhof kwamen.

Bij de ingang van het kerkhof staat een lijkenhuisje dat, voor zover ik weet, niet meer als dusdanig wordt gebruikt, maar wellicht dienst doet als opberghokje voor de mensen die de begraafplaats onderhouden.
Maar ik was er toch niet helemaal gerust in. Stel je voor dat dat deurtje plots open ging …

Wandelend op het kerkhof kwamen we bij de hoofdingang van de Sint-Corneliuskerk. Ooit was deze kerk een bedevaartsoord omdat hier de relieken worden bewaard van de heilige Cornelius. De broederschap of gilde van Sint-Cornelius en Ghislenus, die in Machelen reeds in 1423 werd opgericht, waakte over de relieken. Tot in de jaren ’20 van vorige eeuw kwamen pelgrims van heinde en ver naar hier om hulp af te smeken bij de heilige Cornelius tegen stuipen en vallende ziekten.

Hier moest één van de veertien quizvragen worden opgelost die bij de zoektocht horen. Er werd gevraagd wie de laatste onderpastoor was die in deze kerk dienst deed. Daar waar katholieke parochies nu nog amper een pastoor hebben, hadden ze vroeger niet alleen een pastoor, maar ook nog een onderpastoor.
Wij hadden geen idee wie die onderpastoor van Machelen kon zijn geweest of hoe we zijn naam te weten konden komen. Daarom gingen we eens piepen binnen in de kerk.

Sint-Cornelius kon ons niet helpen. Stuipen hadden wij nog niet, al kregen we die bijna na lang vruchteloos zoeken naar de naam van die dekselse onderpastoor. Of we het antwoord uiteindelijk hebben gevonden, zeg ik lekker niet.

(wordt vervolgd)

Een dorp ten voeten uit. (2/8)

Mijn vrouw en ik waren de wandelzoektocht aan het doen die deze zomer in Machelen-aan-de-Leie wordt georganiseerd, waarbij mijn vrouw zich enkel hoefde te ontfermen over het routeplan, de bijhorende quiz-vragen en de fotopuzzel, terwijl ik al de rest deed. 🙂
We waren intussen bij de oude Leiearm aangekomen. Vandaar volgden we het “Roger Raveel wandelpad“, dat aan de overkant van het water terugliep in de richting van de dorpskern.

Het Roger Raveelpad volgt een tijdje de stroom, maar wijkt op een bepaald punt af en duikt een bosje in. Het is niet echt een bosje, maar een klein natuurgebied dat hier langs de oude Leiearm is gelegen en zijn voortbestaan dankt aan Roger Raveel, die destijds op zijn eigen wijze, toen ie in de jaren ’70 met z’n vlot de Leie af voer tot in Astene, de aandacht van de overheid trok op het belang en de waarde van de natuur aan de Leiemeanders. Zonder de inzet van Raveel liepen wij nu waarschijnlijk op een parking achter een rij appartementsblokken. Maar nu doken wij dus het bos in.
Volgens de routebeschrijving moesten we over een houten brugje, wat uiteindelijk slechts een houten loopplank bleek te zijn. Hier stroomt een klein beekje en dat bleek ook een deel van de fotopuzzel te zijn, die aan de zoektocht is gekoppeld. Wat hier moet worden gezocht, daarover kan ik niets zeggen natuurlijk.

Uiteindelijk kwamen op een verhard wandelpad dat ons naar de overzet bracht.

Dit veerpont aan de Leie bestaat uit een vlot dat vast hangt aan een dubbel touw. Door aan het bovenste touw te trekken haal je het vlot naar je toe. Met het onderste touw trek je het vlot en jezelf naar de overkant. Heel vindingrijk dus. Een reddingsboei staat klaar voor het geval je erin slaagt om het vlot halfweg de rivier te doen om kantelen. Aan de Leie is men op alles voorzien.

Wij bleven echter op het droge. Van hieruit zagen we opnieuw de kerktoren staan. Een groot deel van deze zoektocht draait gewoon omheen de kerktoren. Schrik om te verdwalen hoeft men dus niet te hebben.

Het bosje lieten we achter ons en het Raveelpad bracht ons wat verder langs een mooie villa met een prachtige tuin. In deze tuin stond weer iets dat deel uitmaakte van de fotopuzzel. Maar ook daarover kan ik niets verklappen. Snoodaards liggen op de loer.
Vanaf hier wandelen we een volgende keer weer verder.

(wordt vervolgd)