Ierse en Britse Memorials in de Westhoek.

Omdat we nog niet meteen zin hadden om naar huis te gaan, waren we vanaf de Rijselpoort in Ieper richting Sint-Elooi en Wijtschate gereden. We zetten verder koers naar het dorpje Mesen.

We bevonden ons in het meest westelijke puntje, onderaan onze landkaart, vlakbij de Franse grens.

In Mesen hielden we halt bij de “Ierse Vredespark”, waar de Ierse toren staat. De toren herbergt de ‘war memorial books’ van John French (1922), waarin de namen staan van circa 49.000 Ierse mannen die stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De 30,5 meter hoge toren is ontworpen naar het voorbeeld van de traditionele Ierse round tower. In Ierland staan tal van deze ronde Keltische torens, alleen zijn de torens aldaar minstens duizend jaar ouder dan deze in Mesen.

De toren heeft een diameter van 6,3 m en heeft een kegelvormig dak. De stenen die werden gebruikt om de buitenkant van de toren te bekleden bestaat grotendeels uit Ierse breuksteen.
Het ontwerp heeft een uniek aspect dat ervoor zorgt dat de zon het interieur alleen verlicht op het 11de uur van de 11de dag van de 11de maand, de verjaardag van de wapenstilstand die de oorlog beëindigde.

Het Vredespark verwijst ook naar de bloederige Mijnenslag van Mesen in 1917. Toen streden katholieke en protestantse Ierse soldaten hier zij aan zij. Jongeren uit Ierland bouwden mee aan de toren, als teken van vrede en verzoening. Deze site biedt een prachtig zicht op het omliggende heuvelachtige landschap. Het Iers karakter van deze site wordt nog eens beklemtoond door de keltische opschriften op de buitenmuren.

De toren werd ingehuldigd op 11 november 1998 door president Mary McAleese van Ierland, koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk en koning Albert II van België.

Van Mesen reden we nog vijf kilometer verder naar het dorp “Ploegsteert”, dat vooral bekend is in de wereld van het wielrennen. Het parcours van de wedstrijd Gent-Wevelgem gaat voor een stuk over de befaamde “plugstreets” en Ploegsteert is ook het geboortedorp van de legendarische, maar tragische wielrenner Frank Vandenbroucke.
Wij hielden hier even halt bij het “Ploegsteert Memorial”. We parkeerden de auto naast een gezellig authentiek caféetje waar we enkele jaren geleden al eens hadden vertoefd, maar dat nu potdicht was vanwege covid.

Het Ploegsteert Memorial is een Brits oorlogsmonument. Het is opgetrokken op de Britse militaire begraafplaats Berks Cemetery Extension, net ten noorden van het dorpscentrum. Het monument herdenkt 11.390 Britse militairen die in deze omgeving sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar geen gekend graf hebben. Binnenin het cirkelvormig gebouw bevinden zich panelen waarin de namen van de gesneuvelden zijn gegraveerd.
Twee stenen leeuwen bewaken deze indrukwekkende herdenkingsplaats. Het Memorial werd ingehuldigd op 7 juni 1931 door Leopold III.

Net voorbij Ploegsteert kon je de grens over met Frankrijk, maar wij maakten rechtsomkeer en reden in plaats daarvan in de richting van Kortrijk en vandaar, via de autostrade, terug naar huis.

Op een lentedag in mei…

In de maand mei van 1940 kwamen tijdens hevige gevechten aan de Leie tussen het Duitse leger en de Ardense Jagers, de dorpen Vinkt en Meigem in de vuurlinie te liggen. De Duitsers werden onder vuur genomen door sluipschutters van de Ardense Jagers, maar de Duitse soldaten waren ervan overtuigd dat het burgers waren die op hen hadden geschoten. Er volgden vergeldingsacties.
Maandag 27 mei 1940 is een datum die met bloedrode letters in de geschiedenis van beide dorpen staat geschreven. Die dag werden in Meigem de inwoners van het dorp door Duitse soldaten naar de kerk gedreven en er als gijzelaar vast gehouden. In de namiddag viel een obus op de kerk. 27 mensen kwamen in de kerk om het leven.

Foto : vinkt.be

In Vinkt werden razzia’s gehouden in het dorp. Vrouwen en kinderen werden samengebracht op een weide. 38 mannen werden tegen de muur van het klooster en de pastorij geplaatst en ter plekke gefusilleerd. Later die dag werden elders in het dorp nog eens 15 mannen doodgeschoten.

Foto : vinkt.be

Op het dorpsplein van Vinkt is de executiemuur bewaard gebleven. Hij kreeg de naam “de muur der getuigenissen”. De kogelgaten in de muur zijn bedekt door natuurstenen uit een Frans dorp Oradour-sur-Glane, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een gelijkaardige slachtpartij plaats vond.

Wat verder staat een indrukwekkend monument, waar alle slachtoffers van mei 1940 uit Vinkt een laatste rustplaats hebben gevonden. Het monument is gebouwd naar een ontwerp van Jozef De Vliegher, zelf oorlogswees en bezieler van tal van initiatieven die de herinnering aan de gruwelijke meidagen van 1940 levend houden.

Het centrale beeld is van de hand van Denijs Goossens.

Helemaal rechts staat de herdenkingssteen voor de Ardense Jagers (een bataljon van het Belgisch leger), met ervoor een oriëntatietafel van de Slag om Vinkt.

Aan de overzijde van de straat staat nog een eenvoudige bakstenen muur. Maar ook deze muur was ooit gedrenkt in bloed. Tegen deze muur werden 19 burgers genadeloos neergemaaid. Sommige kogelinslagen zijn op de muur nog te zien.

Op die bewuste 27 mei 1940 stierven in totaal 111 onschuldige burgers in Vinkt en Meigem. Dit is een plek waar je als voorbij komende wandelaar even ingetogen stil blijft staan.
11 november 1918 was de dag waarop de Eerste Wereldoorlog ophield. Maar op 11 november herdenken we alle slachtoffers van alle oorlogen.
Vandaag zijn er overal in de wereld tientallen gewapende conflicten aan de gang waarbij onschuldige burgers worden gedood. Een gebeitelde zin in een steen aan de executiemuur in Vinkt vat het allemaal samen.

geraadpleegde bronnen :
www.oost-vlaanderen.be/erfgoedsprokkels
erfgoedbank Leie & Schelde
vinkt.be

Van het belfort naar het begijnhof.

Van de Broeltorens en de Leiekaaien in Kortrijk wandelden we naar de Grote markt met het belfort, het oorlogsmonument en het 18de eeuwse stadhuis.

De oorspronkelijke belforttoren dateert nog uit de tijd van de Bourgondische hertogen, maar werd intussen al herhaalde keren verbouwd.

We wandelden verder in de richting van het begijnhof. Onderweg vielen ons nog enkele fraaie gevels op.

En zo kwamen we bij het Sint-Elisabethbegijnhof.

Het begijnhof werd in 1238 gesticht door Johanna van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Zeeland. De stichteres werd vereeuwigd in een standbeeld dat je meteen bij het betreden van het begijnhof ziet staan.

Het begijnhof telt 41 huisjes uit de 17 de eeuw. Het hele begijnhof is opgenomen op de lijst van werelderfgoed van de Unesco.

Een jonge kunstenares zat ingeduffeld op een bankje vlijtig te tekenen.

Wij hadden plots trek in koffie. En het toeval wou dat één van de begijnenhuisje was omgebouwd tot een gezellig koffiehuis. De strenge corona-maatregelen waren nog niet van kracht en zoals het bordje aan de deur aangaf, was het koffiehuis gewoon open.

Na de koffie wandelen we nog wat verder.

Torens in Kortrijk.

Vorige week reden wij naar Kortrijk. We hadden de wagen achtergelaten op de grote parking aan de Leie, nabij de “Buda-wijk”, aan de zogenaamde “Buda-beach”.
De naam “Buda” heeft niets te maken met het boeddhisme, maar is een naam die reeds ontstond op het einde van de 17de eeuw. Men had zich toen geïnspireerd op de versterkte stad Buda in Hongarije. Toen men in 1690 een natuurlijk eiland in de Leie met een vesting liet versterken tegen onvriendelijke aanvallen van buitenaf, gaf men het eiland de naam “klein Buda”. Die naam is blijven hangen en is inmiddels de officiële naam van deze stadswijk geworden.

Op deze plek ligt nu een brug voor de “zachte weggebruikers” die zich sierlijk over de Leie kromt. Aan de overkant staat de “K-Tower”. Deze toren is met zijn 66,5 meter één van de hoogste torens in Kortrijk. Het gebouw, dat 68 flats telt, werd ontworpen door Philippe Samijn en werd in 2018 voltooid.
Toen wij daar stonden werd de blauwe lucht gedeeltelijk bedekt met een merkwaardig wolkendeken, wat een beetje voor merkwaardig licht zorgde. Ik vond het geheel wel wat hebben en maakte er enkele kiekjes van.

Vanaf daar wandelden we de binnenstad in, via twee torens die heel wat ouder zijn dan de K-Tower. De Broeltorens van Kortrijk dateren uit 1385, toen de Bourgondische hertogen over onze contreien heersten. Ze vormen het enig overblijfsel van de middeleeuwse stadsomwalling van Kortrijk.
Het bleek tijdens onze wandeling dat er in de stad overal werken aan de gang waren. Er werd gebouwd en verbouwd dat het een lieve lust was en heel wat straten waren opgebroken om her aan te leggen.

Men doet duidelijk in Kortrijk aan stadsvernieuwing en ook deze kade aan de Leie is nieuw aangelegd.

Volgende keer wandelen we nog een beetje verder.

Een dorp ten voeten uit. (8/8)

Vanaf het huis van Gerard Reve zetten mijn vrouw en ik het laatste stuk in van de wandelzoektocht die deze zomer in Machelen aan de Leie werd georganiseerd.
Via een zijstraat van de Posthoornstraat maakten we eerst nog een ommetje langs “Villa De Cock”, met c.o.c.k.

Omdat bij de villa een quizvraag moest worden opgelost, ga ik daar verder niet veel over vertellen.
Na het oversteken van de steenweg van Gent naar Kortrijk, kwamen we dan in de Dorpsstraat terecht, waar we de kinepraktijk passeerden waar ik wekelijks langsga voor een oplapbeurt. Niet dat er aan mij nog veel op te lappen valt. Van een oude sloep kan men immers geen speedboot meer maken. 🙂

Een beetje verder in de Dorpsstraat staat de “mannekesschoole”, of in het Nederlands de “jongensschool”. Zo was het vroeger althans. Nu is het nog steeds een school, voor leerlingen van het lager onderwijs. Maar meisjes zijn er nu eveneens welkom.
Hier moest alweer een quizvraag opgelost worden en moesten we zien te achterhalen waarvoor de turnzaal van de school vroeger diende.

Vlak naast de school ligt het Frans militair kerkhof.
Tussen 18 en 31 oktober 1918 werd er zwaar gevochten in de Leiestreek. Franse troepen deden er alles aan om de Duitsers te verdrijven van hun posities en langs beide zijdes waren de verliezen enorm. Na de gevechten lagen de slachtoffers her en der begraven in de velden. Het gemeentebestuur van Machelen besloot om de gesneuvelde Franse troepen een eigen begraafplaats te geven. Het ‘Frans kerkhof’ werd ingericht op een stuk grond naast de gemeenteschool. 750 gesneuvelde soldaten hebben hier een laatste rustplaats gevonden.
Hier staan 750 grafzerken, maar er is er maar ééntje waarop ook een foto staat van de gesneuvelde soldaat. Voor de quiz moesten wij de naam van die soldaat zien te vinden.

Omdat ik véél te goed ben voor deze wereld, geef ik voor één keer het antwoord op deze quizvraag mee.

Nog wat verder in de Dorpsstraat staat dit intrigerend huis. Iedere keer als ik er langskom blijf ik even staan om naar het huis te kijken. Het is zo’n ouderwets gezellig herenhuis met een boomgaard ervoor en met een mooi smeedijzeren balkon boven de voordeur.

Het mooiste huis van Machelen staat nog wat verder in de Dorpsstraat. Het is het herenhuis van Gustaaf Dauwe, de vroegere dorpsdokter. Vanop de straatkant is er echter niets meer te zien van het huis. Het zit verscholen achter een grote rij hoge bomen, bijna een half bos. Enkel bij het toegangshek kan je een glimp opvangen van de orangerie die bij het huis hoort.
Dokter Dauwe was een gekend figuur in Machelen-aan-de-Leie. In de tuin die bij het huis hoort zou ook nog een fragment te zien zijn van een middeleeuwse vierschaar.

En zo naderden we weer het dorpscentrum.

Aan onze rechterkant stond nog een mooie villa die nog dateert uit de jaren ’20 van vorige eeuw. Momenteel woont kunstschilder Martin Wallaert in deze villa en heeft er ook zijn atelier in ondergebracht. De kunstschilder verhuisde vorig jaar van ’t biechtstoeleke, het oudste, piepkleine huis van het dorp, naar deze riante villa. Dat maakt voor hem waarschijnlijk wel een groot verschil.
Naast het huis staat het “Reve-muurtje”, een klein muurtje in witte steen, waarop een gedicht is gebeiteld van Gerard Reve. De schrijver zelf ligt begraven op het nieuwe kerkhof, een eind buiten het dorpscentrum. Hij ligt daar een beetje eenzaam en verlaten.
In de Nederlandse pers werd vroeger al eens geklaagd over het feit dat hun schrijver zonder veel eerbetoon begraven ligt in een godvergeten gat aan de Leie. Daar is wel iets van aan. Maar sinds Joop Schafthuizen, de partner van Reve, in 2003 werd veroordeeld tot 7 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het aanranden van een dertienjarige buurjongen en het in bezit zijn van kinderporno, is men in het dorp waarschijnlijk niet meer zo opgezet met deze twee snoeshanen.

Wat verder kwamen we aan de rotonde, waar op de hoek nog een merkwaardig huis staat.
Het is het geboortehuis van kunstschilder Roger De Backer (1897-1984). De schilder bleef er tot 1944 wonen. Het herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl werd in 1843 gebouwd. De gecementeerde gevel is doorheen de jaren weinig veranderd. Tijdens de bevrijding werd de voorgevel beschoten door onbekenden. De inslagen zijn op deze foto niet te zien, maar wie vlak voor het huis staat kan ze opmerken.
Roger De Backer was een impressionist en luminist. Hij ging in de leer bij de grote Leiekunstenaar Modest Huys. Zijn werken zijn over de hele wereld verspreid, maar zijn ook te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Temidden van de rotonde staat de Vredesboom en het oorlogsmonument, ontworpen door de bekende beeldhouwer Antoon Van Parijs. Vorig jaar, in september, maakte ik hier deze foto ter gelegenheid van 100 jaar vredesfeesten.

Niet ver van de rotonde staat het oud gemeentehuis, met daarachter feestzaal “De Gulden Poort”, de plaats waar we aan deze wandelzoektocht waren begonnen.
Het zat erop. Alle vragen waren beantwoord. Met dank aan mijn dierbare echtgenote, natuurlijk. Als ik een fiets zou winnen met deze prijskamp dan mag zij er ook een keertje mee rijden. 😉

We hebben hoe dan ook genoten van onze zoektocht door dit dorp. Machelen-aan-de-Leie is misschien niet zo pittoresk zoals de Leiedorpen Deurle of Sint-Martens-Latem, maar het is nog een heus dorp, waar het soms lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan, maar dat toch helemaal mee is met z’n tijd. Een dorp waar het heerlijk rustig kan zijn, maar soms ook gezellig druk, waar de mensen vriendelijk en behulpzaam zijn en waar men z’n buren nog kent. Een dorp waar cultuur en tradities in ere worden gehouden, maar waar iedereen welkom is.
Kortom, een dorp ten voeten uit.


Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie en Schelde

De Lange Max. (3/4)

Hier had het kanon dus gestaan. Een enorm tuig, het grootste kanon dat ooit is gezien. Het onding schoot reeds in de Eerste Wereldoorlog precies gerichte granaten vijftig kilometer ver. Deze gigantische betonnen krater, waarin het kanon destijds was verankerd, getuigt nog van de aanwezigheid van dit monster, dat met oorverdovend gebulder ooit dood en vernieling zaaide.

Toen de Eerste Wereldoorlog helemaal vast zat in de loopgrachten aan de Ijzer en de Somme, werd langeafstandsgeschut voor de oorlogvoerende partijen alsmaar belangrijker. De Britten deden dat vanop hun fregatten op de Noordzee, de Fransen installeerden hun zwaar geschut op spoorwegwagons. Maar de Duitsers opteerden voor het plaatsen van super artilleriegeschut, achter het front op een vaste positie. Daarom bouwde het Duitse leger, hier in Koekelare, hun gevreesde “Lange Max”.

Het kanon loste op 27 juni 1917 zijn eerste schot en al meteen werd het casino van Malo-les-Bains in Frankrijk zwaar geraakt. Er vielen elf doden. Later zou het kanon nog voor enorme verwoestingen zorgen in onder meer Duinkerke, Poperinge, Veurne en Koksijde. De geallieerden zijn er in de oorlogsjaren nooit in geslaagd om het kanon uit te schakelen.

We wandelden omheen de immense geschutsbedding. Een gruwelijke put. Op een tiental meter afstand er om heen stonden diverse infoborden opgesteld met uitleg over wat er zich hier allemaal heeft afgespeeld.

Wat verderop in het veld stond een herdenkingsmonument. Het werk heet “Bloemen tegen het vergeten” en stelt een kapotte obus voor waarin vergeet-mij-nietjes zijn gezet.

(wordt vervolgd)