Naar molens kijken. (2/2)

Op de bovenverdieping van het provinciaal erfgoedcentrum in Ename loopt een uitgebreide kunsttentoonstelling van landschapsschilderijen met de molen als centraal thema. Er zijn talrijke werken te zien van befaamde kunstenaars uit de Latemse school zoals Valerius de Saedeleer, Emile Claus, Gustave De Smet, Albert Saverys, Albijn Van den Abeele en Frits Van den Berghe.
Daarnaast hangen er ook werken van kunstenaars uit de Dendermondse school, waarvan Franz Courtens, Leo Spanoghe en Louis Jacobs de meest bekende zijn.
Ik maakte er enkele sfeerbeelden.

Leo Spanoghe – Landschap met boer bij windmolen (1920)
Franz Courtens – Landschap met molen (1890)
Constant Permeke – Landschap met molen te Tiegem (ca.1920)
Valerius de Saedeleer

Schilderijen van idyllische landschappen uit vervlogen tijden, die stuk voor stuk werden vervaardigd door grootmeesters in de schilderkunst.
De tentoonstelling “Naar molens kijken” is absoluut een bezoekje waard. Wij verlieten welgezind het erfgoedcentrum. Maar achter het gebouw in Ename is nog iets interessants te zien. Geen molen en ook geen kunst. Maar wel een abdij van de paters Benedictijnen of wat er nog van rest.
Daarover vertel ik een volgende keer meer.

(wordt vervolgd)

Making my past.

Intussen ben ik al ruim een maand aan de slag als vrijwilliger in het Museum van Deinze en de Leiestreek en heb ik me weer helemaal verdiept in het fotografisch verleden van de Leiestreek.
In de zalen beneden loopt momenteel een tentoonstelling onder de titel “Making my past” van kunstenaar Michel Buylen.

Michel Buylen (°1953, Gent) is een kunstschilder die verbaast door zijn verbluffende virtuositeit. Eeuwenoude onderwerpen zoals het naakt, het kind, het landschap en de zee brengt hij met behulp van acryl tot leven. Bij elk werk toont hij op hyperrealistische wijze een sublieme, ietwat afstandelijke en bevreemende werkelijkheid.

Michel Buylen schildert vooral natuurlandschappen, bloemen en vrouwelijke naakten. Dat zijn ook de drie mooiste scheppingen op aarde. 🙂
De afbeeldingen hieronder lijken foto’s, maar het zijn wel degelijk schilderijen of tekeningen.

© Michel Buylen en Mudel

De hierboven afgebeelde werken van Michel Buylen fotografeerde ik in de zaal met mijn gsm. Door lichtweerkaatsingen zijn de afbeeldingen niet altijd even goed van kwaliteit. In het echt zijn de schilderijen mooier.

De expositie van Michel Buylen loopt nog in het Mudel tot 12 september en kan iedere dag, behalve op maandag, worden bezocht mits reservatie.
Voor meer info kan je klikken op onderstaande afbeelding.

Een Latemse wandeling. (5/5)

Onze wandeling door Sint-Martens-Latem liep stilaan naar z’n eindpunt. We waren inmiddels in de Baarle-Frankrijkstraat gekomen, waar het Torenhuis staat. Dit immens huis was ooit het woonhuis en atelier van kunstschilder Albert Servaes.

Het huis ligt op een verhoogde berm, langs een smal straatje. Dat maakte het bijzonder moeilijk om het huis te fotograferen. Wat opvalt aan het huis is de toren met bovenaan enkele vensters. Daar had Servaes zijn tekenzolder met een panoramisch uitzicht over de Leiemeersen. Achter de toren lag nog een tweede atelier, 18 meter lang, 8 meter breed en 11 meter hoog met hoge rechthoekige vensters. Een enorm werkdomein voor de kunstenaar.
Van dat alles was vanuit het smalle straatje weinig te zien. Het huis werd overigens in 1982 verkocht en omgebouwd tot een hotel.

Vanaf het Torenhuis leidde de bewegwijzering van de route ons naar de Eikeldreef. Deze vrij lange, smalle straat, afgezoomd met eiken en beuken, voert dwars door het oude Sparrenbos waarvan nu maar weinig meer overblijft.

Achter de hoge hagen en boomgaarden in deze straat staan talrijke rijke villa’s waarvan men geen glimp kan opvangen. Ik vond dit het meest ongezellige stuk van de wandeling. Je voelt je hier als wandelaar een indringer. Bovendien rijden voortdurend auto’s door de smalle straat waarvan de chauffeurs amper rekening houden met wandelaars, zodat je regelmatig een haag moet induiken als je leven je lief is. Maar wat kan je verwachten in een straat met de naam “Eikeldreef” ? 🙂

We konden gelukkig de Eikeldreef ongehavend verlaten verlaten via twee achtereenvolgende kerkwegels. Hoewel, ook hier was het een beetje eng.

Of er wolfijzers lagen weet ik niet, maar de wegels waren wel héél lang en héél smal en afgeboord met hoge hagen. Bovendien kon men aan beide kanten de wegels in. Ik hoopte maar dat we geen tegenliggende wandelaar zouden moeten kruisen. Want dat zou haast “buik tegen buik” moeten hebben gebeuren, wat niet zo corona-proof is.
Maar gelukkig liepen de mensen ver voor ons in dezelfde richting als wij.

Via de kerkwegels kwamen uiteindelijk in de Latemstraat. Intussen hadden we al zo’n acht kilometer gewandeld en had ik zo stilaan mijn limiet bereikt. Daarom sneden we hier een stukje van de wandelroute af en namen we een verkorte weg terug naar de dorpskern. Daardoor hebben we de wijk aan het “vijvertje” en het pleintje met het kapelletje gemist, maar dat komt later nog wel eens aan bod.
We liepen nu voorbij een schooltje…

… en voorbij een kunstgalerij waarvan de achterliggende tuin vrij toegankelijk was en volgestouwd stond met kunstwerken.

En zo kwamen we terug in het centrum van het dorp, waar we Galerij De Vos passeerden. In Galerij De Vos worden geregeld originele werken te koop aangeboden van onder meer kunstenaars van de Latemse School. Het kost een aardige duit, maar dan heb je ook wat om mee uit te pakken bij familie of vrienden.
Voor we van huis waren vertrokken had ik nog even met m’n spaarvarken geschud, maar dat klonk vrij hol. Dus wandelden wij Galerij De Vos maar voorbij. 🙂

Dan ging het weer de Dorpstraat in, langs de Sint-Martinuskerk…

… tot we weer bij de Koutermolen aankwamen, daar waar onze wandeling was begonnen.

Zo hebben we Sint-Martens-Latem wat beter leren kennen. Het dorp profileert zich van oudsher als kunstenaarsdorp. Nog steeds hebben heel wat kunstenaars zich in Sint-Martens-Latem gehuisvest.
Om te kunnen genieten van de kunst van de Latemse School heb je geen vetgemest spaarvarken nodig. Voor minder dan tien euro kan je in de musea van de Leiestreek zoveel kunstwerken van de Latemse kunstenaars bewonderen als je maar wil. Naast het Museum voor Schone kunsten in Gent, zijn het Museum Gevaert-Minne in Deurle en natuurlijk het Mudel in Deinze hierbij warm aanbevolen.

Een Latemse wandeling. (2/5)

Eind februari waren wij op wandel in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar we de Albijn Van den Abeele route volgden. Wij waren aangekomen op het dorpsplein en het eerste wat ons daar opviel was het bronzen borstbeeld voor het gemeentehuis van schrijver/dichter Karel van de Woestijne.

Het hele dorp ademt kunst en je vind dan ook in Sint-Martens-latem heel wat kunstgalerijen.

Verder op het dorpsplein staat de Sint-Martinuskerk. Een prachtig wit kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de 12e eeuw maar aan het einde van de 19e eeuw grondig werd verbouwd.

Op verscheidene werken van Latemse kunstenaars is het kerkje te zien, zoals op dit schilderij van Xavier De Cock uit 1890.

Overtocht van het Veer (Xavier De Cock)

We gingen een kijkje nemen op het stemmige kerkhof rondom de kerk.

Daar vonden wij in een ietwat verloren hoek het graf van George Minne. Op zijn graf staat een beeld van zijn hand uit 1930 (Moeder en kind). Het bekendste werk van George Minne is “de fontein der geknielden“,

De fontein der geknielden

Ook Albijn Van den Abeele ligt begraven op dit kerkhof, maar we konden zijn graf niet vinden. We zagen het op een of andere manier over het hoofd. Na tweemaal op het kerkhof tevergeefs over en weer te zijn gewandeld gaven we het op en zetten we dan maar onze tocht verder.
Via een poortje achter het kerkhof bereikten we weer een ander straatje…

… dat leidde naar het “Tempelhof”.

Deze prachtige villa, pittoresk gelegen aan de oevers van de Leie, lijkt nog niet zo oud maar is dat wél. Het gerucht doet de ronde dat de ridders van de Orde der Tempeliers zich hier ooit zouden hebben gehuisvest, maar dat verhaal berust op een fabel. Toch is het zo dat reeds in de 9e eeuw hier een omwalde hoeve stond, eigendom van de Heren van Nevele. Tweehonderd jaar later kwam het Tempelhof in het bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en van 1200 tot 1221 was burggravin Margaretha van Kortrijk de eigenares.
Daarna deed het huis lange tijd dienst als vierschaar waar middeleeuws recht werd gesproken.

In 1797 kwam het hof weer in privé bezit en werd het uitgebaat als landbouwbedrijf. In 1943 slaagden de laatste bewoners erin om het Tempelhof als monument te laten beschermen en zo van de sloop te redden. Het huis bleef bewoond tot 1990. Daarna werd het pand door de gemeente verworven en werd het grondig gerestaureerd.
Nu doet deze villa dienst als cultuur- en ontmoetingscentrum.

De hoevevilla is schilderachtig gelegen aan de Leie. Onze wandelroute leidde ons naar de aanlegsteiger voor pleziervaartuigen, hier vlakbij.

(wordt vervolgd)

Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie & Schelde

Een Latemse wandeling. (1/5)

Op zondag 28 februari, reden wij naar Sint-Martens-Latem. Het was een mooie lentedag in februari, geen wolkje aan de lucht en de thermometer gaf zo’n 16 graden aan. Heerlijk wandelweer dus.
Dat was ook wat we in Sint-Martens-Latem gingen doen : de Albijn Van den Abeele-route wandelen.
We parkeerde de auto op de parking aan de Koutermolen, een houten korenwindmolen uit de 14e eeuw die oorspronkelijk eigendom was van de Sint-Baafsabdij van Gent.

De molen werd vaak vereeuwigd op doek door de schilders van de Latemse School, zoals op onderstaand schilderij van Albijn Van den Abeele zelf.

Vanaf de molen leidde de wandelroute ons meteen naar het centrum van het dorp. Onderweg konden we al een glimp opvangen van de Sint-Martinuskerk, die zich nog achter de bomen schuil hield.

Maar onze bewegwijzerde wandelroute maakte eerst een ommetje en leidde ons weg van het dorpsplein, langs het huis waar Albijn Van den Abeele van 1881 tot 1918 heeft gewoond. Dit huis was dus, aan het begin van vorige eeuw, het trefpunt voor heel wat befaamde kunstschilders en schrijvers van de Latemse School. Herhaaldelijk kwamen ze hier bijeen om van gedachten te wisselen.

Vervolgens ging de wandelroute de Koperstraat in, waar we onderweg alweer een historisch huis aantroffen. Deze 19e eeuwse hoeve was ooit het woonhuis en atelier van kunstschilder Léon De Smet, die net zoals zijn broer Gustave De Smet deel uitmaakte van de Latemse school.

Léon De Smet

Wat verder in dezelfde straat zagen we een huis met een opmerkelijke zijgevel.

De silhouetten van een koppel gezeten op een bank, met naast hen een hond en links een lantaarnpaal, waren op de gevel geschilderd. De paal was eveneens op de muur geschilderd, maar de lantaarn zelf was echt en kon dus licht uitstralen.
Leuk gevonden. Ik vroeg me af of het de silhouetten waren van de bewoners van dit huis.

Nog wat verder in de Koperstraat wees de bewegwijzering van de route naar een aarden pad dat claustrofobisch tussen twee hoge hagen doorliep.

Aan de andere kant van het lange, smalle pad kwamen we in de kerkstraat die ons regelrecht naar de dorpskom bracht. Voor ons zagen we het mooie witte kerkje van Sint-Martens-Latem weer opduiken.

(wordt vervolgd)

De gasten van Latem.

Héél lang geleden, toen de dieren nog spraken en er nog geen corona was, en ik als vrijwilliger in het museum van Deinze werkte, kon ik daar naar hartelust de mooiste kunstwerken rondom mij bewonderen, onder meer van kunstenaars die behoorden tot de befaamde Latemse School.
Met de “Latemse School” bedoelt men meerdere kunstenaarsgroepen die zich aan het begin van de 20e eeuw hadden verenigd aan de Leiebochten, ten zuiden van Gent.

Léon De Smet – Sint-Martens-Latem (1905)

De man die zich opwierp als een soort mecenas voor deze kunstenaars was Albijn (Binus) Van den Abeele (°1835 – +1918).
Van den Abeelde was naast schrijver zelf amateur-kunstschilder, maar ook gemeentesecretaris en burgemeester van de gemeente Sint-Martens-Latem. In zijn huis in het centrum van het dorp nodigde hij op geregelde tijdstippen kunstenaars uit, om er samen met hen van gedachten te wisselen over kunst.
Van den Abeele was niet alleen hun gastheer, hij verdedigde ook hun belangen waar nodig was. Mede door hem groeide Sint-Martens-Latem uit tot de bakermat van de Leiekunst en werden de kunstenaarsgroep ook naar het dorp genoemd. Sindsdien is “Latem” een begrip geworden dat onlosmakelijk met kunst is verbonden.

Albijn Van den Abeele aan het werk in zijn atelier

In Sint-Martens-Latem is een bewegwijzerde wandeling genoemd naar Albijn Van den Abeele. Deze route brengt de wandelaar langs de mooiste en historische plekjes van het kunstenaarsdorp, maar ook langs de kronkels van de Oude Leie, waar kunstenaars vaak hun inspiratie vonden.

Wij deden deze wandeling, nu al ruim een maand geleden, op 28 februari. Daarover vertel ik volgende week meer.