BLOG

Buitenlucht.

Langzaam wordt het “nieuwe normaal” weer een beetje het “oude normaal”. Voor Moeder Natuur is dat misschien minder goed nieuws. Het is merkwaardig hoe de natuur open is gebloeid en planten en dieren hun territorium hebben uitgebreid, nu de mens zich door corona noodgedwongen heeft teruggetrokken. Een aantal vogelsoorten zijn terug van weggeweest. Langs de bermen bloeien zeldzame planten weer weelderig. In de Ardennen duiken de everzwijnen terug op en de wolven hebben kleine wolfjes op de wereld gezet. Alleen met de egels ging het wat minder goed. Ook zij leken te zijn getroffen door een of andere vermetele ziekte. Maar voor het overige waren planten en dieren tijdens de lockdown van de mens duidelijk in hun nopjes.
Maar wellicht zal daar verandering in komen. Er razen weer meer auto’s en vrachtwagens over onze wegen. Lang zal het niet meer duren voor de mens zich opnieuw zal opdringen en de natuur zal moeten wijken.
Nu er nog veel zuurstof in de lucht zit, ga ik dit verlengd weekend vast op zoek naar een rustig plekje om er te genieten van de heerlijke, zuivere buitenlucht.

Duivenpoep.

Reeds verscheidene, opeenvolgende jaren, strijken in de lente houtduiven (ook wel bosduiven genoemd) neer in mijn tuin. Vroeger zag je die zelden in je achtertuin, maar ik vermoed dat ze zich steeds meer in de buurt van de mensen wagen doordat de bossen steeds schaarser worden.
Op zich vind ik dat niet zo erg, ware het niet dat die duiven zich heel onwelvoeglijk gedragen in mijn tuin. Ze kakken overal. Op het dak van het tuinhuis, op het gazon en op het terras. Het is zeker niet leuk als je net terug komt van de carwash, de auto op de oprit parkeert en een half uur later ontdekt dat er alweer duivenpoep op de motorkap zit.
Maar daar blijft het niet bij. Die duiven zijn allemaal oversekst. Bij de houtduiven doet iedereen het blijkbaar met iedereen. Soms doen ze het zelfs met drie of vier tegelijk. De hele dag door, stel je voor. En dat in corona tijd ! Social distancing, daar doen ze niet aan mee. Al dat gedoe gaat gepaard met vleugelgeklap en een kabaal van jewelste. Daar komen op de duur kleine duifjes van, natuurlijk. Die zijn tegen volgende lente de puberteit reeds ontgroeid en dan kan het spelletje weer van voren af aan beginnen.
Het loopt echt de spuigaten uit. Daarom heb ik het volgende besluit genomen : iedere duif die zich voortaan onbetamelijk gedraagt in mijn tuin zal ik persoonlijk en eigenhandig de nek omwringen, ontdoen van alle pluimen en in mijn braadpan stoppen. Zij wezen hierbij gewaarschuwd.
Bosduif met aardappelkroketjes en daar nog een lekker sausje bij… slecht kan dat niet zijn. 😛

RECHTENVRIJE FOTO VAN HET INTERNET

Het Ros.

Mijn echtgenote had er reeds lang naar uitgekeken. Net zoals iedereen die een link heeft met de stad waar zij werd geboren : Dendermonde. Om de tien jaar doet het Ros Beiaard immers zijn ronde in de stad van Dendermonde. En dat is voor alle Dendermondenaren een absoluut niet te missen hoogdag.

En terecht, want de Ros Beiaard ommegang is één der mooiste folkloristische evenementen in Vlaanderen. De stoet zorgt voor een drie uur durend, wervelend spektakel in de straten van Dendermonde, met als hoogtepunt het Ros zelf dat één keer om de tien jaar uit z’n stal komt en, begeleid door de pijnders en de vier heemskinderen, zijn ronde doet door de stad om het volk van Dendermonde te groeten. De ommegang bestaat reeds sinds de 15 de eeuw en lokt telkens meer dan 100.000 bezoekers naar de stad.
De laatste keer dat dat gebeurde was in mei 2010. Wij waren er bij en we keken toen onze ogen uit en waren mede ontroerd toen het paard voorbij kwam en voor ons een hoofse buiging maakte.

De volgende ommegang stond gepland voor aanstaande zondag 24 mei 2020. De mensen van Dendermonde leefden al maanden, zelfs jaren toe naar deze datum. Alle voorbereidingen waren getroffen, de affiches waren gedrukt, de tickets voor de tribunes reeds in voorverkoop verkocht. Maar helaas, het ellendige corona-virus heeft ook de Ommegang niet gespaard.
De Ros Beiaard Ommegang is met een jaar uitgesteld en gaat pas door op 30 mei 2021. Het paard blijft dus nog een jaar langer op stal en de Dendermondenaren moeten nog een extra jaar geduld oefenen.

Anja.

Het gaat niet goed met Anja, onze poes. Ze heeft voor de derde keer een beroerte gekregen. De twee vorige keren heeft ze zich daar telkens flink doorheen gesparteld. Maar deze keer is het erger en verloopt het herstel moeizamer. Haar rechter achterpootje is verlamd en ze heeft last van evenwicht stoornissen, waardoor ze voortdurend omvalt.
Vorige week verbleef ze drie dagen in observatie bij de dierenarts. Ze lag aan een infuus en kreeg medicatie. Nu is ze terug thuis. Ze slaapt het grootste deel van de dag en komt enkel uit haar mandje om wat te eten. Als ze eet moet ik haar wat ondersteunen, want anders valt ze telkens om. Soms probeert ze al liggend te eten, wat niet goed lukt natuurlijk.
Pijn heeft ze niet, maar het evenwichtsverlies maakt haar angstig. Volgens de dierenarts kan dat twee à drie weken duren, maar daarna zal het hopelijk geleidelijk aan beter worden.
Het blijft afwachten of ze er deze keer weer helemaal bovenop zal komen.
We kruisen de vingers. Anja wordt eind dit jaar vijftien jaar, wat voor een poes reeds een gezegende leeftijd is. Het is een beetje een schuwe, maar heel lieve en zachtaardige poes. Ze heeft een moeilijke start gekend in haar leven, maar sinds we haar in 2006, samen met haar moeder Lucie, van de poezenboot in Gent zijn gaan halen, houdt ze ons gezelschap en zijn we erg aan haar gehecht. Lucie is er intussen al anderhalf jaar niet meer. Hopelijk kunnen we Anja nog een tijdje bij ons houden.

Een oplapbeurt.

Mijn bouwvallige rug was hoogdringend aan een oplapbeurt toe, nadat ik twee maanden lang niet meer bij de kinesiste kon langsgaan. Maar daar kwam deze week gelukkig verandering in. Gisteren mocht ik voor het eerst terug naar de kine. Weliswaar werden er strikte voorzorgsmaatregelen in acht genomen en moest de sessie zo veilig mogelijk verlopen. Ik volgde nauwgezet de voorschriften : buiten op de parking wachten en bij het binnenkomen handen wassen en ontsmetten. Mijn eigen handdoeken had ik meegebracht en ik droeg een mondmasker. Ook de kinesiste droeg een mondmasker en zij had de tafel en de behandelingsruimte op voorhand grondig ontsmet. Maar voor het overige deed ze haar werk zoals altijd, op deskundige wijze.
In corona-tijden is een behandeling waarbij lichamelijk contact essentieel is, niet evident. Kine vanop afstand is onmogelijk. Het blijft ondanks alle voorzorgen een berekend risico, zowel voor de therapeuten als voor de patiënten. Maar er zijn dingen die men niet kan blijven uitstellen. Als iedereen zich aan de voorschriften houdt, met respect voor elkaar, blijven de risico’s beperkt.
Het deugdzaam gevoel die ik na de behandeling had, was daarentegen optimaal.

Het nieuwe normaal.

Heel wat mensen lopen dezer dagen gemaskerd rond. Je kan amper nog iemand herkennen. Iedereen blijft op veilige afstand van elkaar. Als we Straks met mondjesmaat terug op bezoek bij familie- of vrienden mogen gaan, moeten we op voorhand kiezen wie we willen zien en wie niet.
Ik maak me de bedenking in wat voor een bizarre corona-wereld we momenteel leven. Het lijkt wel alsof we met z’n allen figureren in een slecht sciencefiction verhaal.
Men noemt het “het nieuwe normaal”. Ik hoop maar dat we heel gauw kunnen terugkeren naar “het oude normaal”.

“Den bureau”.

Na zeven weken lockdown gaan vandaag in ons land ongeveer 150.000 mensen terug aan de slag op hun werk. Daar komen gepensioneerde mensen, zoals ik nog niet voor in aanmerking. Al zou ik dolgraag ook weer aan de slag willen gaan. Ik mis het kantoor waar, in normale tijden, achter de schermen van het Mudel (Museum van Deinze) hard werd gewerkt door de medewerkers van het museum en waar ik als vrijwilliger aan het fotoarchief werkte. Ongeveer vierduizend foto’s uit lang vervlogen tijden heb ik er intussen digitaal gearchiveerd en gedocumenteerd. Maar nu kan ik dat dus al zeven weken lang niet meer doen.
De onderstaande foto’s nam ik drie jaar geleden met m’n mobiel. De foto’s zijn niet bijster goed van kwaliteit maar bezorgen mij wel heimwee naar betere tijden. ‘Den bureau’, zoals wij onze werkplaats soms noemen, lag er toen een beetje rommelig bij, maar er werden dan ook voortdurend materiaal en documenten binnen gebracht die moesten worden bestudeerd en gearchiveerd. Er heerste altijd een gezellige bedrijvigheid.
Ik vermoed dat de werkruimte intussen “corona-proof” zal zijn gemaakt. Maar het museum blijft voorlopig dicht. Ik kijk uit naar de dag dat ik opnieuw in het fotoarchief kan duiken en de mensen van het museum kan terug zien. Maar intussen zit er niets anders op dan mij hier thuis verder in stilte bezig te houden.

Dichter bij Van Eyck.


Het was de grootste tentoonstelling rond het werk van Jan Van Eyck ooit en het had het belangrijkste culturele evenement in Gent van dit voorjaar moeten zijn. Dat was het ook, tot het corona-virus roet in het eten kwam gooien.

Half maart ging de tentoonstelling onherroepelijk dicht. Ik was één van de gelukkigen die nog voor de sluiting erin geslaagd is om deze uiterst boeiende tentoonstelling te gaan bezichtigen. Begin maart ben ik er, samen met mijn vriend en historicus Manu naartoe geweest en we hebben er ons vergaapt aan de verbluffende schildertechniek van Van Eyck en enkele van zijn tijdsgenoten.
Vele mensen die hun bezoek nog wat hadden uitgesteld, waren eraan voor de moeite. De tentoonstelling is afgesloten en de kunstwerken keren terug naar hun vaste stek in musea verspreid over de wereld.
Gelukkig kunnen we nog op het internet terecht om dichter bij Van Eyck te komen. Als men hierboven klikt op het zelfportret van Jan Van Eyck dan komt men terecht op de website “closer to Van Eyck”. Op deze gesofisticeerde site verneemt men alles over het gerestaureerde ‘Lam Gods’, maar ook over alle andere werken van de grootmeester. Men kan er bovendien alles bekijken in een super resolutie, zodat men elk schilderij op het scherm enorm kan uitvergroten en tot in het allerkleinste detail kan bestuderen. Men verneemt er ook alles over het wetenschappelijk onderzoek dat aan de restauratie van de werken is vooraf gegaan. Het loont absoluut de moeite om er een keertje virtueel te gaan rondneuzen.
Nog meer informatie over het leven en werk Jan Van Eyck is er te vinden op de website van het Museum voor Schone Kunsten van Gent.

Gent in the picture.

Vorige week voegde ik een extra pagina toe aan deze website. Daarvoor selecteerde ik uit mijn eigen archief 24 foto’s die ik in de loop van de voorbije jaren nam in Gent. Die foto’s bracht ik samen op een nieuwe “speciale” pagina waarop de stad Gent in de picture staat . Alle foto’s zijn aanklikbaar en in groter formaat te bekijken.

Quarantainewandeling.

Ik weet niet of ik bij deze een nieuw woord heb uitgevonden, maar ik denk dat het intussen al in het woordenboek staat. Sinds de quarantaine maatregelen van kracht zijn maak ik, zoals vele mensen doen, iedere dag een wandelingetje, hier in de buurt. Dat is ook nodig nu ik niet meer bij de kine terecht kan. Ik moet ervoor zorgen dat ik in beweging blijf.
Ik wandel het liefst op de boerenbuiten, maar een stukje natuur of landbouwgebied vinden in onze overvol bebouwde gemeente is niet eenvoudig. Ooit was het hier een landelijke buurt, maar sinds mijn jeugdjaren is alles danig veranderd dat er geen vergelijk meer mogelijk is.
Maar doordat ik hier ben geboren en getogen, ken ik nog wel enkele her en der verborgen wegeltjes, die de tand des tijds hebben doorstaan en mij leiden naar de laatste stukjes platteland die er in onze gemeente nog resten.

Het stadsbestuur doet weliswaar zijn best om de gemeente zoveel mogelijk te verfraaien en leefbaar te houden. Zo is er een hele tijd geleden al achter onze woonwijk een netwerk van wandelpaden aangelegd. De paden volgen de diep liggende, kronkelende kattebeek. Op sommige plaatsen werd een klein parkje aangelegd.

Als kind speelde ik vaak met mijn vriendjes in en rondom de kattebeek. We gingen tot aan onze knieën het water in en schepten met een schepnet kleine stekelbaarsjes op, die we dan in ons emmertje gooiden en meenamen naar huis, tot grote ergernis van mijn vader.
Door de droogte staat het water nu laag in de beek en ondanks het feit dat het water momenteel erg zuiver is valt er maar weinig leven in te bespeuren. Visjes zitten er blijkbaar niet meer in maar weldra zullen aan de rand van de beek krekels tsjirpen, zullen er libellen zweven, vlinders fladderen en bijtjes zoemen. Het virus zal hen een worst wezen.

Exit Fluwijn.

Vandaag nam ik, na vijftien jaar, afscheid van mijn alter-ego Fluwijn. Daarmee is ook de gelijknamige blog van het internet verdwenen.
Voor Fluwijn is het genoeg geweest. Daarom neem ik het van hem over. Fluwijn heeft daartegen geen bezwaar, aangezien wij één en dezelfde persoon zijn en wij doorgaans goed overeen komen. 🙂
Alle blogbezoekers van Fluwijn zijn voortaan welkom op dit bescheiden webstekje. Ik hoop dat ik bij de instellingen intussen alles heb aangevinkt wat aangevinkt hoort te worden, zodat ieder’s reactie op tijd verschijnt. Alle begin is moeilijk.