Kouwelijke akkers.

Vorige zaterdag trotseerde ik de barre vrieskou en baande ik me een weg door de mist voor mijn wekelijkse ochtendwandeling. Ik volgde de kattebeek en bevond me, niet zover van huis, op de boerenbuiten. Het was intussen halfweg in de voormiddag, de winterzon deed nog steeds haar best om de mist te verdrijven, maar slaagde daar maar moeizaam in.

Het povere zonlicht zorgde af en toe voor een vreemde rozige gloed in de lucht.

Ik vervolgde mijn weg langs akkers en velden die er kouwelijk bijlagen.

De zon had nog wel wat werk voor de boeg om de mist helemaal op te ruimen. Mijn handen deden pijn van de kou. Door artrose kan ik maar moeilijk kou verdragen en daarom trok ik mijn thermisch isolerende duimwanten aan. Die zijn lekker warm, maar erg onhandig als je wil fotograferen. Dus stopte ik, na dit laatste kiekje, mijn fototoestel maar terug in z’n tas. Niet erg, ik was toch bijna aan het einde van mijn wandellus gekomen.

Toen ik thuiskwam zag ik, voor ik naar binnen ging, door het keukenraam Vrouwtjelief achter het fornuis staan. Ik snoof de geur op van verse groentensoep. Een tas warme soep, dat was net wat ik nodig had.

Op een koude winterochtend.

Vorige zaterdag sloeg ik mijn fototas over mijn schouder en trok ik de deur achter me dicht om aan mijn wekelijkse ochtendwandeling te beginnen. Kwestie van mijn conditie een beetje op peil te houden. Het was barkoud buiten en een grijze mist hield het opkomend daglicht tegen. Ik had me warm ingeduffeld met m’n dikste trui, jas en sjaal aan en had m’n wollen muts diep over m’n oren getrokken.

Zo ging ik op stap en volgde, zoals gewoonlijk, de wandelpaden langs de kattebeek die achter onze woonwijk loopt.

De mist werd steeds dikker naarmate ik de open velden naderde. Behalve een man die z’n hond uitliet leek er verder niemand te zijn die zin had om het huis uit te komen.

Een zwak zonnetje deed vruchteloze pogingen om door de hardnekkige mist heen te prikken.

Maar het klein beetje zonlicht zorgde toch voor een tikkeltje meer kleur in het landschap.

Hier en daar was de mist aangevroren en dat zorgde voor enkele haast onzichtbare, maar gevaarlijk glibberige stroken op de wandelpaden.

Ik bevond mij nu op de boerenbuiten, waar de hoevetjes er op deze vroege zaterdagochtend nog dromerig bijlagen en waar de boer wellicht van de gelegenheid gebruik maakte om een keertje lekker lang uit te slapen.

Volgende keer wandelen we nog wat verder.

Landelijke rust.

Ik was op een zonnige zondagnamiddag op wandel in Vinkt (deelgemeente van Deinze). Mijn vrouw was aan het werk in het woon- en zorgcentrum en ik doolde op m’n eentje wat rond in dit stille dorp.

Ik kwam voorbij een prachtig gerestaureerde oude hoeve die nu dienst doet als hotel met bed & breakfast.

Ik kwam ook voorbij het huis, waar net voor de stoep een reuzegroot rood potlood staat. Ik weet niet welk idee daarachter steekt.

Ik passeerde langs het oude dorpsschooltje…

en kwam zo stilaan aan de rand van het dorp.

Ik liet de dorpskern achter mij en wandelde nog een eindje door. Mijn wandeling was uiterst corona-proof. Behalve een fietsend koppel dat me voorbij stak, was er geen mens te bespeuren. Wat mij verbaasde. Ik had met dit heerlijk weer hier een hele hoop fietsers en wandelaars verwacht. Maar dat bleek niet zo te zijn. Veel veiliger voor het virus dan hier, kon je nergens zijn.

Ik profiteerde dan maar alleen van de landelijke rust en van het lekker najaarszonnetje. Ik wandelde verder tot aan een vervallen uitziende boerderij.

Op het weiland naast de boerderij stond een torenhoge boom. Hier aan deze boom hield ik het voor bekeken. Gevoelloosheid in m’n rechterbeen speelde me parten.
Vernauwing aan het zenuwkanaal onderaan mijn rug, samen met discus- en andere hernia’s zorgen ervoor dat het wandelen me niet meer zo goed afgaat. Genieten van een wandeling lukt niet echt meer.

Dus nam ik de kortste weg terug naar het dorpsplein, waar ik de auto had achtergelaten. De lockdown-maatregelen hielden de herbergen en eetgelegen in het dorp dicht. Ergens een koffietje drinken zat er dus ook niet in.
Het werd overigens al wat later in de namiddag en stilaan tijd om vrouwtjelief te gaan afhalen op haar werk. Zij was al van ’s ochtends vroeg druk bezig (van kop tot teen ingepakt) op de covid-gang van het rusthuis. Straks zou ze vermoeid en zwetend in de auto stappen. En dan maar hopen dat ze zelf niet besmet is geraakt.

Het stille dorp.

Op een zonnige zondagnamiddag was ik in Vinkt. Er werd die achtste november met 18,5 graden celcius alweer een warmterecord gebroken. Ik had het herdenkingsmonument aan de slachtoffers van de oorlogsgruwelen in 1940 bezocht en ging daarna nog een kijkje nemen op het kleine kerkhof naast de Sint-Bartolomeuskerk, waar ook nog enkele burgerslachtoffers begraven liggen, die omkwamen op die bewuste zwarte meidag in 1940.

De Sint-Bartholomeuskerk van Vinkt werd in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd, maar daar is vandaag niets meer van te merken. Tegen een zijgevel, naast een calvarieberg met een lijdende Christus, is een gedenksteen aangebracht voor de oorlogsslachtoffers uit Vinkt in de Eerste Wereldoorlog. Want ook die oorlog heeft dit dorp niet gespaard.

Vandaar wandelde ik naar het recent gebouwde zaaltje met reflectieruimte. Binnen wordt een film geprojecteerd over de gebeurtenissen in Vinkt en Meigem in 1940. Je kan er het digitale archief raadplegen en is er ook een piepklein museum gevestigd. Ik bezocht deze reflectieruimte al een keertje, vorig jaar. Maar nu was het zaaltje dicht omwille van corona.

Ik wandelde dan maar, op de bonnefooi, zomaar wat rond de kerktoren. Het was opvallend stil in de straten van Vinkt. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit vredige, landelijke dorp ooit het toneel was van één van de meest gruwelijke oorlogstaferelen.

Volgende keer wandelen we nog een stukje verder.

Heen en weer met de Bathio. (3/3)

Ik was het brugje over de Rekkelingebeek overgestoken en kwam in de Leiemeersen terecht, waar ik meteen werd aangemaand om van de natuur te genieten. Ik deed m’n best.

Aan m’n linkerkant ontwaarde ik in de verte een oude hoeve. Het probleem was dat ik aan die kant pal tegenin het zonlicht moest fotograferen en ik was thuis m’n zonnenkap voor de lens vergeten in m’n tas te steken.

Aan m’n rechterkant stelde dat probleem zich niet.

Mijn wandelweg leidde me uiteindelijk tot aan de afslag naar de boerderij toe. Wat verder kwam de weg uit op de grote baan naar Gent. Ik besloot om hier m’n wandeling maar te beëindigen, want ik moest nog het hele stuk terug naar Astene Sas, waar ik m’n fiets had achtergelaten.

Dus keerde ik op m’n stappen weer en moest ik nogmaals de overzet met de Bathio trotseren. En dat terwijl mijn arm nog moe was van het draaien aan het wiel tijdens de eerste oversteek. Maar deze keer had ik meer geluk. Twee jongemannen moesten ook naar de overkant en wilden net van wal steken. Ik kon lekker als passagier met hen mee terwijl zij het draaiwiel voor hun rekening namen. 🙂
Soms kan het ook al eens meezitten in het leven.

Aan de overkant wandelde ik verder, langsheen de mooie oude meanders van de Leie.

Eenmaal terug aangekomen bij Astene-Sas ging ik nog even verpozen met een fris drankje op het terras van het Oud Sashuis.

En dan stapte ik op m’n fiets en reed langs nog meer van die mooie Leiemeersen terug naar huis. Qua conditietraining was het voor die dag wel genoeg geweest.

Een dorp ten voeten uit. (8/8)

Vanaf het huis van Gerard Reve zetten mijn vrouw en ik het laatste stuk in van de wandelzoektocht die deze zomer in Machelen aan de Leie werd georganiseerd.
Via een zijstraat van de Posthoornstraat maakten we eerst nog een ommetje langs “Villa De Cock”, met c.o.c.k.

Omdat bij de villa een quizvraag moest worden opgelost, ga ik daar verder niet veel over vertellen.
Na het oversteken van de steenweg van Gent naar Kortrijk, kwamen we dan in de Dorpsstraat terecht, waar we de kinepraktijk passeerden waar ik wekelijks langsga voor een oplapbeurt. Niet dat er aan mij nog veel op te lappen valt. Van een oude sloep kan men immers geen speedboot meer maken. 🙂

Een beetje verder in de Dorpsstraat staat de “mannekesschoole”, of in het Nederlands de “jongensschool”. Zo was het vroeger althans. Nu is het nog steeds een school, voor leerlingen van het lager onderwijs. Maar meisjes zijn er nu eveneens welkom.
Hier moest alweer een quizvraag opgelost worden en moesten we zien te achterhalen waarvoor de turnzaal van de school vroeger diende.

Vlak naast de school ligt het Frans militair kerkhof.
Tussen 18 en 31 oktober 1918 werd er zwaar gevochten in de Leiestreek. Franse troepen deden er alles aan om de Duitsers te verdrijven van hun posities en langs beide zijdes waren de verliezen enorm. Na de gevechten lagen de slachtoffers her en der begraven in de velden. Het gemeentebestuur van Machelen besloot om de gesneuvelde Franse troepen een eigen begraafplaats te geven. Het ‘Frans kerkhof’ werd ingericht op een stuk grond naast de gemeenteschool. 750 gesneuvelde soldaten hebben hier een laatste rustplaats gevonden.
Hier staan 750 grafzerken, maar er is er maar ééntje waarop ook een foto staat van de gesneuvelde soldaat. Voor de quiz moesten wij de naam van die soldaat zien te vinden.

Omdat ik véél te goed ben voor deze wereld, geef ik voor één keer het antwoord op deze quizvraag mee.

Nog wat verder in de Dorpsstraat staat dit intrigerend huis. Iedere keer als ik er langskom blijf ik even staan om naar het huis te kijken. Het is zo’n ouderwets gezellig herenhuis met een boomgaard ervoor en met een mooi smeedijzeren balkon boven de voordeur.

Het mooiste huis van Machelen staat nog wat verder in de Dorpsstraat. Het is het herenhuis van Gustaaf Dauwe, de vroegere dorpsdokter. Vanop de straatkant is er echter niets meer te zien van het huis. Het zit verscholen achter een grote rij hoge bomen, bijna een half bos. Enkel bij het toegangshek kan je een glimp opvangen van de orangerie die bij het huis hoort.
Dokter Dauwe was een gekend figuur in Machelen-aan-de-Leie. In de tuin die bij het huis hoort zou ook nog een fragment te zien zijn van een middeleeuwse vierschaar.

En zo naderden we weer het dorpscentrum.

Aan onze rechterkant stond nog een mooie villa die nog dateert uit de jaren ’20 van vorige eeuw. Momenteel woont kunstschilder Martin Wallaert in deze villa en heeft er ook zijn atelier in ondergebracht. De kunstschilder verhuisde vorig jaar van ’t biechtstoeleke, het oudste, piepkleine huis van het dorp, naar deze riante villa. Dat maakt voor hem waarschijnlijk wel een groot verschil.
Naast het huis staat het “Reve-muurtje”, een klein muurtje in witte steen, waarop een gedicht is gebeiteld van Gerard Reve. De schrijver zelf ligt begraven op het nieuwe kerkhof, een eind buiten het dorpscentrum. Hij ligt daar een beetje eenzaam en verlaten.
In de Nederlandse pers werd vroeger al eens geklaagd over het feit dat hun schrijver zonder veel eerbetoon begraven ligt in een godvergeten gat aan de Leie. Daar is wel iets van aan. Maar sinds Joop Schafthuizen, de partner van Reve, in 2003 werd veroordeeld tot 7 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het aanranden van een dertienjarige buurjongen en het in bezit zijn van kinderporno, is men in het dorp waarschijnlijk niet meer zo opgezet met deze twee snoeshanen.

Wat verder kwamen we aan de rotonde, waar op de hoek nog een merkwaardig huis staat.
Het is het geboortehuis van kunstschilder Roger De Backer (1897-1984). De schilder bleef er tot 1944 wonen. Het herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl werd in 1843 gebouwd. De gecementeerde gevel is doorheen de jaren weinig veranderd. Tijdens de bevrijding werd de voorgevel beschoten door onbekenden. De inslagen zijn op deze foto niet te zien, maar wie vlak voor het huis staat kan ze opmerken.
Roger De Backer was een impressionist en luminist. Hij ging in de leer bij de grote Leiekunstenaar Modest Huys. Zijn werken zijn over de hele wereld verspreid, maar zijn ook te zien in het Museum van Deinze en de Leiestreek.

Temidden van de rotonde staat de Vredesboom en het oorlogsmonument, ontworpen door de bekende beeldhouwer Antoon Van Parijs. Vorig jaar, in september, maakte ik hier deze foto ter gelegenheid van 100 jaar vredesfeesten.

Niet ver van de rotonde staat het oud gemeentehuis, met daarachter feestzaal “De Gulden Poort”, de plaats waar we aan deze wandelzoektocht waren begonnen.
Het zat erop. Alle vragen waren beantwoord. Met dank aan mijn dierbare echtgenote, natuurlijk. Als ik een fiets zou winnen met deze prijskamp dan mag zij er ook een keertje mee rijden. 😉

We hebben hoe dan ook genoten van onze zoektocht door dit dorp. Machelen-aan-de-Leie is misschien niet zo pittoresk zoals de Leiedorpen Deurle of Sint-Martens-Latem, maar het is nog een heus dorp, waar het soms lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan, maar dat toch helemaal mee is met z’n tijd. Een dorp waar het heerlijk rustig kan zijn, maar soms ook gezellig druk, waar de mensen vriendelijk en behulpzaam zijn en waar men z’n buren nog kent. Een dorp waar cultuur en tradities in ere worden gehouden, maar waar iedereen welkom is.
Kortom, een dorp ten voeten uit.


Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie en Schelde