Een dorp ten voeten uit. (8/8)

Vanaf het huis van Gerard Reve zetten mijn vrouw en ik het laatste stuk in van de wandelzoektocht die deze zomer in Machelen aan de Leie werd georganiseerd.
Via een zijstraat van de Posthoornstraat maakten we eerst nog een ommetje langs “Villa De Cock”, met c.o.c.k.

Omdat bij de villa een quizvraag moest worden opgelost, ga ik daar verder niet veel over vertellen.
Na het oversteken van de steenweg van Gent naar Kortrijk, kwamen we dan in de Dorpsstraat terecht, waar we de kinepraktijk passeerden waar ik wekelijks langsga voor een oplapbeurt. Niet dat er aan mij nog veel op te lappen valt. Van een oude sloep kan men immers geen speedboot meer maken. 🙂

Een beetje verder in de Dorpsstraat staat de “mannekesschoole”, of in het Nederlands de “jongensschool”. Zo was het vroeger althans. Nu is het nog steeds een school, voor leerlingen van het lager onderwijs. Maar meisjes zijn er nu eveneens welkom.
Hier moest alweer een quizvraag opgelost worden en moesten we zien te achterhalen waarvoor de turnzaal van de school vroeger diende.

Vlak naast de school ligt het Frans militair kerkhof.
Tussen 18 en 31 oktober 1918 werd er zwaar gevochten in de Leiestreek. Franse troepen deden er alles aan om de Duitsers te verdrijven van hun posities en langs beide zijdes waren de verliezen enorm. Na de gevechten lagen de slachtoffers her en der begraven in de velden. Het gemeentebestuur van Machelen besloot om de gesneuvelde Franse troepen een eigen begraafplaats te geven. Het ‘Frans kerkhof’ werd ingericht op een stuk grond naast de gemeenteschool. 750 gesneuvelde soldaten hebben hier een laatste rustplaats gevonden.
Hier staan 750 grafzerken, maar er is er maar ééntje waarop ook een foto staat van de gesneuvelde soldaat. Voor de quiz moesten wij de naam van die soldaat zien te vinden.

Omdat ik véél te goed ben voor deze wereld, geef ik voor één keer het antwoord op deze quizvraag mee.

Nog wat verder in de Dorpsstraat staat dit intrigerend huis. Iedere keer als ik er langskom blijf ik even staan om naar het huis te kijken. Het is zo’n ouderwets gezellig herenhuis met een boomgaard ervoor en met een mooi smeedijzeren balkon boven de voordeur.

Het mooiste huis van Machelen staat nog wat verder in de Dorpsstraat. Het is het herenhuis van Gustaaf Dauwe, de vroegere dorpsdokter. Vanop de straatkant is er echter niets meer te zien van het huis. Het zit verscholen achter een grote rij hoge bomen, bijna een half bos. Enkel bij het toegangshek kan je een glimp opvangen van de orangerie die bij het huis hoort.
Dokter Dauwe was een gekend figuur in Machelen-aan-de-Leie. In de tuin die bij het huis hoort zou ook nog een fragment te zien zijn van een middeleeuwse vierschaar.

En zo naderden we weer het dorpscentrum.

Aan onze rechterkant stond nog een mooie villa die nog dateert uit de jaren ’20 van vorige eeuw. Momenteel woont kunstschilder Martin Wallaert in deze villa en heeft er ook zijn atelier in ondergebracht. De kunstschilder verhuisde vorig jaar van ’t biechtstoeleke, het oudste, piepkleine huis van het dorp, naar deze riante villa. Dat maakt voor hem waarschijnlijk wel een groot verschil.
Naast het huis staat het “Reve-muurtje”, een klein muurtje in witte steen, waarop een gedicht is gebeiteld van Gerard Reve. De schrijver zelf ligt begraven op het nieuwe kerkhof, een eind buiten het dorpscentrum. Hij ligt daar een beetje eenzaam en verlaten.
In de Nederlandse pers werd vroeger al eens geklaagd over het feit dat hun schrijver zonder veel eerbetoon begraven ligt in een godvergeten gat aan de Leie. Daar is wel iets van aan. Maar sinds Joop Schafthuizen, de partner van Reve, in 2003 werd veroordeeld tot 7 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het aanranden van een dertienjarige buurjongen en het in bezit zijn van kinderporno, is men in het dorp waarschijnlijk niet meer zo opgezet met deze twee snoeshanen.

Wat verder kwamen we aan de rotonde, waar op de hoek nog een merkwaardig huis staat.
Het is het geboortehuis van kunstschilder Roger De Backer (1897-1984). De schilder bleef er tot 1944 wonen. Het herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl werd in 1843 gebouwd. De gecementeerde gevel is doorheen de jaren weinig veranderd. Tijdens de bevrijding werd de voorgevel beschoten door onbekenden. De inslagen zijn op deze foto niet te zien, maar wie vlak voor het huis staat kan ze opmerken.
Roger De Backer was een impressionist en luminist. Hij ging in de leer bij de grote Leiekunstenaar Modest Huys. Zijn werken zijn over de hele wereld verspreid, maar zijn ook te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Temidden van de rotonde staat de Vredesboom en het oorlogsmonument, ontworpen door de bekende beeldhouwer Antoon Van Parijs. Vorig jaar, in september, maakte ik hier deze foto ter gelegenheid van 100 jaar vredesfeesten.

Niet ver van de rotonde staat het oud gemeentehuis, met daarachter feestzaal “De Gulden Poort”, de plaats waar we aan deze wandelzoektocht waren begonnen.
Het zat erop. Alle vragen waren beantwoord. Met dank aan mijn dierbare echtgenote, natuurlijk. Als ik een fiets zou winnen met deze prijskamp dan mag zij er ook een keertje mee rijden. 😉

We hebben hoe dan ook genoten van onze zoektocht door dit dorp. Machelen-aan-de-Leie is misschien niet zo pittoresk zoals de Leiedorpen Deurle of Sint-Martens-Latem, maar het is nog een heus dorp, waar het soms lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan, maar dat toch helemaal mee is met z’n tijd. Een dorp waar het heerlijk rustig kan zijn, maar soms ook gezellig druk, waar de mensen vriendelijk en behulpzaam zijn en waar men z’n buren nog kent. Een dorp waar cultuur en tradities in ere worden gehouden, maar waar iedereen welkom is.
Kortom, een dorp ten voeten uit.


Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie en Schelde

De Lange Max. (3/4)

Hier had het kanon dus gestaan. Een enorm tuig, het grootste kanon dat ooit is gezien. Het onding schoot reeds in de Eerste Wereldoorlog precies gerichte granaten vijftig kilometer ver. Deze gigantische betonnen krater, waarin het kanon destijds was verankerd, getuigt nog van de aanwezigheid van dit monster, dat met oorverdovend gebulder ooit dood en vernieling zaaide.

Toen de Eerste Wereldoorlog helemaal vast zat in de loopgrachten aan de Ijzer en de Somme, werd langeafstandsgeschut voor de oorlogvoerende partijen alsmaar belangrijker. De Britten deden dat vanop hun fregatten op de Noordzee, de Fransen installeerden hun zwaar geschut op spoorwegwagons. Maar de Duitsers opteerden voor het plaatsen van super artilleriegeschut, achter het front op een vaste positie. Daarom bouwde het Duitse leger, hier in Koekelare, hun gevreesde “Lange Max”.

Het kanon loste op 27 juni 1917 zijn eerste schot en al meteen werd het casino van Malo-les-Bains in Frankrijk zwaar geraakt. Er vielen elf doden. Later zou het kanon nog voor enorme verwoestingen zorgen in onder meer Duinkerke, Poperinge, Veurne en Koksijde. De geallieerden zijn er in de oorlogsjaren nooit in geslaagd om het kanon uit te schakelen.

We wandelden omheen de immense geschutsbedding. Een gruwelijke put. Op een tiental meter afstand er om heen stonden diverse infoborden opgesteld met uitleg over wat er zich hier allemaal heeft afgespeeld.

Wat verderop in het veld stond een herdenkingsmonument. Het werk heet “Bloemen tegen het vergeten” en stelt een kapotte obus voor waarin vergeet-mij-nietjes zijn gezet.

(wordt vervolgd)

De Raadszaal.

Het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) is sinds 5 juni heropend. Echter slechts enkel op vrijdag, zaterdag en zondag en bezoekers moeten op voorhand reserveren. De medewerkers achter de schermen van het museum werken nog steeds van thuis uit of zijn door het Deinse stadsbestuur op economische werkloosheid gesteld. Bijgevolg kan ik daar, als vrijwilliger, ook nog steeds niet aan de slag.
In afwachting heb ik een bezoekje gebracht aan het prachtige Yper Museum dat, net zoals het In Flanders Fields Museum’ gevestigd is in de imposante lakenhallen van de stad Ieper.

Aan de achterzijde, waar in feite de uitgang van het museum zich bevindt, heb je een kijk op het imponerend glasraam dat hier als sluitstuk van de wederopbouw van de Lakenhallen werd aangebracht in 1981.

Voor we het eigenlijke museum betraden gingen we eerst een kijkje nemen binnen in de mooie raadszaal, waar nog steeds huwelijken worden voltrokken tussen Ieperse verliefde mensen.

Hier binnen kregen wij een mooie blik op het indrukwekkend glasraam, dat we daarnet aan de buitenkant hadden gezien, ontworpen door Anro Brys, dat een beetje de geschiedenis van de stad Ieper samenvat.

Het glasraam leest als een stripverhaal.

In een volgend logje nemen we een kijkje in het Yper Museum zelf.