Naar molens kijken. (2/2)

Op de bovenverdieping van het provinciaal erfgoedcentrum in Ename loopt een uitgebreide kunsttentoonstelling van landschapsschilderijen met de molen als centraal thema. Er zijn talrijke werken te zien van befaamde kunstenaars uit de Latemse school zoals Valerius de Saedeleer, Emile Claus, Gustave De Smet, Albert Saverys, Albijn Van den Abeele en Frits Van den Berghe.
Daarnaast hangen er ook werken van kunstenaars uit de Dendermondse school, waarvan Franz Courtens, Leo Spanoghe en Louis Jacobs de meest bekende zijn.
Ik maakte er enkele sfeerbeelden.

Leo Spanoghe – Landschap met boer bij windmolen (1920)
Franz Courtens – Landschap met molen (1890)
Constant Permeke – Landschap met molen te Tiegem (ca.1920)
Valerius de Saedeleer

Schilderijen van idyllische landschappen uit vervlogen tijden, die stuk voor stuk werden vervaardigd door grootmeesters in de schilderkunst.
De tentoonstelling “Naar molens kijken” is absoluut een bezoekje waard. Wij verlieten welgezind het erfgoedcentrum. Maar achter het gebouw in Ename is nog iets interessants te zien. Geen molen en ook geen kunst. Maar wel een abdij van de paters Benedictijnen of wat er nog van rest.
Daarover vertel ik een volgende keer meer.

(wordt vervolgd)

Naar molens kijken. (1/2)

Samen met het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen organiseren de erfgoedsite Mola en het provinciaal erfgoedcentrum in Ename momenteel een expo over het aloude ambacht van de molenaar. Een ambacht dat door de UNESCO is erkend als immatereel erfgoed.

Op 11 juni gingen wij een kijkje nemen in het erfgoedcentrum van Enname, waar aan de hand van maquettes, beelden en verhalen de geschiedenis van de molen uit de doeken wordt gedaan.

Windmolens associeert men vooral met Nederland, waar men nog steeds de meeste en de mooiste molens aantreft. Iedereen denkt dan ook dat de windmolens uit Nederland vandaan komen, maar dat blijkt niet te kloppen.

In de Romeinse tijd kende men reeds de watermolen en tijdens de Han-dynastie (25-220 na Chr.) zouden er in China reeds windmolens hebben gestaan.
De oudste geschreven documenten die op het bestaan van een windmolen in onze contreien wijzen, komen uit Zuid-Engeland en Noord-West Frankrijk. De allereerste windmolen, zoals wij die kennen, zou rond het jaar 1180 in Normandië zijn gebouwd.
Maar wetenschappers hebben recent ontdekt dat reeds honderd jaar daarvoor, omstreeks 1040, windmolens werden gebouwd in het graafschap Vlaanderen.

In het middeleeuws feodaal tijdperk waren landeigenaars ook eigenaar van water en wind. In hun heerlijkheid werden molenaars gedwongen om, in ruil voor een stuiver, al het gemalen graan af te staan aan de kasteelheer. Zij die het waagden om voor eigen rekening te malen werden met harde hand gestraft.

Jan Brueghel de Oude (1607)

Het is niet bekend wie het mechanisme van de molen heeft uitgevonden, maar het moet een genie zijn geweest die zijn tijd ver vooruit was. De huidige motor in voertuigen is nog steeds gebaseerd op hetzelfde mechanisch principe als dat van de windmolen.

In de 14de eeuw begon men in Nederland aan een heuse inhaalbeweging. Vooral in de 15de en 16de eeuw werden volop windmolens gebouwd in Nederland. In hun vlakke land konden de molens immers heel wat wind opvangen.

De geschiedenis van de Nederlandse molen komt in deze tentoonstelling ook ruim aan bod. Dat er bij de bouw van een molen ook wiskundige kennis aan te pas komt bewijst het middeleeuws handboek, uitgegeven in Amsterdam, dat naast enkele miniatuurmolens (replica’s van ooit echt bestaande molens in Nederland) is opgesteld.

In het museum is eveneens een maquette te zien van een rosmolen, waarbij paarden werden aangespannen aan een lange, gebogen balk die verbonden was met een spoorwiel of tandrad die de molensteen aandreef.

Op de bovenverdieping van het museum loopt een tentoonstelling over molens in de kunst. Molens zijn voor landschapsschilders steeds een bron van inspiratie geweest.
Op die bovenverdieping gaan we volgende keer een kijkje nemen.

Making my past.

Intussen ben ik al ruim een maand aan de slag als vrijwilliger in het Museum van Deinze en de Leiestreek en heb ik me weer helemaal verdiept in het fotografisch verleden van de Leiestreek.
In de zalen beneden loopt momenteel een tentoonstelling onder de titel “Making my past” van kunstenaar Michel Buylen.

Michel Buylen (°1953, Gent) is een kunstschilder die verbaast door zijn verbluffende virtuositeit. Eeuwenoude onderwerpen zoals het naakt, het kind, het landschap en de zee brengt hij met behulp van acryl tot leven. Bij elk werk toont hij op hyperrealistische wijze een sublieme, ietwat afstandelijke en bevreemende werkelijkheid.

Michel Buylen schildert vooral natuurlandschappen, bloemen en vrouwelijke naakten. Dat zijn ook de drie mooiste scheppingen op aarde. 🙂
De afbeeldingen hieronder lijken foto’s, maar het zijn wel degelijk schilderijen of tekeningen.

© Michel Buylen en Mudel

De hierboven afgebeelde werken van Michel Buylen fotografeerde ik in de zaal met mijn gsm. Door lichtweerkaatsingen zijn de afbeeldingen niet altijd even goed van kwaliteit. In het echt zijn de schilderijen mooier.

De expositie van Michel Buylen loopt nog in het Mudel tot 12 september en kan iedere dag, behalve op maandag, worden bezocht mits reservatie.
Voor meer info kan je klikken op onderstaande afbeelding.

De kunst van het drukken / 10

Wat vooraf ging

Deel 10 / Degels en cilinders

Met de komst van de regelzetmachine en het rastercliché was in de 19e eeuw de vooruitgang in de letterzetterijen er reeds flink op vooruit gegaan. Ook de drukpersen maakten in de loop der eeuwen een hele evolutie door.
De allereerste persen werden manueel aangedreven, op louter man- en spierkracht, waarbij een degel met de geïnkte drukvorm door middel van een hefboom op een schroef tegen het papier werd gedrukt.

Later kwamen de trapdegels, waarbij de draaibeweging van een wiel, de degel dicht liet klappen en zo het papier tegen de drukvorm perste. Deze persen werden vaak via een voetpedaal bediend.

Nog later kwamen de cilinderpersen, waarbij het papier op een roterende cilinder werd geklemd. Het zetsel bevond zich in een raam onder de cilinder. Via een vliegwiel ging de cilinder over en weer en draaide daarbij ook om z’n eigen as.
De automatische inktbak was eveneens een innoverende nieuwigheid. Via een “likrol” werd een streepje inkt op een inkttafel gelegd en daarna via een “verdeelrol” gelijkmatig verdeeld. De inkt werd vervolgens overgezet op drie andere inktrollen die uiteindelijk het zetsel inkten. Dit mechanisme zorgde voor een enorme vooruitgang in de druktechniek.

Toen kwam ook de stoommachine eraan te pas die voor de aandrijving zorgde en daarna kwam de elektriciteit. In de loop der tijden werden heel wat druksystemen uitgedokterd, de één al wat complexer dan de andere. Het zou ons veel te ver leiden om op al deze verschillende technieken in te gaan. Illustraties uit de 19e eeuw tonen een overzicht van wat er zoal aan drukpersen werd ineen geknutseld.

Het basisprincipe bij al deze technieken bleef steeds hetzelfde : het te bedrukken papier werd op een of andere manier tegen een geïnkt loden zetsel aangedrukt. Dit principe zou stand houden tot in de jaren ’70 van vorige eeuw. Pas met de komst van het “offset-methode” en de “reprografie” zouden deze machines, samen met de loden letters, definitief naar de musea verhuizen.

Wat drukpersen betreft is er één naam die klinkt als muziek in de oren van elke drukker. Het is de naam van een Duitse stad, in de deelstaat Baden-Württemberg, maar bovendien de naam van een iconisch drukpersenmerk : Heidelberg, de populairste onder alle drukpersen.
Volgende keer vertel ik daar wat meer over.


In het Industriemuseum van Gent

Bij een bezoek aan het Industriemuseum in Gent nam ik enkele foto’s van oude degel- en cilinderpersen.


Geraadpleegde bron : Industriemuseum Gent
Illustraties : Industriemuseum Gent
WikiCommons (publiek domein)

De schildersklas van Raveel.

Het was alweer een hele tijd geleden dat ik er geweest was. Hoog tijd dus om het Mudel, het museum in Deinze, nog eens met een bezoekje te vereren. Vorige vrijdag stapte ik er goedgemutst naartoe.
Het was opnieuw een blij weerzien met de medewerkers van het museum. Het voelt er voor mij altijd een beetje als thuiskomen. Ik kreeg meteen ook een rondleiding aangeboden door de nieuwste tentoonstelling in het museum.

Er is dit jaar heel wat te doen naar aanleiding van de 100ste verjaardag van kunstenaar Roger Raveel (°1921 / +2013). Het grootste evenement heeft plaats in “Bozar“, het Paleis voor Schone Kunsten, in Brussel. Daar loopt nog tot 21 juli een retrospectieve rond de kunstenaar uit de Leiestreek.
In zijn geboortedorp Machelen-aan-de-Leie staat er ook een en ander op stapel en dus kon het museum in Deinze niet achterblijven.
De tentoonstelling in het Mudel gaat dieper in op de langdurige band die Raveel had met de stad Deinze. Bij de inkom staat een uitvergrote klasfoto van toen Roger Raveel zelf nog een leerling was aan de tekenacademie.

Maar Roger Raveel was van 1960 tot 1973 leerkracht aan de Stedelijke Academie van Deinze, waar hij voor vele kunstenaars in spe een inspiratie- en rolmodel was.
De tentoonstelling in het Mudel focust vooral op de werken van de leerlingen van Raveel. Dat zij door hun meester sterk waren beïnvloed is duidelijk te merken. Bijvoorbeeld op deze muurschildering die Raveel samen met zijn leerlingen maakte in 1972. Het grote schilderij was in de academie achter een andere muur terecht gekomen en zo in de vergetelheid geraakt. Het werd pas onlangs herontdekt en de hele muurschildering werd voor de gelegenheid overgebracht naar het museum.

Andere werken van de leerlingen van Raveel zaten reeds jaren lang opgeborgen in het reservedepot van het museum en zijn voor deze tentoonstelling weer tevoorschijn gehaald.

Maar er wordt ook aandacht besteedt aan het werk van de meester zelf, waarbij vooral de beginjaren van Raveel als kunstenaar aan bod komen.

De tentoonstelling in het Mudel is nog tot 6 juni iedere dag te bezoeken (behalve op maandag). Op voorhand reserveren is in deze corona-tijden nog steeds verplicht.
Voor meer info kunnen jullie hieronder klikken op de affiche.

Het was met pijn in het hart dat ik vorige vrijdag het museum verliet. Als dat ellendig virus maar eens gauw wou ophoepelen, zodat ik er weer als vrijwilliger aan de slag kan.

TIP : Op zondag 28 maart wordt op de tv-zender Canvas om 20u.10 een documentaire uitgezonden over Roger Raveel .

De Leie op het canvas.

Twee weken geleden ben ik na meer dan drie maanden nog eens in het museum van Deinze (mudel) geweest. Het was opnieuw een superblij weerzien met de collegaatjes. Elkaar een knuffel geven mocht niet natuurlijk, een beetje bijpraten vanop veilige afstand met mondmasker, kon nog wel.
Ik was er gewoon op bezoek, want echt terugkeren naar het museum om vrijwilligerswerk te doen zit er nog niet in. Daar steekt dat rotvirus nog steeds een stokje voor.
Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een rondwandelingetje te doen in het museum. Daar loopt momenteel een tentoonstelling met werken uit de eigen vaste collectie van het museum, met de Leie als thema. Deze keer ligt de klemtoon op de rivier zelf en op het dorpsleven aan de Leie. Een thema dat vaak, in verschillende stijlen, op het canvas werd vereeuwigd.

Binnenkort opent in het museum een nieuwe tentoonstelling ter gelegenheid van de 100 ste verjaardag van Roger Raveel.