Een Latemse wandeling. (5/5)

Onze wandeling door Sint-Martens-Latem liep stilaan naar z’n eindpunt. We waren inmiddels in de Baarle-Frankrijkstraat gekomen, waar het Torenhuis staat. Dit immens huis was ooit het woonhuis en atelier van kunstschilder Albert Servaes.

Het huis ligt op een verhoogde berm, langs een smal straatje. Dat maakte het bijzonder moeilijk om het huis te fotograferen. Wat opvalt aan het huis is de toren met bovenaan enkele vensters. Daar had Servaes zijn tekenzolder met een panoramisch uitzicht over de Leiemeersen. Achter de toren lag nog een tweede atelier, 18 meter lang, 8 meter breed en 11 meter hoog met hoge rechthoekige vensters. Een enorm werkdomein voor de kunstenaar.
Van dat alles was vanuit het smalle straatje weinig te zien. Het huis werd overigens in 1982 verkocht en omgebouwd tot een hotel.

Vanaf het Torenhuis leidde de bewegwijzering van de route ons naar de Eikeldreef. Deze vrij lange, smalle straat, afgezoomd met eiken en beuken, voert dwars door het oude Sparrenbos waarvan nu maar weinig meer overblijft.

Achter de hoge hagen en boomgaarden in deze straat staan talrijke rijke villa’s waarvan men geen glimp kan opvangen. Ik vond dit het meest ongezellige stuk van de wandeling. Je voelt je hier als wandelaar een indringer. Bovendien rijden voortdurend auto’s door de smalle straat waarvan de chauffeurs amper rekening houden met wandelaars, zodat je regelmatig een haag moet induiken als je leven je lief is. Maar wat kan je verwachten in een straat met de naam “Eikeldreef” ? ­čÖé

We konden gelukkig de Eikeldreef ongehavend verlaten verlaten via twee achtereenvolgende kerkwegels. Hoewel, ook hier was het een beetje eng.

Of er wolfijzers lagen weet ik niet, maar de wegels waren wel h├ę├ęl lang en h├ę├ęl smal en afgeboord met hoge hagen. Bovendien kon men aan beide kanten de wegels in. Ik hoopte maar dat we geen tegenliggende wandelaar zouden moeten kruisen. Want dat zou haast “buik tegen buik” moeten hebben gebeuren, wat niet zo corona-proof is.
Maar gelukkig liepen de mensen ver voor ons in dezelfde richting als wij.

Via de kerkwegels kwamen uiteindelijk in de Latemstraat. Intussen hadden we al zo’n acht kilometer gewandeld en had ik zo stilaan mijn limiet bereikt. Daarom sneden we hier een stukje van de wandelroute af en namen we een verkorte weg terug naar de dorpskern. Daardoor hebben we de wijk aan het “vijvertje” en het pleintje met het kapelletje gemist, maar dat komt later nog wel eens aan bod.
We liepen nu voorbij een schooltje…

… en voorbij een kunstgalerij waarvan de achterliggende tuin vrij toegankelijk was en volgestouwd stond met kunstwerken.

En zo kwamen we terug in het centrum van het dorp, waar we Galerij De Vos passeerden. In Galerij De Vos worden geregeld originele werken te koop aangeboden van onder meer kunstenaars van de Latemse School. Het kost een aardige duit, maar dan heb je ook wat om mee uit te pakken bij familie of vrienden.
Voor we van huis waren vertrokken had ik nog even met m’n spaarvarken geschud, maar dat klonk vrij hol. Dus wandelden wij Galerij De Vos maar voorbij. ­čÖé

Dan ging het weer de Dorpstraat in, langs de Sint-Martinuskerk…

… tot we weer bij de Koutermolen aankwamen, daar waar onze wandeling was begonnen.

Zo hebben we Sint-Martens-Latem wat beter leren kennen. Het dorp profileert zich van oudsher als kunstenaarsdorp. Nog steeds hebben heel wat kunstenaars zich in Sint-Martens-Latem gehuisvest.
Om te kunnen genieten van de kunst van de Latemse School heb je geen vetgemest spaarvarken nodig. Voor minder dan tien euro kan je in de musea van de Leiestreek zoveel kunstwerken van de Latemse kunstenaars bewonderen als je maar wil. Naast het Museum voor Schone kunsten in Gent, zijn het Museum Gevaert-Minne in Deurle en natuurlijk het Mudel in Deinze hierbij warm aanbevolen.

Een Latemse wandeling. (4/5)

We waren nog steeds op wandel in Sint-Martens-Latem. De Albijn Van den Abeele wandelroute die we aan het volgen waren ging verder via een aarden wegel langs de oevers van de Leie.

Op deze mooie, prille lentedag was het er zalig wandelen, met uitzicht op de rivier.

Menig kunstenaar hebben aan deze oevers, hun artistieke talenten ontplooit.
Albert Saverys, bijvoorbeeld, schilderde heel wat Leielandschappen.

In een vorig leven heb ik me aan de Leieboorden ook eens aan een aquarel gewaagd.

Maar laten we die jeugdzonde maar gauw vergeten en verder wandelen.

Zowat een halve kilometer verderop verwijderde ons wandelpad zich van de rivier…

…en leidde ons langs een waterzuiveringsstation van Aquafin, waar op natuurlijke wijze afvalwater gezuiverd wordt.

Uiteindelijk kregen we weer asfalt onder onze voeten en dook voor ons een gigantisch huis op. Het befaamde Torenhuis.

(wordt vervolgd)

Een latemse wandeling. (3/5)

Op onze wandelroute door Sint-Martens-latem waren we aangekomen bij de aanlegsteiger voor pleziervaarten. Van hieruit hadden we een mooi zicht op de Leie met het “Tempelhof” op de achtergrond.

Wij waren niet de enigen die bij de steiger kwamen genieten van de prille lentezon. Het was er behoorlijk druk, al bleef alles weliswaar corona-veilig genoeg.

Normaal ging de route vanaf hier verder via een knuppelpad. Maar dat pad was helaas tijdelijk afgesloten om veiligheidsredenen. Het was ons niet duidelijk wat er aan de hand was, maar het was in elk geval een tegenvaller. Hierdoor misten we een interessant stukje van de wandelroute. We moesten een omweg maken via de minder interessante Meerstraat, een vrij lange weg die dwars door de Latemse Meersen loopt. Gelukkig hadden we langs deze weg de hele tijd uitzicht op de wijde Meersen.

Dat we hier moesten uitkijken voor loslopend wild leek ons toch wat overdreven.

Wat we wel langs deze weg aantroffen waren dure villa’s, verscholen achter zwaar beveiligde afsluitingen. Reeds sinds het begin van vorige eeuw kwamen rijke industri├źlen zich in Sint-Martens-Latem vestigen. Daar staat het dorp intussen ook voor bekend.

De villa’s zijn vanzelfsprekend erg mooi gelegen, met uitzicht op de Leie en de Latemse Meersen.

Bijna aan het einde van de Meerstraat ging het plots een aarden boswegel in. En zo kwamen we kwamen toch nog terecht in het kleine bos van knotwilgen, elzen en populieren, waar de Meerbeek doorheen stroomt.

Langs dit bospad hebben Albijn Van den Abeele en tal van andere Latemse kunstenaars vaak hun schildersezel neergepoot. Zoals C├ęsar De Cock die in 1872 de beek in het bos op doek vereeuwigde.

Het bospad kwam uit op het afgesloten knuppelpad, waar we noodgedwongen een stukje op onze stappen moesten terugkeren om daarna via een ander pad verder te wandelen langs de open velden aan de Leieoevers.

(wordt vervolgd)

Een Latemse wandeling. (2/5)

Eind februari waren wij op wandel in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar we de Albijn Van den Abeele route volgden. Wij waren aangekomen op het dorpsplein en het eerste wat ons daar opviel was het bronzen borstbeeld voor het gemeentehuis van schrijver/dichter Karel van de Woestijne.

Het hele dorp ademt kunst en je vind dan ook in Sint-Martens-latem heel wat kunstgalerijen.

Verder op het dorpsplein staat de Sint-Martinuskerk. Een prachtig wit kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de 12e eeuw maar aan het einde van de 19e eeuw grondig werd verbouwd.

Op verscheidene werken van Latemse kunstenaars is het kerkje te zien, zoals op dit schilderij van Xavier De Cock uit 1890.

Overtocht van het Veer (Xavier De Cock)

We gingen een kijkje nemen op het stemmige kerkhof rondom de kerk.

Daar vonden wij in een ietwat verloren hoek het graf van George Minne. Op zijn graf staat een beeld van zijn hand uit 1930 (Moeder en kind). Het bekendste werk van George Minne is “de fontein der geknielden“,

De fontein der geknielden

Ook Albijn Van den Abeele ligt begraven op dit kerkhof, maar we konden zijn graf niet vinden. We zagen het op een of andere manier over het hoofd. Na tweemaal op het kerkhof tevergeefs over en weer te zijn gewandeld gaven we het op en zetten we dan maar onze tocht verder.
Via een poortje achter het kerkhof bereikten we weer een ander straatje…

… dat leidde naar het “Tempelhof”.

Deze prachtige villa, pittoresk gelegen aan de oevers van de Leie, lijkt nog niet zo oud maar is dat w├ęl. Het gerucht doet de ronde dat de ridders van de Orde der Tempeliers zich hier ooit zouden hebben gehuisvest, maar dat verhaal berust op een fabel. Toch is het zo dat reeds in de 9e eeuw hier een omwalde hoeve stond, eigendom van de Heren van Nevele. Tweehonderd jaar later kwam het Tempelhof in het bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en van 1200 tot 1221 was burggravin Margaretha van Kortrijk de eigenares.
Daarna deed het huis lange tijd dienst als vierschaar waar middeleeuws recht werd gesproken.

In 1797 kwam het hof weer in priv├ę bezit en werd het uitgebaat als landbouwbedrijf. In 1943 slaagden de laatste bewoners erin om het Tempelhof als monument te laten beschermen en zo van de sloop te redden. Het huis bleef bewoond tot 1990. Daarna werd het pand door de gemeente verworven en werd het grondig gerestaureerd.
Nu doet deze villa dienst als cultuur- en ontmoetingscentrum.

De hoevevilla is schilderachtig gelegen aan de Leie. Onze wandelroute leidde ons naar de aanlegsteiger voor pleziervaartuigen, hier vlakbij.

(wordt vervolgd)

Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie & Schelde

Een Latemse wandeling. (1/5)

Op zondag 28 februari, reden wij naar Sint-Martens-Latem. Het was een mooie lentedag in februari, geen wolkje aan de lucht en de thermometer gaf zo’n 16 graden aan. Heerlijk wandelweer dus.
Dat was ook wat we in Sint-Martens-Latem gingen doen : de Albijn Van den Abeele-route wandelen.
We parkeerde de auto op de parking aan de Koutermolen, een houten korenwindmolen uit de 14e eeuw die oorspronkelijk eigendom was van de Sint-Baafsabdij van Gent.

De molen werd vaak vereeuwigd op doek door de schilders van de Latemse School, zoals op onderstaand schilderij van Albijn Van den Abeele zelf.

Vanaf de molen leidde de wandelroute ons meteen naar het centrum van het dorp. Onderweg konden we al een glimp opvangen van de Sint-Martinuskerk, die zich nog achter de bomen schuil hield.

Maar onze bewegwijzerde wandelroute maakte eerst een ommetje en leidde ons weg van het dorpsplein, langs het huis waar Albijn Van den Abeele van 1881 tot 1918 heeft gewoond. Dit huis was dus, aan het begin van vorige eeuw, het trefpunt voor heel wat befaamde kunstschilders en schrijvers van de Latemse School. Herhaaldelijk kwamen ze hier bijeen om van gedachten te wisselen.

Vervolgens ging de wandelroute de Koperstraat in, waar we onderweg alweer een historisch huis aantroffen. Deze 19e eeuwse hoeve was ooit het woonhuis en atelier van kunstschilder L├ęon De Smet, die net zoals zijn broer Gustave De Smet deel uitmaakte van de Latemse school.

L├ęon De Smet

Wat verder in dezelfde straat zagen we een huis met een opmerkelijke zijgevel.

De silhouetten van een koppel gezeten op een bank, met naast hen een hond en links een lantaarnpaal, waren op de gevel geschilderd. De paal was eveneens op de muur geschilderd, maar de lantaarn zelf was echt en kon dus licht uitstralen.
Leuk gevonden. Ik vroeg me af of het de silhouetten waren van de bewoners van dit huis.

Nog wat verder in de Koperstraat wees de bewegwijzering van de route naar een aarden pad dat claustrofobisch tussen twee hoge hagen doorliep.

Aan de andere kant van het lange, smalle pad kwamen we in de kerkstraat die ons regelrecht naar de dorpskom bracht. Voor ons zagen we het mooie witte kerkje van Sint-Martens-Latem weer opduiken.

(wordt vervolgd)

# Throwback / 2

Natte velden aan de Ijzer

In januari stonden, na overvloedige regenval, velden blank en waren sommige straten ondergelopen.
Dat was ook zo, elf jaar geleden, in de winter van het jaar 2009. Met vrouw- en zoonlief maakte ik toen een wandeling in de diepe Westhoek, langs de oevers van de Ijzer, in de gemeente Roesbrugge. De periode ervoor had het heel vaak flink geregend en de Ijzer was her en der buiten haar oevers getreden.
Bij aanvang van onze wandeling was er nog geen vuiltje en geen wolkje aan de lucht…

De velden en akkers lagen er drassig bij en onze wandeling werd algauw een modderige bedoening.

We wandelden langs uitgestrekte akkers waarop men spruiten kweekte. Ook deze groenten stonden allemaal met hun voeten in het nat.

Deze plas lag op ons pas en was breed en diep en versperde ons de weg. Aangezien er geen andere doorgang was, moesten we hier met behulp van een stevige tak “fierljeppen” om erover te geraken, iets wat me nu niet meer zou lukken.

We hielden er natte voeten en een natte broek aan over, maar we zetten onze tocht onversaagd verder. Intussen waren meer wolken komen opzetten en kwam het water om ons heen alsmaar hoger te staan.

Sommige velden stonden grotendeels blank en verder wandelen was op die plaatsen geen optie, zodat wij ons verplicht zagen om van onze uitgestippelde wandelroute af te wijken en een hele omweg te maken. Hoe verder we wandelden hoe enger het werd. Slechts een smal modderig pad bleef nog enigszins begaanbaar.

Maar nog wat verder op onze wandeling was er geen doorkomen meer aan.

We waren bang dat wij hier hopeloos vast zouden komen te zitten, volledig omring door water.

Maar zoonlief leidde ons uit de gevarenzone en vond een brugje over de Ijzer, al viel het niet meer te onderscheiden waar de rivier zich precies bevond. Het brugje leidde ons naar een hoger gelegen wegel langs waar we de bewoonde en droge wereld konden bereiken.
Goed dat we toen dat brugje hebben gevonden. Anders hadden wij daar waarschijnlijk nog steeds vast gezeten. We hadden geploeterd door water en slijk, enkele hachelijke momenten beleefd en ondervonden dat wassend water gevaarlijk kan zijn. Maar ondanks dat alles hadden we toch een leuke dag beleefd, daar in Roesbrugge.