In de ban van de hertogin / 10

Tegenpolen


De middeleeuwse geschiedenis van de lage landen is een materie die me blijft boeien en daarom verdiep ik me graag nog een keer in het levensverhaal van Maria van Bourgondië, de hertogin die van 1477 tot 1482 aan het hoofd stond van het Bourgondische rijk, dat zich uitstrekte van Friesland tot aan de Franse grens met Zwitserland. Het was weliswaar hoofdzakelijk haar man die de staatszaken regelde, maar niettemin wist Maria van Bourgondië tijdens haar korte regeerperiode haar stempel te drukken op de samenleving van haar tijd.

Maria van Bourgondië was gehuwd met Maximiliaan van Oostenrijk. De man mocht zich gelukkig prijzen omdat hij zo’n knappe vrouw aan de haak had weten te slaan, want zelf was hij, met zijn vooruitstekende kin en haviksneus, moeders mooiste niet.


Het was een gearrangeerd huwelijk, zoals dat heet. Maria van Bourgondië was de dochter van Karel de Stoute en Isabella van Bourbon en dus een rechtstreeks afstammelinge van de machtige hertogen van Bourgondië.

Maximiliaan I van zijn kant, was een telg uit het huis Habsburg, zoon van Frederik III, keizer van het Heilig Roomse Rijk en in die hoedanigheid was hij ook aartshertog van Oostenrijk.

Beiden hadden dus een totaal verschillende achtergrond en spraken ook een andere taal. Maximilaan sprak het middeleeuwse Duits en Frans. Maria daarentegen sprak het “Diets”, een middeleeuwse vorm van het Nederlands. Bovendien zouden ze ook erg hebben verschild van karakter. Maximiliaan wordt eerder omschreven als een strenge man, een ietwat stijve hark, terwijl Maria door de geschiedschrijvers wordt bestempeld als een vrolijke, onbesuisde jonge vrouw, zelfs een beetje een ondeugend wicht, die de protocolregels wel eens aan haar laars durfde lappen.

Kroniekschrijvers uit die tijd beschrijven meerdere anekdotes waarin ze het contrast tussen het hertogelijk echtpaar in de verf zetten.
Zo wandelde het koppel op een keer, in de winter van 1481-1482, langs de dichtgevroren wateren in Brugge. Er bevonden zich nogal wat schaatsers op het ijs. Maria kon de verleiding niet weerstaan, liet een paar schaatsen aanrukken en begaf zich tussen het volk op het ijs. Aangemoedigd door de juichende omstaanders gleed ze algauw sierlijke over het Minnewater. Ze riep haar echtgenoot toe en maande hem aan om haar voorbeeld te volgen. Na lang aarzelen begaf ook Maximiliaan zich klungelig op het ijs, maar slaagde er helaas niet in om zichzelf overeind te houden, tot groot jolijt van de toeschouwers.

Het bevroren Minnewater in Brugge (foto genomen in 2010)

Dergelijke fratsen waren ongehoord voor een edelvrouw uit die tijd. Maximiliaan had het niet onder de markt met z’n uitbundige eega. Maar niettegenstaande de vele verschillen, was er volgens de kroniekschrijvers toch sprake van “grote liefde”. Die twee hielden echt van elkaar en hadden hun liefde bezegeld met drie kinderen.

In een vorige reeks over Maria van Bourgondië bezochten wij het kasteel en het bos van Wijnendale, waar Maria ongelukkigerwijs van haar paard viel, waardoor ze twee weken later overleed in het Prinsenhof van Brugge. We bezochten ook de Onze-Lieve-vrouwekerk van Brugge en het prachtige praalgraf van de hertogin.
De voorbije maanden gingen we op zoek naar meer plaatsen in Vlaanderen waar sporen terug te vinden zijn die naar het leven van de jonge hertogin verwijzen. Een zoektocht waar we nog steeds mee bezig zijn.
We wilden vooreerst een beter inzicht krijgen in de connectie tussen de graven van Vlaanderen en de hertogen van Bourgondië. Om dat uit te zoeken trokken wij vorig jaar naar Kortrijk.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :

De kunst van het drukken / 6

Wat vooraf ging

Deel 6 / De eerste uitgeversmagnaat

Christoffel Plantijn door Pieter Paul Rubbens

De pioniers die de drukkersstiel beoefenden deden dat op ambachtelijke wijze en hun oplagen bleven veeleer beperkt. Boeken waren in den beginne uitsluitend beschikbaar voor wetenschappers, religieuzen en humanisten.

Christoffel Plantijn zag dat anders. Hij heette eigenlijk Plantin, was van Franse afkomst, maar vestigde zich in 1549 in Antwerpen waar hij met zijn achtergrond als leerbewerker en boekbinder een drukkerij opende. Hij gaf zijn drukkerij de naam “De Gulden Passer” en ontwierp er een logo voor.

Het embleem van Plantijn met de “Gulden Passer’ en de bijhorende spreuk ‘Labore et constantia’ (werk en doorzettingsvermogen)


Plantijn was gehuwd met Jeanne Rivière, die hij had leren kennen in Normandië. Samen kregen ze zes dochters en een zoon. Eén dochter en één zoon stierven vroeg. Zijn andere vijf dochters leerde hij persoonlijk lezen en schrijven, zodat ze op jonge leeftijd reeds in de drukkerij konden meehelpen om de proefdrukken te lezen, zowel in het Frans, Latijn, Grieks, Spaans, Italiaans en Aramees.

Het ging Plantijn voor de wind met z’n drukkerszaak, maar hij kreeg het aan de stok met het Spaanse bewind. Hij verhuisde prompt naar Leiden (Nederland), waar hij in 1576 een nieuwe drukkerij opende en algauw benoemd werd tot drukker van de universiteit van Leiden.

Gedenksteen in Leiden


Maar ondertussen slaagde hij erin om terug in de gratie te komen van de Spaanse koning Fillips II. In 1585 keerde hij terug naar Antwerpen, waar hij zich ontpopte tot een belangrijke drukker van (Spaanse) religieuze boeken. Maar hij bleef ook wetenschappelijke en humanistische werken drukken en verwierf eveneens faam als drukker van muziekpartituren.

Plantijn geloofde sterk in de maatschappelijke rol van boeken. Hij zag het groots en begon ook met het drukken van kaarten en atlassen en zelfs het vervaardigen van wereldbollen en maakte boeken met prenten voor de ongeletterden. Naast zijn drukkerijen in Antwerpen en Leiden, opende hij ook een drukkersatelier in Parijs en Frankfurt.

In Antwerpen stelde hij aan 16 persen meer dan 50 werknemers te werk, wat voor die tijd ongezien was. Het werk werd onderling geregeld via schriftelijke ordonnanties. Hierin stonden de verantwoordelijkheden van zowel het werkvolk als van de baas genoteerd. Wie zich niet aan de afspraken hield, betaalde een boete in geld of in bier.
Plantijn bood over heel Europa de meest diverse drukwerken aan, in meerdere talen en in een record aantal lettertypes. Hij deed zelfs aan een vorm van merchandising. Christoffel Plantijn was een “marketeer” die van het drukkersambacht een commerciële bedrijvigheid maakte.

Zijn vijf dochters huwelijkte hij uit en zijn vijf schoonzoons gaf hij allemaal een functie in één van zijn drukkerijen. Bij de familie Plantijn stond het belang van de zaak steeds voorop.
Het was uiteindelijk één van de schoonzoons, Jan Moretus die samen met dochter Martina Plantijn de zaak overnam, toen Christoffel Plantijn in 1589 stierf.

Jan Moretus en Martina Plantijn

Vier jaar geleden bezocht ik het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. In dit prachtig museum duik je als het ware de 16 de eeuw binnen en kom je in de wereld van Plantijn terecht. Zijn persen en letterkasten zijn er nog te bewonderen, alsook boekenkasten vol met schitterende boeken.


Geraadpleegde bronnen :
museumplantinmoretus.be
visitantwerpcity.com
medium.com
Wikipedia
Illustraties : Wikipedia (publiek domein)

Ontlading na de oorlog.

Nu ik thuis mijn vrijwilligerswerk doe lijkt het hier wel een half museum, met oude boeken, fotoalbums, brieven en documenten die op mijn bureau zijn opgestapeld. Zo ligt er hier een opmerkelijk fotoalbum uit 1945. Er steken foto’s in die genomen zijn in Deinze en Vinkt, het dorp dat zo erg heeft geleden onder de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.
Op het eerste zicht lijken op de foto’s Duitse soldaten te staan. Maar bij nader toezien blijkt dat niet zo te zijn. De foto’s zijn genomen in de lente van 1945, enkele maanden na de bevrijding. Op de foto’s staan mannen uit het dorp die uniformen dragen. Die uniformen waren waarschijnlijk achtergelaten door Duitse soldaten die in burgerkleren probeerden te vluchten. Op de foto’s staan dus mannen uit het dorp, die zich in een Duits plunje hebben gestoken en een optocht houden om de draak te steken met Duitsland en het Duitse leger. Er trok die dag een hele stoet door het dorp, die zowat het midden hield tussen een militaire of politieke optocht, een religieuze processie en een carnavalstoet.
Hoewel deze foto’s genomen zijn na de oorlog, zijn het toch waardevolle tijdsdocumenten.

Op een lentedag in mei…

In de maand mei van 1940 kwamen tijdens hevige gevechten aan de Leie tussen het Duitse leger en de Ardense Jagers, de dorpen Vinkt en Meigem in de vuurlinie te liggen. De Duitsers werden onder vuur genomen door sluipschutters van de Ardense Jagers, maar de Duitse soldaten waren ervan overtuigd dat het burgers waren die op hen hadden geschoten. Er volgden vergeldingsacties.
Maandag 27 mei 1940 is een datum die met bloedrode letters in de geschiedenis van beide dorpen staat geschreven. Die dag werden in Meigem de inwoners van het dorp door Duitse soldaten naar de kerk gedreven en er als gijzelaar vast gehouden. In de namiddag viel een obus op de kerk. 27 mensen kwamen in de kerk om het leven.

Foto : vinkt.be

In Vinkt werden razzia’s gehouden in het dorp. Vrouwen en kinderen werden samengebracht op een weide. 38 mannen werden tegen de muur van het klooster en de pastorij geplaatst en ter plekke gefusilleerd. Later die dag werden elders in het dorp nog eens 15 mannen doodgeschoten.

Foto : vinkt.be

Op het dorpsplein van Vinkt is de executiemuur bewaard gebleven. Hij kreeg de naam “de muur der getuigenissen”. De kogelgaten in de muur zijn bedekt door natuurstenen uit een Frans dorp Oradour-sur-Glane, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een gelijkaardige slachtpartij plaats vond.

Wat verder staat een indrukwekkend monument, waar alle slachtoffers van mei 1940 uit Vinkt een laatste rustplaats hebben gevonden. Het monument is gebouwd naar een ontwerp van Jozef De Vliegher, zelf oorlogswees en bezieler van tal van initiatieven die de herinnering aan de gruwelijke meidagen van 1940 levend houden.

Het centrale beeld is van de hand van Denijs Goossens.

Helemaal rechts staat de herdenkingssteen voor de Ardense Jagers (een bataljon van het Belgisch leger), met ervoor een oriëntatietafel van de Slag om Vinkt.

Aan de overzijde van de straat staat nog een eenvoudige bakstenen muur. Maar ook deze muur was ooit gedrenkt in bloed. Tegen deze muur werden 19 burgers genadeloos neergemaaid. Sommige kogelinslagen zijn op de muur nog te zien.

Op die bewuste 27 mei 1940 stierven in totaal 111 onschuldige burgers in Vinkt en Meigem. Dit is een plek waar je als voorbij komende wandelaar even ingetogen stil blijft staan.
11 november 1918 was de dag waarop de Eerste Wereldoorlog ophield. Maar op 11 november herdenken we alle slachtoffers van alle oorlogen.
Vandaag zijn er overal in de wereld tientallen gewapende conflicten aan de gang waarbij onschuldige burgers worden gedood. Een gebeitelde zin in een steen aan de executiemuur in Vinkt vat het allemaal samen.

geraadpleegde bronnen :
www.oost-vlaanderen.be/erfgoedsprokkels
erfgoedbank Leie & Schelde
vinkt.be

Hulpverleners in de oorlog.

Naar aanleiding van de week van 11 november post ik vandaag enkele foto’s uit het archief van het Mudel, die gelinkt zijn aan de wereldoorlogen.
Tijdens W.O. I heerste vanaf 1915 in onze contreien hongersnood. Overal te lande probeerde het Nationaal hulp- en voedingscomité de mensen te voorzien van melk, soep en alles wat aan voedsel voorhanden was. Zo ook, hier bij ons in Deinze. Op de eerste foto zien we de “melkdienst”, een groep vrijwilligers die instond voor de melkbedeling in Deinze.

Op deze foto zien we een bedeling van voedsel aan kinderen in een schoolkantine in Petegem-aan-de-Leie.

Het waren voornamelijk dochters uit gegoede kringen die deze voedselhulp organiseerden. Hieronder een groepsfoto van vrijwillige hulpverleensters. De foto werd genomen aan diezelfde school in Petegem-aan-de-Leie.

De foto’s zijn eigendom van het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) en werden reeds gepubliceerd op erfgoedinzicht.be

Middeleeuwse pins.

Ik keer nog even terug naar het Yper museum, waar men een schitterende collectie middeleeuwse insignes bewaart.
Deze insignes zijn loodtinnen draagspeldjes die men overal in Europa uit de grond heeft opgegraven. Ze werden massaal gedragen vanaf de twaalfde eeuw tot midden de zestiende eeuw.
Rondreizende marskramers en verhalenvertellers boden ze te koop aan op jaarmarkten en kermissen en op alle plaatsen waar veel volk bijeen kwam. Pelgrims kochten ze als aandenken op bedevaartplaatsen. Anderen kochten ze om er hun status, levensmotto, geloof of bijgeloof mee uit te drukken.

De thematiek van de pins was zeer verschillend. Zo had je speldjes met heiligen, koningen, prinsessen, ridders en mythische figuren, maar ook speldjes met muzikanten, molenaars of scheepvaarders en er waren bijvoorbeeld ook speldjes met wapens, gebruiksvoorwerpen en dieren. Men kan geen onderwerp zo gek bedenken of men had er in de middeleeuwen een speldje voor.
Het meest in trek echter waren de speldjes met erotische voorstellingen. De gemiddelde middeleeuwer bleek lang niet zo preuts te zijn als men denkt. Speldjes met suggestieve voorstellingen van wandelende of gevleugelde penissen en vagina’s of uitbeeldingen van fantasierijke seksuele standjes werden met trots door mannen en vrouwen op de jas gedragen.

De middeleeuwse insignes die in het Yper museum worden tentoongesteld zijn meer dan de moeite waard om van naderbij te bekijken. Ze geven een unieke en soms geestige inkijk in de leefwereld van de middeleeuwse mens.

Geraadpleegde bronnen :

ypermuseum.be
medievalbadges.org
historiek.net