Een kunstenares in een mannenwereld.(2/2)

De ‘Académie Julian’ werd opgericht in 1868 door Rodolphe Julian. Het was een privéschool waar ook vrouwelijke studenten werden toegelaten, al moesten vrouwen er meer dan dubbel zoveel inschrijvingsgeld betalen dan mannen. De academie leverde vermaarde kunstenaars af, zoals Fernand Khnopff, Käthe Kollwitz en Henri Matisse, om er maar enkele te noemen.
In 1890 had Julian zeventien ateliers in Parijs, sommige met meer dan 150 leerlingen. Mannen en vrouwen werden in aparte ateliers ondergebracht. Aan het begin van de week kreeg ieder atelier een model toegewezen dat een bepaalde pose moest aannemen. De leerlingen kregen een week tijd om die pose op doek of op papier vast te leggen.
De leermeesters beoordeelden op het einde van de week het resultaat. Ze kozen in elk atelier telkens het beste werk van de week. De winnaar mocht de volgende week als eerste een zitplaats kiezen, wat in de overvolle ateliers een belangrijk voordeel was. De vrouwen die er les volgden waren echter vaak afhankelijk van de goodwill van hun mannelijke leermeesters.

Leerling-kunstenaressen in de académie Julian anno 1889


Hoe dan ook, in de Académie Julian leerde Louise De Hem alle knepen van het vak. In de zomer van 1891 keerde Louise terug naar Ieper en begon ze haar carrière als kunstenares uit te bouwen. Nadat ze aanvankelijk haar familieleden uitkoos om voor haar te poseren (vooral haar moeder en oudere zussen waren gewillige slachtoffers), mocht ze in 1892 de erevoorzitter van het Hof van Cassatie op doek vereeuwigen. Het was haar eerste belangrijke portretopdracht.

Louise De Hem is portretten blijven schilderen. Ze vereeuwigde leden van de lokale adel, de bourgeoisie, overheden, stadsbesturen en zelfs oversten van kloosters. Het bracht haar een aardige stuiver op. Maar daarnaast schilderde ze ook sociale taferelen, zoals het schilderij van de arme moeder die samen met de oma naar het weeshuis gaat om er haar kindje af te staan (zie lightbox deel 1).
Omstreeks 1904 besloot ze om naar Brussel te verhuizen. In Vorst ~ dan nog een plattelandsgemeente aan de rand van Brussel ~ betrok ze een dubbelwoning in art-nouveaustijl, ontworpen door Ernest Blériot. In haar nieuwe atelier werkte Louise verder aan haar oeuvre. Haar werk heeft een vrouwelijke, soms ietwat dromerige toets en wordt geklasseerd onder het post-impressionisme en het realisme.

Pas in 1908, ze is dan al 41, huwde Louise De Hem met Frédéric Lebbe, een naar Brugge uitgeweken Ieperling die als ingenieur bij de spoorwegen werkte. Van dan af werd Louise De Hem minder productief als kunstenares. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield ze zich met haar man schuil in het bezet Brussel. Na de oorlog kon ze blijkbaar de moed niet meer opbrengen om haar artistiek werk verder te zetten. Ze stierf bijna onopgemerkt op 22 november 1922. Ze werd net geen 56 jaar oud.

Dankzij onder meer een milde schenking van Hélène De Hem, oudere zus van Louise, en daarnaast nog tal van giften en aankopen, verwierf het stedelijke museum van Ieper een uitgebreide openbare collectie, bestaande uit bijna 90 werken van Louise De Hem, waarvan ongeveer de helft permanent worden tentoongesteld in het Yper Museum.

Lightbox / klik op een afbeelding om te vergroten

Geraadpleegde bronnen :
Louise De Hem door jan Dewilde, uitgegeven door de stad Ieper
Erfgoedinzicht.be

De gebruikte afbeeldingen behoren tot het publiek domein

Een kunstenares in een mannenwereld.(1/2)

Louise De Hem zag voor het eerst het levenslicht in Ieper op 10 december 1866. Ze was het achtste kind van Henri De Hem en Eulalie Bartier en groeide op in een ontwricht huishouden. Haar vader was niet aanwezig bij haar geboorte. Hij had zijn gezin in de steek gelaten en woonde over de grens in Armentières.
Haar moeder runde een café in de Vleeshouwersstraat. Daar kwam geregeld Théodore Ceriez over de vloer, kunstschilder en lesgever aan de plaatselijke academie. Na verloop van tijd trok Théodore in bij het gezin, kreeg er kost en inwoon en huwde Louise’s oudere zus Hélène, ondanks het leeftijdsverschil van 26 jaar. Hij was het die als eerste het aangeboren tekentalent van Louise ontdekte en zijn schoonzus aanmoedigde om daarin verder te gaan. Aangezien er in die tijd op de academie nog geen meisjes werden toegelaten gaf hij haar thuis zelf een doorgedreven opleiding in de tekenkunst. Hij slaagde er ook in om een aantal van haar werken tentoon te stellen op belangrijke exposities, waar Louise meteen lovende kritieken oogstte.

In 1886 verliet Louise het ouderlijk huis en trok eerst naar Brussel en later naar Parijs. In Parijs lukte het haar om les te gaan volgen bij Alfred Stevens, een Belgische kunstschilder die toen furore maakte in het mondaine Parijs. De man gaf enkel les aan vrouwen. Verscheidene Belgische kunstenaressen uit die tijd ontmoeten er elkaar. Het was nog steeds een tijd waarin vrouwen hun werken vaak signeerden met de naam van hun man omdat, in de kunstwereld van toen, vrouwen nog niet echt meetelden.
Alfred Stevens liet zich overdag zelden zien in het atelier van de vrouwen, die gelegen was in een kelder onder zijn eigen atelier. De vrouwen konden de hele dag tekenen en schilderen waar ze zelf zin in hadden. Maar ’s avonds daalde Stevens af naar de kelder en kwam het geleverde werk van de dames keuren. Daarbij spaarde hij zijn kritiek niet. Al te enthousiaste vrouwelijke kunstenaressen stonden vaak weer met beide voeten op de grond nadat hij hun werk, zonder enig mededogen, compleet had afgekeurd.

Vanaf 1890 signeerde Louise De Hem haar werken met haar eigen naam. Wanneer Alfred Stevens om gezondheidsredenen geen les meer kon geven, ging Louise De Hem anatomie studeren aan de Faculteit Geneeskunde in Parijs. Dit zou haar later in staat stellen om naar naaktmodel te werken, iets wat toen in België voor vrouwen nog verboden was.
Tussen haar lessen door, werkte Louise de Hem in Parijs in het prestigieuze “atelier Cormon”, gesticht door de Franse kunstschilder Fernand Cormon. Grote namen uit de kunstgeschiedenis waren haar daar voorgegaan, zoals Vincent Van Gogh, Gauguin en Toulouse-Lautrec.
Maar in het atelier libre voelde Louise zich niet in haar sas en na haar anatomie studies trok ze naar de befaamde ‘Académie Julian”. In deze Parijse privéschool kwam Louise in een andere wereld terecht.

(wordt vervolgd)

Toulouse-lautrec (cirkeltje) in het atelier Cormon te Parijs

Lightbox / klik op een afbeelding om te vergroten

Geraadpleegde bronnen :
Louise De Hem door Jan Dewilde uitgegeven door de stad Ieper
Erfgoedinzicht.be

De gebruikte afbeeldingen behoren tot het publiek domein

Yper Museum.

Daar waar het Ieperse museum ‘In Flanders Fields’ vooral het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek vertelt, neemt men je in het Yper Museum mee doorheen elf eeuwen geschiedenis van de Westhoek en de stad Ieper. Dat doen ze aan de hand van een grote maquette van het middeleeuwse Ieper en verder nog een unieke collectie kaarten, archeologische vondsten, munten, kant- en handwerk en nog veel meer. Zo hebben ze er ook een zeer interessante collectie middeleeuwse insignes. Iets waar ik later, in een apart logje, graag nog eens wil op terugkomen.
De opstelling in het museum is bijzonder origineel. Alleen een beetje jammer dat men bepaalde waardevolle schilderijen zo hoog tegenaan het plafond heeft opgehangen.

Er loopt in het Yper Museum momenteel een tijdelijke tentoonstelling onder de titel ‘herSTELLINGEN”. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Ieper met de grond gelijk gemaakt. Deze tentoonstelling gaat over de wederopbouw en de terugkeer van het sociocultureel leven in de stad.
Hieronder enkele sfeerbeelden uit het museum.

Het Yper Museum besteed eveneens bijzondere aandacht aan de Ieperse kunstenares Louise De Hem, die leefde van 1866 tot 1922 en die bij veel mensen elders in het land misschien niet zo heel bekend is.
Een volgende keer vertel ik wat meer over het leven en werk van Louise De Hem.

De Raadszaal.

Het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) is sinds 5 juni heropend. Echter slechts enkel op vrijdag, zaterdag en zondag en bezoekers moeten op voorhand reserveren. De medewerkers achter de schermen van het museum werken nog steeds van thuis uit of zijn door het Deinse stadsbestuur op economische werkloosheid gesteld. Bijgevolg kan ik daar, als vrijwilliger, ook nog steeds niet aan de slag.
In afwachting heb ik een bezoekje gebracht aan het prachtige Yper Museum dat, net zoals het In Flanders Fields Museum’ gevestigd is in de imposante lakenhallen van de stad Ieper.

Aan de achterzijde, waar in feite de uitgang van het museum zich bevindt, heb je een kijk op het imponerend glasraam dat hier als sluitstuk van de wederopbouw van de Lakenhallen werd aangebracht in 1981.

Voor we het eigenlijke museum betraden gingen we eerst een kijkje nemen binnen in de mooie raadszaal, waar nog steeds huwelijken worden voltrokken tussen Ieperse verliefde mensen.

Hier binnen kregen wij een mooie blik op het indrukwekkend glasraam, dat we daarnet aan de buitenkant hadden gezien, ontworpen door Anro Brys, dat een beetje de geschiedenis van de stad Ieper samenvat.

Het glasraam leest als een stripverhaal.

In een volgend logje nemen we een kijkje in het Yper Museum zelf.

Traktatie.

Omdat ik vandaag jarig ben trakteer ik met een nieuwe reeks foto’s over Gent. Ik heb een tweede pagina toegevoegd aan “Gent in the picture” met 24 extra foto’s uit mijn albums over Gent. Allemaal foto’s die ik de voorbije tien jaar heb genomen in de stad waar ik mij thuis voel. Iedere foto is aanklikbaar en in groter formaat te bekijken.
Om naar “Gent in the picture / deel 2” te gaan hoeven jullie alleen maar op onderstaande foto te klikken.

Geen boze wolf.

Het was een item in het tv-journaal : voor de vijfde keer is een wolf opgedoken in de provincie Antwerpen. Dat is goed nieuws. We moeten de wolf met open armen ontvangen en hem met respect behandelen.
De wolf bijt af en toe wel eens een schaapje dood. Het dier moet ook eten en een lekker schapenboutje laat hij niet zomaar passeren. Waarom zouden wij een wolf niet af en toe een schaapje gunnen ? Da’s weliswaar gruwelijk voor het schaapje in kwestie, maar zo zit de natuur nu eenmaal in mekaar.
De wolf in de provincie Antwerpen komt wel abnormaal dicht bij de huizen van de mensen. Maar hij kan ook moeilijk anders in ons vol gebouwd Vlaanderen, waar bossen en natuurgebieden eerder schaars zijn.
Er zijn mensen die bang zijn dat de wolf hun spelende kinderen iets zou aandoen, nu hij zo dicht bij hun achtertuin langskomt. Die vrees is echter volstrekt ongegrond. Een wolf eet namelijk geen kleine kinderen. De sprookjes van weleer hebben hem op dat vlak een kwalijke reputatie bezorgd, maar die sprookjes zijn niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en bevatten heel wat onjuistheden. Wolven zijn bang van mensen en dus ook van kinderen. Ze gaan er voor op de vlucht. Ze lusten bovendien geen mensenvlees.
Roodkapje liep dus geen enkel gevaar. De zeven geitjes daarentegen…