In de tuin van de universiteit. (3/3)

In de Victoriaserre van de plantentuin van de Gentse universiteit deed ik mijn best om enkele mooie tropische bloemen te fotograferen. Dat was niet gemakkelijk, ook al omdat de ruimte in de dicht begroeide serre nogal beperkt was.
Maar is gelukt om toch enkele mooie bloemen op de foto te krijgen. Vraag me echter niet naar de naam van deze bloemen. :-/
(Sommige foto’s zijn aanklikbaar om te vergroten)

De spectaculaire reuzenarondskelk was niet aanwezig in de serre (enkel de grote bloempot ervan, gevuld met aarde). Dat komt omdat de plant maar één keer om de drie jaar bloeit en na de bloei tot aan de wortel afsterft. De laatste keer dat hij hier bloeide was in de maand mei van dit jaar. Gisteren was toevallig in het nieuws dat de reuzenarondskelk in de plantentuin van Meise momenteel wel in bloei staat.
Hier in Gent waren er wel kleinere, vleesetende plantjes te zien.

Sommige bloemekes waren piepklein en verstopten zich achter de bladeren. Mijn vrouw moest letterlijk een handje helpen om ze op de foto te krijgen.

Ik heb al veel boeken gelezen en films gezien over de zwarte slaven die honderd jaar geleden katoen moesten plukken in de katoenplantages van Noord-Amerka. Maar zo’n katoenplantje had ik nog nooit in het echt gezien.

Op een andere verdieping was nog een tweede poel aangelegd met bijzondere waterlelies. Let vooral op de bladeren. Het lijkt alsof deze met de hand zijn beschilderd in militaire camouflagekleuren.

De natuur biedt wonderbaarlijke verrassingen. Dat doet ook het GUM (het Gents Universiteits Museum). Na ons bezoek aan de serres brachten we een bezoek aan dat verrassend museum, dat vlakbij lag en heel wat curiosa uit de geschiedenis van het wetenschappelijk onderzoek herbergt.
Maar het verslagje daarover bewaar ik nog even voor later.

In de tuin van de universiteit. (2/3)

Aan het eind van de grote buitentuin van de universiteit van Gent liggen 4000 m2 aan tropische serres. Eén ervan, de grote Victoriaserre, is toegankelijk voor het publiek.
Het eerste wat we zagen toen we de serre betraden waren de reusachtige, drijvende bladeren van de waterlelie in een grote vijver.

(sommige foto’s zijn aanklikbaar voor een groter formaat)

De Victoriaserre bestaat uit drie verdiepingen. Op de benedenverdieping zijn de planten aangeplant rondom de vijver.

Een wandeling rond de vijver brengt je bijvoorbeeld bij deze torenhoge bananenbomen.

Ook deze plant met reuzachtige bladeren, waarop een volwassen mens gemakkelijk zou kunnen slapen, maakte indruk.

Op de tweede verdieping komt men in een oerwoud terecht. De jungle van Gent, zeg maar. Onderzoekers van de UGent bestuderen hier de planten, vaak in samenwerking met buitenlandse onderzoekers. Daarbij wordt aan de hand van DNA het verwantschap tussen planten onderzocht, de evolutie ervan bestudeerd en nieuwe classificaties opgesteld.

Natuurlijk zijn er ook prachtige bloemen te bewonderen in de serre. Fotobloggers kunnen hier hun hartje ophalen. Supermooie macro’s, zoals je bijvoorbeeld bij de andere Dirk kan zien, hoef je hier niet te verwachten. Daarvoor beschik ik niet over de nodige kennis, noch over het materiaal en geduld. Maar ik heb toch mijn best gedaan om enkele bloemetjes zo goed mogelijk op de foto te krijgen.

Volgende keer laat ik meer mooie bloemetjes en plantjes zien.

(Wordt vervolgd)

In de tuin van de universiteit. (1/3)

Op zondag 18 juli reden we naar Gent. We hadden de wagen geparkeerd nabij het Citadelpark, aan de oude gebouwen van de Hoge School. Daar recht tegenover liggen de moderne gebouwen van de Gentse universiteit, waarin ondermeer het gloednieuwe universiteitsmuseum is ondergebracht.

Dat museum was de reden waarom we naar hier waren gekomen, maar eerst wilden we graag een bezoekje brengen aan de befaamde plantentuin en serres van de Gents universiteit.
Een pad langs de hoge universiteitsgebouwen leidde ons erheen.

Het eerste wat we zagen was de enorme rotstuin, die werd aangelegd na de Tweede Wereldoorlog met de fondsen van het Marshallplan.

Het was rond het middaguur op deze warme, zomerse zondag. Het was er heerlijk stil. Slechts enkele mensen genoten er van hun lunchpauze of gewoon van de zalige rust aan de mooi aangelegde vijvers in de tuin.

De plantentuin van de Gentse universiteit werd reeds in 1794 opgericht, onder het bewind van Napoleon. In 1804 werd de tuin overgedragen aan de stad Gent. Nadat Willem I in 1817 de Gentse universiteit had opgericht werd met het stadsbestuur een overeenkomst gesloten waarin de universiteit het vruchtgebruik kreeg over de plantentuin.
In 1903 verhuisde de tuin naar en stuk grond gelegen aan het Citaldelpark en kreeg de universiteit het volledige zelfbestuur over de plantentuin.
Het was er zalig kuieren in de schaduw van de vele bijzondere planten in deze tuin.

De plantentuin beheert een collectie van meer dan 10 000 plantensoorten en is onderverdeeld in een arboretum, een mediterrane afdeling en diverse thematische tuinen. De plantkundigen van de UGent verzamelen planten uit de hele wereld. Men beschikt er eveneens over een enorme verzameling stekjes en zaden die gedurende twee jaar worden bewaard in een koelkast bij 5°C. Elk jaar verzend de universiteit zaden naar meer dan 500 botanische tuinen over de hele wereld.

Op bepaalde plekken in de tuin hadden we zicht op de oude gebouwen van de universiteit.

Maar ook op de wat nieuwere gebouwen waarin het GUM (Gents Universiteits Museum) is ondergebracht. Wat verder lagen de ongeveer 4000 m2 aan tropische en subtropische serres. Daar gingen we eerst een kijkje nemen.

(wordt vervolgd)


#Throwback / 4

Hevige regenval heeft vorige week voor heel wat ellende gezorgd in ons land, Nederland en Duitsland. Mensen kregen een enorme zondvloed over zich heen. De gevolgen waren hallucinant. In ons land zijn reeds 31 doden geteld en dat getal zal nog oplopen want veel mensen blijven nog vermist. De materiële schade is immens.
Bij ons in de Vlaamse provincies viel er wonderwel geen druppel, maar we hebben erg te doen met al die mensen die door deze rampspoed zijn getroffen. Duizenden vrijwilligers zijn reeds hulp gaan bieden of doen inzamelacties.
Zo erg hebben we het nog nooit gehad. Intussen schijnt overal weer de zon.
Natte zomers, met minder catastrofale gevolgen, kregen we in het verleden wel al meerdere keren te verwerken.

Mercator in de regen

Zo regende het pijpenstelen toen wij op een kille zondag in de zomer van 2012 de stad Rupelmonde binnenreden. Voor de kerk stond Mercator er maar beteuterd bij.

We waren nog nooit eerder in de stad van Gerardus Mercator geweest. Door het miezerige weer bood het stadscentrum een ietwat mistroostige aanblik. De terrasjes lagen er verlaten bij.

Ook de Graventoren aan de Rupel leek helemaal verkleumd. Deze Graventoren is het enige wat er nog overblijft van wat ooit een machtige en onneembare waterburcht was, gebouwd door de graven van Vlaanderen in de 12e eeuw.

Eeuwen lang hadden de Graven van Vlaanderen in dit gravenkasteel een residentie. vanaf 1647 werd het kasteel gebruikt als staatsgevangenis. Heel wat historische figuren werden er gevangen gehouden en zelfs terecht gesteld. Mercator zelf zat hier gedurende zeven maanden opgesloten, op beschuldiging van ketterij.
Later kwam het kasteel in verval en bleef alleen nog deze toren over. Binnenin de toren is nu een klein museum ingericht met ondermeer het Mercator schrijn. Aangezien we buiten alleen maar nat werden, leek het ons een goed idee om de steile trap naar de ingang te bestijgen en in de toren te gaan schuilen.

Binnenin het Mercatorschrijn was een globe van Mercator te bewonderen. Gerard Mercator (°1512 – +1594), cartograaf, instrumentenbouwer en uitvinder van de “atlas” is de beroemste inwoner ooit van Rupelmonde.

We beklommen de smalle trap naar boven waar we een heel mooi uitzicht hadden op Rupelmonde en de Scheldevallei.

Aan de andere kant van de toren keken we uit over de binnenstad.

Intussen was het opgehouden met regenen en kwam er zowaar een streepje blauwe lucht tevoorschijn.

Van de graventoren kuierden we naar de oude watermolen, daar niet zover vandaan. Deze watermolen is een getijdemolen (waarvan het molenrad wordt aangedreven door het tij) en is nog steeds maalvaardig.

Binnen kregen we een korte rondleiding van de molenaar. Wat ie toen allemaal heeft verteld ben ik helaas vergeten. Voor die uitleg zullen we nog eens moeten terugkeren.

Toen we de stad verlieten kwamen er boven het hoofd van Mercator alweer dreigende regenwolken opzetten.

Het archeologisch park. (2/2)

We hadden uiteindelijk de archeologische site van Ename bereikt, dat enkele honderden meters achter het provinciaal erfgoedcentrum ligt.
Hier stond ooit de Sint-Salvatorabdij van Ename.

Eerst stond er een burcht die de grens van het Heilig Roomse Rijk met Frankrijk moest beschermen. Maar in 1033 werd de burcht ingenomen door Boudewijn IV, de graaf van Vlaanderen. Diens zoon, Boudewijn V hervormde, op verzoek van zijn vrouw, het militair bolwerk tot een abdij ten bate van de benedictijnen orde.
In de eeuwen die daarop volgden vestigden boeren en werklieden zich rondom de abdij en werd de abdij in de streek het centrum van het leven.

Uit de “Flandria Illustrata” door Anonius Sanderius (1641)

Dat bleef zo tot 1794 wanneer de Franse revolutionairen de abdij lieten sluiten en afbreken. Later werden met de afgebroken stenen huizen gebouwd in Ename.

Het eerste archeologisch onderzoek op deze site werd reeds gedaan in 1946, wanneer de grondvesten van de abdijkerk werden blootgelegd.
Sinds 1982 zijn de opgravingswerken op systematische en grootschalige wijze hervat. Niet alleen de grondvesten van de abdij werden in kaart gebracht, maar ook de grondvesten van de oorspronkelijke burcht.

De rijke archeologische vonsten die op deze site werden gedaan worden bewaard in het Provinciaal Archeologisch Museum (PAM) in Ename. Men kan er ook een virtuele middeleeuwse rondwandeling maken in en rondom de abdij.

Het archeologisch park. (1/2)

We hadden het provinciaal erfgoedcentrum in Ename verlaten en volgden achter het gebouw het wandelpad dat naar het archeologisch park leidde.

Langs het wandelpad was in laagstaand water een rietveld aangelegd. Ik zag er een reiger tussen het riet waden. Toen we naderbij kwamen sloeg hij gealarmeerd zijn vleugels open. Ik had jullie graag een prachtige foto getoond van een opstijgende reiger, maar ik was hopeloos te laat. Nog voor ik mijn fototoestel klaar had en had scherp gesteld was de vogel al gaan vliegen.

Wat verder was het pad afgezoom met weelderig bloeiende klaprozen.

Toen kwamen we bij een volkstuintje aan. Een kleine groententuin die er beetje verwaarloosd bijlag. De klaprozen hadden zich tussen de groentebedden weten te wringen en overwoekerden min of meer het hele tuintje.

En dan kwamen we uiteindelijk bij het bord aan dat de toegang naar de archeologische site aanwees.

Een kort gemaaid pad in het gras leidde ons er naartoe.

(wordt vervolgd)