Winterse Brielmeersen. (1/2)

Sneeuw en ijs lokken een mens naar buiten. De dag na mijn berekoude wandeling aan de Kattebeek, trotseerde ik toch nog eens de vrieskou en ging ik weer op wandel. Maar dit keer straalde de zon aan een helderblauwe lucht, wat echter qua temperatuur niet zoveel uitmaakte, het was nog steeds barkoud.
Ik ging wandelen in ons provinciaal domein “de Brielmeersen”, omdat het al veel te lang geleden was dat ik er nog was geweest.
Fotorantje heeft in dit park haar thuisbasis en maakt hier de mooiste close-ups van eekhoorntjes, blauwe reigers en andere pluimige beestjes. Daar ben ik niet zo goed in, dus beperk ik mij tot enkele sfeerbeelden. Het domein was die dag getooid in haar mooiste winterkleed.

Volgende keer wandelen we nog wat verder en verkennen we een ander gedeelte van de Brielmeersen.

Berekoud aan de Kattebeek.

De winter heeft ons stevig in zijn greep deze week. Hier bij ons, in de Leiestreek, kregen we maar een dun laagje sneeuw. Maar het is zoals overal in het land, ook hier berekoud.
Bij glibberige temperaturen ga ik zelden wandelen of fietsen, uit schrik om te vallen, iets wat mijn kaduke rug niet ten goede zou komen. Maar maandag maakte ik toch een voorzichtige wandeling langs de Kattebeek.

De Kattebeek kronkelt zich sinds mensenheugenis door onze gemeente, waarschijnlijk reeds in de tijd dat de dino’s hier nog rondliepen. Op sommige plaatsen is de beek thans overwelfd, maar achter onze woonwijk ligt ze open en bloot en maandag lag ze er vooral kouwelijk bij. Van bij me thuis volgde ik een eind de Kattebeek langs de aangelegde wandelpaden. Het water in de beek stond vrij hoog en er zat een sterke stroming op, waardoor de beek niet gauw kan dichtvriezen.
Hoewel ik me goed ingeduffeld had sneed de ijzige wind, die volgens mij rechtstreeks vanuit de noordpool kwam, dwars door me heen.

Soms waagde ik me op het bevroren terrein langsheen de beek om enkele kiekjes te maken, maar meestal bleef ik veilig op het sneeuw- en ijsvrij gemaakt wandelpad, waar ik minder kans had op een ongelukkige valpartij.

Er waren nog enkele moedige wandelaars die op deze ijzige maandagochtend de weergoden trotseerden, maar aangekomen bij het brugje hield ik het voor bekeken. De kou was niet te harden. Ik keerde op mijn stappen terug en haastte me naar huis toe. Ik besloot om dit soort diepvries-wandelingen in het vervolg over te laten aan de eskimo’s.

De Leie op het canvas.

Twee weken geleden ben ik na meer dan drie maanden nog eens in het museum van Deinze (mudel) geweest. Het was opnieuw een superblij weerzien met de collegaatjes. Elkaar een knuffel geven mocht niet natuurlijk, een beetje bijpraten vanop veilige afstand met mondmasker, kon nog wel.
Ik was er gewoon op bezoek, want echt terugkeren naar het museum om vrijwilligerswerk te doen zit er nog niet in. Daar steekt dat rotvirus nog steeds een stokje voor.
Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een rondwandelingetje te doen in het museum. Daar loopt momenteel een tentoonstelling met werken uit de eigen vaste collectie van het museum, met de Leie als thema. Deze keer ligt de klemtoon op de rivier zelf en op het dorpsleven aan de Leie. Een thema dat vaak, in verschillende stijlen, op het canvas werd vereeuwigd.

Binnenkort opent in het museum een nieuwe tentoonstelling ter gelegenheid van de 100 ste verjaardag van Roger Raveel.

In de ban van de hertogin / 13

Tumult op de Vrijdagmarkt


Maria van Bourgondië groeide als jong meisje op in de grafelijke residentie “Hof ter Walle” in Gent.
Dat zij als gravin van Vlaanderen eveneens de titel van hertogin van Bourgondische droeg had ze te danken aan het feit dat haar betovergrootmoeder Margaretha van Male in 1369 met veel pracht en praal in Gent huwde met de jongste zoon van de toenmalige koning van Frankrijk, Filips de Stoute. Deze maakte van het Franse Bourgondië een onafhankelijk hertogdom, afgescheiden van Frankrijk.
Door het huwelijk werd Margaretha van Male de stammoeder van de nieuwe Bourgondisch-Nederlandse hertogelijke dynastie. Vanaf dan behoorden de lage landen tot het Bourgondische rijk.

Margaretha van Male

Het was graaf Lodewijk van Male die in de 14de eeuw het “Hof ter Walle” in Gent liet ombouwen tot grafelijke woonst, omdat het Gravensteen als militaire burcht niet langer meer geschikt was als woonst.
Het “Hof ter Walle” werd omgedoopt tot “Prinsenhof”.
Van het Gentse Prinsenhof rest nu alleen nog de poort van één van de bijgebouwen.


Het verdwenen Prinsenhof in Gent

Honderd en acht jaar nadat haar betovergrootmoeder met de zoon van de Franse koning was gehuwd, kreeg Maria van Bourgondië in het Gentse Prinsenhof, waar ze samen met haar stiefmoeder Margaretha van York woonde, het nieuws te horen dat het gruwelijk verminkte lijk van haar vader was teruggevonden op het slagveld. Voor het morrend volk van die tijd was dat een opluchting. Eindelijk waren ze verlost van de tirannieke Bourgondische heerser. Maar voor Maria, toen amper twintig jaar oud, was het een vreselijke tijding. Als enig kind van Karel de Stoute erfde zij het Bourgondische rijk en alle problemen die daarmee gepaard gingen.

Lodewijk XI

Slecht nieuws komt nooit alleen. Zo bereikte haar ook het bericht dat de legers van de Franse koning Lodewijk XI het hertogdom waren binnengevallen. Meer nog, de steden zoals Gent en Brugge kwamen in opstand en eisten meer autonomie. Lodewijk XI deed er alles aan om onenigheid te zaaien in het Bourgondische rijk om op die manier gemakkelijk het hertogdom terug te kunnen inpalmen.

Twee raadgevers en vertrouwelingen van het Bourgondisch hof, Hugonet en Humbercourt, moesten boeten voor het harde beleid van Maria’s vader. Ze werden op witte donderdag van het jaar 1477 onthoofd op de Gentse Vrijdagmarkt. Het schavot stond ongeveer waar nu het standbeeld van Jacob van Artevelde staat.

De Gentse Vrijdagmarkt

In een wanhoopspoging om de gemoederen te bedaren, trachtte Maria van Bourgondië de executie te verijdelen door op het balkon van het Tooghuis oftewel het Toreken in Gent (dat er toen enigszins anders uitzag dan nu) te klauteren en terwijl de beul al klaar stond van daaruit te smeken om het leven van de beide heren te sparen. Maar ze kon nauwelijks haar stem verheffen boven het gejoel en de woedende kreten van de opstandige Gentenaren. Haar smeekbeden waren tevergeefs. De beul deed beide koppen rollen. Het zag ernaar uit dat het einde van het Bourgondisch rijk in zicht was.

Het Toreken aan de Vrijdagmarkt in Gent

Uiteindelijk slaagde Maria van Bourgondië erin om het op een akkoord te gooien met de Staten-generaal van de lage landen die haar militaire steun beloofden. Maar het was vooral haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk op 19 augustus 1477, die redding bracht. Hij was tenslotte de zoon van de keizer van het heilig Roomse rijk. Met deze machtige man aan haar zijde waren de snode plannen van de Franse koning gedwarsboomd en zag de toekomst van het Bourgondisch rijk er opnieuw rooskleurig uit.


De strubbelingen met Frankrijk zouden echter nog lang aanhouden en waren in feite onderdeel van de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland, waarbij de Bourgondiërs de kant van de Engelsen hadden gekozen. Het was de kleinzoon van Maria van Bourgondië die er uiteindelijk korte metten zou mee maken, een rijk zou stichtten dat zelfs groter was dan het oude Romeinse rijk en zichzelf Keizer Karel zou laten noemen.
Maar dat is weer een andere geschiedenis.

Het was gelukkig niet allemaal kommer en kwel in het leven van Maria van Bourgondië. Zo waren er de blijde intredes die ze, na het huwelijk, samen met haar kersverse echtgenoot deed in verschillende steden in de lage landen.
Daarover vertel ik meer in een volgende reeks over de hertogin. Dan maken we ook kennis met Jan van Dadizele, een machtig man in Vlaanderen en een vertrouweling van de hertog Maximiliaan en hertogin Maria van Bourgondië. We gingen hem opzoeken in Dadizele.

(wordt later vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :

In de ban van de hertogin / 12

De Gravenkapel


Maria van Bourgondië was de 29 ste in een lange rij graven en gravinnen van Vlaanderen, die er zijn geweest tussen het jaar 840 en het jaar 1830.
De eeuwig durende rivaliteit van het Bourgondisch hof met het Franse koningshuis beheerste ook haar regeerperiode. En daarnaast bezorgden opstandige steden zoals Brugge en Gent haar kopzorgen. Ze bevond zich vaak tussen twee vuren en hoewel ze niet oorlogsgezind was, kon ze niet beletten dat ook haar eigen echtgenoot meestal ver weg was van huis om ergens op een slagveld de talrijke vijanden te verslaan.

De “Gravenkapel” in Kortrijk is uniek in zijn soort omdat de muren van deze kapel niet gedecoreerd zijn met religieuze figuren, maar met 51 nissen, waarin alle graven van Vlaanderen uit de geschiedenis zijn afgebeeld.
Tussen alle stoere krijgsheren en edellieden, heeft ook Maria van Bourgondië, aan de zijde van haar gemaal, er een plaats gekregen.


We keken ietwat verbaasd om ons heen toen wij de Gravenkapel in Kortrijk betraden. Op de muren van de kapel ware rondom smalle nissen aangebracht , waarin telkens een afbeelding van een graaf van Vlaanderen was geschilderd, al dan niet vergezeld van zijn eega, te beginnen bij Boudewijn met de ijzeren arm (die in het jaar 840 de allereerste graaf van Vlaanderen werd).

Geen afbeeldingen van religieuze figuren in deze kapel, maar wel van wereldse leiders. De eerste portretten werden vervaardigd omstreeks 1374 in opdracht van Lodewijk van Male door ene Jan van der Asselt. Vanaf 1407 werd het werk verder gezet door Melchior Broederlam.
Later in de geschiedenis kwamen er steeds nissen bij.

We schreden eerbiedig door deze grafelijke kapel tot bij het prachtige altaar.

We waren volledig omringd door stoere krijgsheren en hier en daar ook een edele jonkvrouw.

Tussen de hele reeks ontwaarde ik ook de Bourgondische hertogen en algauw viel mijn oog op het paneel met Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk.

Wat ons eveneens opviel in deze kapel waren de “zwikken” boven de spitsbogen. In de architectuur wordt het hoekstuk tussen een cirkel en een rechthoekige omlijsting een “zwik” genoemd. In deze kapel zijn er 102 van deze zwikken. Ze bevatten telkens gebeeldhouwde scènes in reliëf die zowel religieuze als wereldse taferelen uitbeelden. De zwikken dateren uit 1371-1372 en is de oudste beeldenreeks uit de lage landen. Ze vormen een uniek patrimonium waarover door de Koninklijke geschied- en oudheidkundige kring van Kortrijk een grondige studie werd uitgebracht.

In het jaar 1370 liet Lodewijk van Male, de toenmalige graaf van Vlaanderen, de Gravenkapel bouwen, tegenaan de bestaande kerk. Hij droeg de kapel op aan de heilige Catharina, die op zijn geboortedatum haar naamdag had. Van de kapel wou hij zijn persoonlijk mausoleum maken. Maar zover is het nooit gekomen.
In 1382, na de verwoestende slag bij Westrozebeke, werd de Gravenkapel door de Fransen geplunderd.
Vanaf 1410 werd alles weer in ere hersteld, maar toen was Lodewijk van Male al dood. Hij kwam om bij een steekgevecht in 1384 en werd uiteindelijk in Rijsel begraven.

Bij de ingang van de kapel staat een beeld in albast van de heilige Catharina. Het beeld dateert van 1374. De heilige Catharina heeft in haar linkerhand een rad en in haar rechterhand een zwaard. Deze attributen verwijzen naar haar marteldood.

Maar, zo vroeg ik me af, hoe waren de graven van Vlaanderen verzeild geraakt tussen de Bourgondische Hertogen ? Dat had volgens mijn vriend en historicus niet zozeer iets te maken met Lodewijk van Male, maar wel met zijn dochter Margaretha van Male.
Om dat uitgelegd te krijgen moeten we eerst een ommetje maken langs Gent. Dat doen we in de volgende (voorlopig laatste) aflevering van deze reeks.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :

In de ban van de hertogin / 11

Het grafelijk domein


Maria van Bourgondië droeg naast de titel van hertogin van Bourgondië ook nog 14 andere titels. Zo was zij eveneens gravin van Vlaanderen. Het graafschap Vlaanderen was immers ingelijfd bij het Bourgondische rijk.
Maria van Bourgondië was zelf opgegroeid in Gent en droeg daardoor het graafschap Vlaanderen in haar hart.
Het was overigens een woelige tijd waarin Maria van Bourgondië leefde. De lage landen waren verwikkeld in een politiek kluwen. Oorlogen en opstanden waren schering en inslag. Maria van Bourgondië was als hertogin enerzijds erg geliefd, maar had anderzijds ook vele vijanden.
Haar leven was helaas te kort om het tij te kunnen keren.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk is historisch omdat men na de slag in 1302 op het Kortrijkse Groeningenveld, de buitgemaakte “gulden sporen” van de ridders van het Franse leger, hier in deze kerk aan het plafond heeft opgehangen.
Na de slag bij Westrozebeke, tachtig jaar later, die desastreus afliep voor de Vlaamse ridders, werd de kerk geplunderd door de Fransen en verdwenen de “gulden sporen” spoorloos.
Maar wat nog steeds bijzonder is aan de kerk is de aangebouwde Gravenkapel, waar de hele middeleeuwse geschiedenis van Vlaanderen samenkomt.


De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk met rechts de Gravenkapel

In onze zoektocht naar sporen die verwijzen naar het leven van Maria van Bourgondië, reden wij vorig jaar naar Kortrijk. Nadat we er een bezoek hadden gebracht aan het begijnhof, wandelden we over de brug bij de Broeltorens, tot aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Deze kerk lag in de middeleeuwen binnen het omwalde grafelijk domein van Kortrijk.

De kerk heeft meerdere historische achtergronden. Zo is dichter Guido Gezelle van 1872 tot 1889 hier onderpastoor geweest.

Het huidig uitzicht en interieur van de kerk dateert van na de restauraties die pas in 1961 werden gestart, nadat de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar was beschadigd.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk is zeker een bezoekje waard, maar het was vooral de “Gravenkapel” die ernaast lag, waar onze interesse die dag naar uitging. Wij hoopten daar een beter inzicht te krijgen in de manier waarop het graafschap Vlaanderen destijds vervlocht was geraakt met het hertogdom van Bourgondië.
Een lange gang leidde ons erheen.

Van zodra we de Gravenkapel betraden, waren we meteen onder de indruk van het merkwaardig interieur. Deze kapel ademt letterlijk geschiedenis.

(wordt vervolgd)


Geraadpleegde bronnen :