De kunst van het drukken / 5

Wat vooraf ging

Deel 5 / Graveren en etsen

llustratie van het graveerproces  (1751-1780). Gravure.

We zetten onze reis doorheen de geschiedenis van de boekdrukkunst nog wat verder. Het drukken der letteren verliep prima bij de pioniers van de drukkunst. De techniek van het letterzetten stond immers helemaal op punt. Maar er was eveneens behoefte om, behalve woorden en teksten, ook afbeeldingen af te drukken.
Omstreeks 1430, nog voor Gutenberg met zijn loden letters op de proppen kwam, had men ontdekt dat men een tekening die in een koperen plaat was gekrast kon afdrukken op papier.
Met een burijn (een naaldachtig gereedschap) kerfde men een tekening in een koperen plaat.

Burijnen

De koperen plaat werd ingesmeerd met inkt. Op de vlakke gedeelten van de plaat werd die weer netjes verwijderd, zodat er alleen inkt in de groeven achterbleef. Vervolgens legde men een blad papier of perkament op de plaat en bedekte men het geheel met een vilten doek. De plaat, het papier en het doek werden samen door twee cilinders geleid en zo verkreeg men met deze diepdruktechniek een perfecte afdruk.

Een gravure van omstreeks 1650 met links de gegraveerde koperen plaat en rechts de afdruk ervan

Later werden de kopergravures vaak vervangen door goedkopere houtgravures. Houtgravures worden vaak verward met houtsnedes. Er is echter een wezenlijk verschil. Bij houtgravures wordt de afbeelding gekerfd in hard hout, terwijl bij houtsnedes de afbeelding met een gutsbeitel uit zacht hout worden gesneden, wat doorgaans een grover en minder gedetailleerd resultaat geeft.

Links : houtgravure (Thomas Bewick 1847) / Rechts : houtsnede (Jozef Cantré 1926)

Intussen had men ook ontdekt dat metaal reageerde op een zuur of een base en dat met die eigenschap iets was aan te vangen.
Zo ontstond de etstechniek. Daarbij werd de koperen plaat eerst gepolijst en daarna met een wasachtige, vloeibare en zuurbestendige vernis overgoten. Eenmaal alles was gehard, maakte men met een etsnaald een tekening in het vernis. Daarna dompelde men het geheel onder in een bad met bijtend zuur dat het koper weg beet op de plaatsen waar de etsnaald het had blootgelegd. Die plaat kon men dan weer gebruiken om er een afdruk van te maken.

Gravures en etsen werden achteraf met de hand ingekleurd. Dat werd gedaan door de zogenaamde “verlichters”. Het inkleuren van gravures was een apart beroep.
Het etsen en graveren werd meestal gedaan door talentvolle kunstenaars. Daar waren soms grote namen bij. Eén van de meest bekende en bekwame etsers, door de eeuwen heen, was niemand minder dan Rembrandt van Rijn.

Zelfportret / Ets van Rembrandt van Rijn

Vandaag zijn er nog steeds mensen die de kunst van het etsen of graveren beoefenen. Toen ik nog studeerde zat etsen en graveren in ons lessenpakket, al bleef het grotendeels bij de theorie. In mijn jeugdig enthousiasme heb ik mij toen ook op een verlicht moment aan het etsen gezet, maar het werd mij al snel duidelijk dat ik deze vaardigheid maar beter kon overlaten aan echte kunstenaars.


Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw was het technisch perfect mogelijk om zowel teksten als afbeeldingen te drukken. Dat zorgde voor een ware stroomversnelling in het verspreiden van ideeën en kennis. Geen enkel ander medium heeft ooit de cultuur en de wetenschap zo’n boost gegeven, als de boekdrukkunst.
Het zou duren tot in de 19de eeuw, toen de fotografie om de hoek kwam kijken, dat men op zoek zou gaan naar nieuwe methodes voor het reproduceren van afbeeldingen.
Maar zover zijn we nog niet op deze reis.


Illustraties : Wikimedia Commons (publiek domein)

Ontlading na de oorlog.

Nu ik thuis mijn vrijwilligerswerk doe lijkt het hier wel een half museum, met oude boeken, fotoalbums, brieven en documenten die op mijn bureau zijn opgestapeld. Zo ligt er hier een opmerkelijk fotoalbum uit 1945. Er steken foto’s in die genomen zijn in Deinze en Vinkt, het dorp dat zo erg heeft geleden onder de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.
Op het eerste zicht lijken op de foto’s Duitse soldaten te staan. Maar bij nader toezien blijkt dat niet zo te zijn. De foto’s zijn genomen in de lente van 1945, enkele maanden na de bevrijding. Op de foto’s staan mannen uit het dorp die uniformen dragen. Die uniformen waren waarschijnlijk achtergelaten door Duitse soldaten die in burgerkleren probeerden te vluchten. Op de foto’s staan dus mannen uit het dorp, die zich in een Duits plunje hebben gestoken en een optocht houden om de draak te steken met Duitsland en het Duitse leger. Er trok die dag een hele stoet door het dorp, die zowat het midden hield tussen een militaire of politieke optocht, een religieuze processie en een carnavalstoet.
Hoewel deze foto’s genomen zijn na de oorlog, zijn het toch waardevolle tijdsdocumenten.

Landelijke rust.

Ik was op een zonnige zondagnamiddag op wandel in Vinkt (deelgemeente van Deinze). Mijn vrouw was aan het werk in het woon- en zorgcentrum en ik doolde op m’n eentje wat rond in dit stille dorp.

Ik kwam voorbij een prachtig gerestaureerde oude hoeve die nu dienst doet als hotel met bed & breakfast.

Ik kwam ook voorbij het huis, waar net voor de stoep een reuzegroot rood potlood staat. Ik weet niet welk idee daarachter steekt.

Ik passeerde langs het oude dorpsschooltje…

en kwam zo stilaan aan de rand van het dorp.

Ik liet de dorpskern achter mij en wandelde nog een eindje door. Mijn wandeling was uiterst corona-proof. Behalve een fietsend koppel dat me voorbij stak, was er geen mens te bespeuren. Wat mij verbaasde. Ik had met dit heerlijk weer hier een hele hoop fietsers en wandelaars verwacht. Maar dat bleek niet zo te zijn. Veel veiliger voor het virus dan hier, kon je nergens zijn.

Ik profiteerde dan maar alleen van de landelijke rust en van het lekker najaarszonnetje. Ik wandelde verder tot aan een vervallen uitziende boerderij.

Op het weiland naast de boerderij stond een torenhoge boom. Hier aan deze boom hield ik het voor bekeken. Gevoelloosheid in m’n rechterbeen speelde me parten.
Vernauwing aan het zenuwkanaal onderaan mijn rug, samen met discus- en andere hernia’s zorgen ervoor dat het wandelen me niet meer zo goed afgaat. Genieten van een wandeling lukt niet echt meer.

Dus nam ik de kortste weg terug naar het dorpsplein, waar ik de auto had achtergelaten. De lockdown-maatregelen hielden de herbergen en eetgelegen in het dorp dicht. Ergens een koffietje drinken zat er dus ook niet in.
Het werd overigens al wat later in de namiddag en stilaan tijd om vrouwtjelief te gaan afhalen op haar werk. Zij was al van ’s ochtends vroeg druk bezig (van kop tot teen ingepakt) op de covid-gang van het rusthuis. Straks zou ze vermoeid en zwetend in de auto stappen. En dan maar hopen dat ze zelf niet besmet is geraakt.

Het stille dorp.

Op een zonnige zondagnamiddag was ik in Vinkt. Er werd die achtste november met 18,5 graden celcius alweer een warmterecord gebroken. Ik had het herdenkingsmonument aan de slachtoffers van de oorlogsgruwelen in 1940 bezocht en ging daarna nog een kijkje nemen op het kleine kerkhof naast de Sint-Bartolomeuskerk, waar ook nog enkele burgerslachtoffers begraven liggen, die omkwamen op die bewuste zwarte meidag in 1940.

De Sint-Bartholomeuskerk van Vinkt werd in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd, maar daar is vandaag niets meer van te merken. Tegen een zijgevel, naast een calvarieberg met een lijdende Christus, is een gedenksteen aangebracht voor de oorlogsslachtoffers uit Vinkt in de Eerste Wereldoorlog. Want ook die oorlog heeft dit dorp niet gespaard.

Vandaar wandelde ik naar het recent gebouwde zaaltje met reflectieruimte. Binnen wordt een film geprojecteerd over de gebeurtenissen in Vinkt en Meigem in 1940. Je kan er het digitale archief raadplegen en is er ook een piepklein museum gevestigd. Ik bezocht deze reflectieruimte al een keertje, vorig jaar. Maar nu was het zaaltje dicht omwille van corona.

Ik wandelde dan maar, op de bonnefooi, zomaar wat rond de kerktoren. Het was opvallend stil in de straten van Vinkt. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit vredige, landelijke dorp ooit het toneel was van één van de meest gruwelijke oorlogstaferelen.

Volgende keer wandelen we nog een stukje verder.

Op een lentedag in mei…

In de maand mei van 1940 kwamen tijdens hevige gevechten aan de Leie tussen het Duitse leger en de Ardense Jagers, de dorpen Vinkt en Meigem in de vuurlinie te liggen. De Duitsers werden onder vuur genomen door sluipschutters van de Ardense Jagers, maar de Duitse soldaten waren ervan overtuigd dat het burgers waren die op hen hadden geschoten. Er volgden vergeldingsacties.
Maandag 27 mei 1940 is een datum die met bloedrode letters in de geschiedenis van beide dorpen staat geschreven. Die dag werden in Meigem de inwoners van het dorp door Duitse soldaten naar de kerk gedreven en er als gijzelaar vast gehouden. In de namiddag viel een obus op de kerk. 27 mensen kwamen in de kerk om het leven.

Foto : vinkt.be

In Vinkt werden razzia’s gehouden in het dorp. Vrouwen en kinderen werden samengebracht op een weide. 38 mannen werden tegen de muur van het klooster en de pastorij geplaatst en ter plekke gefusilleerd. Later die dag werden elders in het dorp nog eens 15 mannen doodgeschoten.

Foto : vinkt.be

Op het dorpsplein van Vinkt is de executiemuur bewaard gebleven. Hij kreeg de naam “de muur der getuigenissen”. De kogelgaten in de muur zijn bedekt door natuurstenen uit een Frans dorp Oradour-sur-Glane, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een gelijkaardige slachtpartij plaats vond.

Wat verder staat een indrukwekkend monument, waar alle slachtoffers van mei 1940 uit Vinkt een laatste rustplaats hebben gevonden. Het monument is gebouwd naar een ontwerp van Jozef De Vliegher, zelf oorlogswees en bezieler van tal van initiatieven die de herinnering aan de gruwelijke meidagen van 1940 levend houden.

Het centrale beeld is van de hand van Denijs Goossens.

Helemaal rechts staat de herdenkingssteen voor de Ardense Jagers (een bataljon van het Belgisch leger), met ervoor een oriëntatietafel van de Slag om Vinkt.

Aan de overzijde van de straat staat nog een eenvoudige bakstenen muur. Maar ook deze muur was ooit gedrenkt in bloed. Tegen deze muur werden 19 burgers genadeloos neergemaaid. Sommige kogelinslagen zijn op de muur nog te zien.

Op die bewuste 27 mei 1940 stierven in totaal 111 onschuldige burgers in Vinkt en Meigem. Dit is een plek waar je als voorbij komende wandelaar even ingetogen stil blijft staan.
11 november 1918 was de dag waarop de Eerste Wereldoorlog ophield. Maar op 11 november herdenken we alle slachtoffers van alle oorlogen.
Vandaag zijn er overal in de wereld tientallen gewapende conflicten aan de gang waarbij onschuldige burgers worden gedood. Een gebeitelde zin in een steen aan de executiemuur in Vinkt vat het allemaal samen.

geraadpleegde bronnen :
www.oost-vlaanderen.be/erfgoedsprokkels
erfgoedbank Leie & Schelde
vinkt.be

Hulpverleners in de oorlog.

Naar aanleiding van de week van 11 november post ik vandaag enkele foto’s uit het archief van het Mudel, die gelinkt zijn aan de wereldoorlogen.
Tijdens W.O. I heerste vanaf 1915 in onze contreien hongersnood. Overal te lande probeerde het Nationaal hulp- en voedingscomité de mensen te voorzien van melk, soep en alles wat aan voedsel voorhanden was. Zo ook, hier bij ons in Deinze. Op de eerste foto zien we de “melkdienst”, een groep vrijwilligers die instond voor de melkbedeling in Deinze.

Op deze foto zien we een bedeling van voedsel aan kinderen in een schoolkantine in Petegem-aan-de-Leie.

Het waren voornamelijk dochters uit gegoede kringen die deze voedselhulp organiseerden. Hieronder een groepsfoto van vrijwillige hulpverleensters. De foto werd genomen aan diezelfde school in Petegem-aan-de-Leie.

De foto’s zijn eigendom van het Mudel (Museum van Deinze en de Leiestreek) en werden reeds gepubliceerd op erfgoedinzicht.be