Heen en weer met de Bathio. (3/3)

Ik was het brugje over de Rekkelingebeek overgestoken en kwam in de Leiemeersen terecht, waar ik meteen werd aangemaand om van de natuur te genieten. Ik deed m’n best.

Aan m’n linkerkant ontwaarde ik in de verte een oude hoeve. Het probleem was dat ik aan die kant pal tegenin het zonlicht moest fotograferen en ik was thuis m’n zonnenkap voor de lens vergeten in m’n tas te steken.

Aan m’n rechterkant stelde dat probleem zich niet.

Mijn wandelweg leidde me uiteindelijk tot aan de afslag naar de boerderij toe. Wat verder kwam de weg uit op de grote baan naar Gent. Ik besloot om hier m’n wandeling maar te beëindigen, want ik moest nog het hele stuk terug naar Astene Sas, waar ik m’n fiets had achtergelaten.

Dus keerde ik op m’n stappen weer en moest ik nogmaals de overzet met de Bathio trotseren. En dat terwijl mijn arm nog moe was van het draaien aan het wiel tijdens de eerste oversteek. Maar deze keer had ik meer geluk. Twee jongemannen moesten ook naar de overkant en wilden net van wal steken. Ik kon lekker als passagier met hen mee terwijl zij het draaiwiel voor hun rekening namen. 🙂
Soms kan het ook al eens meezitten in het leven.

Aan de overkant wandelde ik verder, langsheen de mooie oude meanders van de Leie.

Eenmaal terug aangekomen bij Astene-Sas ging ik nog even verpozen met een fris drankje op het terras van het Oud Sashuis.

En dan stapte ik op m’n fiets en reed langs nog meer van die mooie Leiemeersen terug naar huis. Qua conditietraining was het voor die dag wel genoeg geweest.

Heen en weer met de Bathio. (2/3)

Er is in Bachte-Maria-Leerne altijd al een veerdienst geweest. Tijdens de oorlogen in de zestiende eeuw stonden zelfs soldaten in voor de bewaking van de overzet.
Maar of men toen ook al aan een wiel moest draaien om het pont van de overkant naar zich toe te trekken, weet ik niet. Ik draaide me een lamme arm aan het wiel en een kwartier later lag het pont aan mijn kant aangemeerd. Oef ! So far, so good.
Op het ponton zelf stond ook zo’n wiel, waarmee ik dan het ding en mezelf naar de overkant kon draaien. Ik veegde met m’n zakdoek het zweet van m’n voorhoofd, stapte op het wiebelend veerpont en begon opnieuw te draaien.

Langzaam maar zeker kwam mijn tuig los van de oever. Daar aan die rode reddingsboei had ik vijf minuten eerder nog gestaan.

Toen ik ongeveer in het midden van de rivier was moest ik even op adem komen. Ik liet het wiel los, liet het pont was dobberen en genoot van het uitzicht over het water. Ik deed wat kine-oefeningen door met m’n armen te zwaaien om m’n pijnlijke schouders los te maken. Ik wiebelde ook wat met m’n heupen om de pijn in m’n onderrug te verlichten terwijl ik ondertussen wat ademhalingsoefeningen deed. Het moet een belachelijk zicht zijn geweest, maar er was toch niemand in de buurt.
Na tien minuten kon ik er weer tegen en draaide ik verder aan het wieletje.

Intussen was aan de overkant een meisje komen aangefietst. Gelukkig had ze me daarnet niet bezig gezien, toen ik nog mijn kine-oefeningen aan het doen was. Het meisje moest blijkbaar de andere kant uit. Ze bleef een tijdje aan de oever staan kijken hoe ik m’n laatste meters over het water aflegde. Ik was nauwelijks van het veerpont gestapt of het meisje fietste het pont op, knikte even gedag en begon toen verwoed aan het wiel te draaien. Ik had de indruk dat ze gehaast was.

Aan de overkant bevond ik mij nu op het grondgebied van Bachte-Maria-Leerne. Ik zette mijn wandeling verder. Eerst kwam ik voorbij een hotel. Een bijenhotel, weliswaar.

En dan kwam ik aan het brugje over de Rekkelingebeek. De beek waaraan op 15 juli 1325 een historische veldslag werd uitgevochten tussen de Gentenaren en de Deinzenaren. De Gentenaren wilden toen voor eens en voor altijd afrekenen met die lastige Deinzenaren, maar het pakte anders uit. Ze zijn er daar in Gent nog steeds niet goed van. 🙂

Vanop het brugje zag ik dat de Rekkelingebeek helemaal onder de eendenkroos zat.

Ook aan de andere kant van de brug, waar de beek zich verder door de Leiemeersen kronkelt.

Ik had best nog wel wat zin om verder te wandelen langsheen de Leiemeersen, dus stak ik het brugje over.

(wordt vervolgd)

Heen en weer met de Bathio. (1/3)

Om mijn conditie een beetje op peil te houden was ik een tijdje geleden op wandel langs de oude meanders van de Leie, tussen Astene en Bachte-Maria-Leerne.

Ik had Astene Sas achter mij gelaten en bevond mij op het grondgebied van Vosselare, één van de 17 deelgemeenten van de stad Deinze. Ik stapte flink door langs de mooie wandelwegen die onze streek rijk is.

Ik liep in de richting van Vosselareput, een afgebakend deel van een oude Leiearm dat reeds sinds mensenheugenis dienst doet als openluchtzwembad. Dat er heel wat plannen zijn om van deze omgeving een toeristische topper te maken bewees dit infobord dat ik onderweg tegenkwam.

De zwempoel lag verborgen achte hoge hagen en aangezien ik niet van zwemmen hou wandelde ik er gezwind voorbij. Ik volgde het bordje met de pijl en het bootje. Dit bord wees de richting aan naar het veerpont over de Leie.

De overzetplaats aan de Leie zat een beetje verborgen achter het riet.

Maar uiteindelijk kwam ik bij het veerpont dat de naam “Bathio” meekreeg. Men heeft dit veerpont zo genoemd naar de oude Germaanse benaming voor de gemeente Bachte-Maria-Leerne. In de Sint-Pietersabdij van Gent zijn oude documenten gevonden uit het jaar 820, waarin de naam Bathio reeds wordt vermeld.

Iemand had van thuis uit z’n eigen “veerplank” meegenomen om er de Leie mee over te steken.

Maar zij die denken hier een veerboot aan te treffen, komen bedrogen uit. Bathio is een trekveer, met zelfbediening. Gelukkig is het anders dan het veer in Machelen-aan-de-Leie. Hier hoef je niet aan de touwen te trekken. De dubbele touwen waarmee men het pont heen en weer kan trekken, zijn hier verbonden met een wiel. Je hoeft dus enkel maar aan het wiel te draaien.
Het ponton lag natuurlijk aangemeerd aan de overkant (zal je altijd zien), dus moest ik het eerst naar deze kant draaien. Ik aarzelde eerst even. Pfff… dat leek me een lastige karwei te worden. Dat ponton woog waarschijnlijk minstens een halve ton. Als conditietraining zou het wel kunnen tellen. Aangezien ik hier moederziel alleen was (de surfer was inmiddels verdwenen), was er niemand die mij tijdens het draaien een keertje kon aflossen. Ik voelde mijn rug nu al zeer doen.
Maar wij mannen van de Leiestreek zijn geen doetjes natuurlijk. Ik zou dat varkentje meteen een keertje gaan wassen.

(wordt vervolgd)