Van het belfort naar het begijnhof.

Van de Broeltorens en de Leiekaaien in Kortrijk wandelden we naar de Grote markt met het belfort, het oorlogsmonument en het 18de eeuwse stadhuis.

De oorspronkelijke belforttoren dateert nog uit de tijd van de Bourgondische hertogen, maar werd intussen al herhaalde keren verbouwd.

We wandelden verder in de richting van het begijnhof. Onderweg vielen ons nog enkele fraaie gevels op.

En zo kwamen we bij het Sint-Elisabethbegijnhof.

Het begijnhof werd in 1238 gesticht door Johanna van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Zeeland. De stichteres werd vereeuwigd in een standbeeld dat je meteen bij het betreden van het begijnhof ziet staan.

Het begijnhof telt 41 huisjes uit de 17 de eeuw. Het hele begijnhof is opgenomen op de lijst van werelderfgoed van de Unesco.

Een jonge kunstenares zat ingeduffeld op een bankje vlijtig te tekenen.

Wij hadden plots trek in koffie. En het toeval wou dat één van de begijnenhuisje was omgebouwd tot een gezellig koffiehuis. De strenge corona-maatregelen waren nog niet van kracht en zoals het bordje aan de deur aangaf, was het koffiehuis gewoon open.

Na de koffie wandelen we nog wat verder.

Torens in Kortrijk.

Vorige week reden wij naar Kortrijk. We hadden de wagen achtergelaten op de grote parking aan de Leie, nabij de “Buda-wijk”, aan de zogenaamde “Buda-beach”.
De naam “Buda” heeft niets te maken met het boeddhisme, maar is een naam die reeds ontstond op het einde van de 17de eeuw. Men had zich toen geïnspireerd op de versterkte stad Buda in Hongarije. Toen men in 1690 een natuurlijk eiland in de Leie met een vesting liet versterken tegen onvriendelijke aanvallen van buitenaf, gaf men het eiland de naam “klein Buda”. Die naam is blijven hangen en is inmiddels de officiële naam van deze stadswijk geworden.

Op deze plek ligt nu een brug voor de “zachte weggebruikers” die zich sierlijk over de Leie kromt. Aan de overkant staat de “K-Tower”. Deze toren is met zijn 66,5 meter één van de hoogste torens in Kortrijk. Het gebouw, dat 68 flats telt, werd ontworpen door Philippe Samijn en werd in 2018 voltooid.
Toen wij daar stonden werd de blauwe lucht gedeeltelijk bedekt met een merkwaardig wolkendeken, wat een beetje voor merkwaardig licht zorgde. Ik vond het geheel wel wat hebben en maakte er enkele kiekjes van.

Vanaf daar wandelden we de binnenstad in, via twee torens die heel wat ouder zijn dan de K-Tower. De Broeltorens van Kortrijk dateren uit 1385, toen de Bourgondische hertogen over onze contreien heersten. Ze vormen het enig overblijfsel van de middeleeuwse stadsomwalling van Kortrijk.
Het bleek tijdens onze wandeling dat er in de stad overal werken aan de gang waren. Er werd gebouwd en verbouwd dat het een lieve lust was en heel wat straten waren opgebroken om her aan te leggen.

Men doet duidelijk in Kortrijk aan stadsvernieuwing en ook deze kade aan de Leie is nieuw aangelegd.

Volgende keer wandelen we nog een beetje verder.

Geen normale herfst.

De Ronde van Vlaanderen die in oktober wordt gereden, de herbergen die dicht zijn, de mensen die hun job thuis moeten doen, oma’s en opa’s die hun kleinkinderen beter niet meer knuffelen…
De wereld staat op z’n kop. Ik durf haast niet meer naar buiten kijken. Ik ben bang dat de bladeren aan de bomen naar omhoog zullen vallen, in plaats van naar beneden…

In de ban van de hertogin / 9

De vermetele

Naast het praalgraf van Maria van Bourgondië in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge, staat het praalgraf van haar vader, Karel de Stoute. Zo werd hij genoemd, maar het woord “stout” had in de middeleeuwen enigszins een andere betekenis. Nu is “ondeugend” een synoniem van stout, maar toen verstond men onder “de stoute” eerder ” de vermetele” of “de roekeloze” of ” de dappere maar onbezonnene”.

Karel de Stoute was de zoon van de Bourgondische hertog Filips de Goede, de stichter van de orde van het guldenvlies en van Isabella van Portugal. Zelf is hij driemaal gehuwd. Het was zijn tweede vrouw, Isabella van Bourbon die de moeder was van Maria van Bourgondië. Maria was slechts acht jaar oud toen haar moeder op 29-jarige leeftijd stierf.

Isabella van Bourbon en Karel de Stoute, de ouders van Maria van Bourgondië

Het bewind van Karel de Stoute werd vooral gekenmerkt door oorlogvoering en het neerslaan van opstandelingen. In zijn drang om het Bourgondische rijk uit te breiden veroverde hij onder meer Luik, het hertogdom Gelre aan de Nederrijn en het hertogdom Lotharingen. Maar hij kreeg het ook aan de stok met de Habsburgers en met het Heilig Roomse rijk en met de koning van Frankrijk.
Hij sneuvelde uiteindelijk in 1477 op het slagveld bij een poging om de stad Nancy te veroveren.
Na zijn vroegtijdige dood moest Maria van Bourgondië hals over kop het rijk overnemen. Ze was toen amper twintig jaar oud en werd meteen geconfronteerd met de ongenoegen van het volk over het oorlogszuchtige beleid van haar vader.

Net zoals het praalgraf van Maria van Bourgondië is ook dit praalgraf op prachtige wijze versierd, geheel naar de Bourgondische tradities. Maar in tegenstelling tot deze van zijn dochter, zijn de stoffelijke resten van Karel de Stoute hier niet meer aanwezig. Na plunderingen tijdens de Franse revolutie was zijn lichaam uit de grafkelder verdwenen en is nooit meer teruggevonden.

Dichter bij Maria van Bourgondië konden we voorlopig niet meer komen. We hadden haar een laatste eer bewezen. We wilden ons graag verder verdiepen in haar levensverhaal, maar dat was iets voor later. Nu lieten we de hertogin in vrede rusten en verlieten we stilletjes de stad Brugge.

Wordt later vervolgd.

In de ban van de hertogin / 8

Stoffelijke resten

We stonden bij het prachtige Bourgondische praalgraf van Maria van Bourgondië, in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge.

De feitelijke grafkelder, waar niemand toegang heeft, bevindt zich onder de sarcofaag. Maar naast de sarcofaag zijn de vloertegels vervangen door glastegels. Doorheen het glas kan je een blik werpen beneden in de grafkelder. Je merkt meteen de middeleeuwse muurschilderingen op.
Door de lichtweerkaatsing van bovenaf, was het moeilijk om door het glas heen er een goede foto van te nemen. Maar ik heb het toch maar geprobeerd.

Wanneer men zich bukt of door de knieën gaat ziet men onder de sarcofaag een deel van de loden kist met daarin de stoffelijke resten van Maria van Bourgondië. Er zou zich in de kist nog een apart loden doosje bevinden, dat het hart van haar zoon Filips de Schone bevat en naar middeleeuwse gewoonte achteraf werd bijgezet.

In 1979 heeft men de stoffelijke resten blootgelegd voor pathologisch onderzoek. Men heeft toen onomstotelijk kunnen aantonen dat het wel degelijk om de resten van Maria van Bourgondië gaat.
Er werden destijds röntgenfoto’s genomen, zowel van het skelet als van het koperen ligbeeld op de sarcofaag. Toen men achteraf de foto’s van de schedel van Maria en die van het hoofd van het ligbeeld over elkaar legde, kon men zien dat beide foto’s verbluffend perfect in elkaar pasten. Het gelaat van het beeld op de sarcofaag werd vervaardigd aan de hand van haar dodenmasker. Men kan er dus vanuit gaan dat het koperen beeld een vrij natuurgetrouwe weergave is van hoe Maria van Bourgondië er werkelijk uitzag.

Enkele meters naast haar praalgraf stond nog een tweede praalgraf. Dat van haar vader, Karel de Stoute.

(wordt vervolgd)

In de ban van de hertogin / 7

Het praalgraf

We liepen langs een rij biechtstoelen, versierd met prachtig middeleeuws houtsnijwerk, naar het hoogkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge. Om daartoe doorgang te krijgen hadden we een toegangsticketje voor de luttele prijs van vier euro moeten betalen, maar dat was het meer dan waard.

Want het Bourgondische hoogkoor was magnifiek.

Naast het orgel, boven de koorbanken prijkten dertig wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies. Een orde die werd gesticht door Filips de Goede, de grootvader van Maria van Bourgondië.

En daar lag ze dan : de hertogin van Bourgondië.

Het praalgraf van Maria van Bourgondië, dat werd voltooid ca. 1491, bestaat uit een in koper gegoten ligbeeld, een “gisant” zoals men dat in vaktermen noemt, bovenop een sarcofaag. Het ligbeeld werd vooraf uit hout gesneden door meester-beeldsnijder Jan Borreman. Wat Jan Van Eyck in die tijd betekende voor de schilderkunst, was Jan Borreman voor de houtsnijkunst. Exact naar het houten beeld werd daarna het beeld in koper gegoten door edelsmid en “geelgieter” Reinier Jansz van Thienen, eveneens een grootmeester in zijn vak.

De figuur en het gelaat van de zacht rustende hertogin is ragfijn weergegeven, het gekroonde hoofd liggend op een kussen, de handen in gebedshouding boven de borst. Haar lichaam is gehuld in een majestueus gewaad. Aan haar voeten waken twee dashonden.

Het beeld rust op een massieve sarcofaag van blauwe vuursteen, in gotische stijl ontworpen. De twee lange zijden van de sarcofaag zijn verfraaid met in koper uitgewerkte banderollen en wapenschilden die door engelen worden omsloten.
De korte zijden is onder meer haar titulatuur te lezen (Maria van Bourgondië stond aan het hoofd van minsten veertien hertogdommen en graafschappen). Op de vier hoeken staan de vier evangelisten.

Dit is een praalgraaf, maar de stoffelijke resten zelf van Maria van Bourgondië zijn hier ook daadwerkelijk aanwezig. Ze liggen in een grafkelder onder de sarcofaag.
Ook daar konden wij een glimp van opvangen.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :
De Bourgondiërs door Bart Van Loo uitgegeven door De Bezige Bij
Openbaar kunstbezit Vlaanderen