De kunst van het drukken / 13

Wat vooraf ging

Deel 13 / In de donkere kamer.

Alle druktechnieken die ik in de eerste twaalf afleveringen van deze reeks heb proberen uit de doeken te doen, dateren eigenlijk “van voor mijn tijd”.
Tijdens mijn middelbare studiejaren leerde ik de basiskennis van al die eeuwenoude hoogdruktechnieken maar daarna, in twee gespecialiseerde studiejaren, maakte ik kennis met de nieuwere druktechnieken die op dat moment in volle opmars waren. Toen ik in 1977 mijn eerste professionele stappen in de grafische wereld zette, was de typografie met loden letters helemaal op z’n retour. Ik kwam terecht in de wereld van de “offset” en werd meteen aan het werk gezet in de donkere kamer.

Net zoals de hoogdruk honderd jaar eerder een verbond had moeten sluiten met de fotografie voor het vervaardigen van loden clichés, zo kwam ook bij de offset of vlakdruktechniek de fotografie weer om de hoek kijken. Het ging weliswaar nog om de analoge fotografie, want het digitale tijdperk was toen nog niet echt ingezet. De samensmelting van de fotografie en de offset noemde men de “reprografie”.

Maar het begon dus bij de foto opname. Ik herinner mij dat men voor professionele fotokwaliteit in die tijd vaak gebruik maakte van 6×6 cm diapositieven, die meestal gemaakt werden met een Hasselblad-camera, een toestel waarmee men perfecte opnames kon maken om daarna over te brengen op grafische film.


Wanneer het echter ging om meer technische opnames, zoals bijvoorbeeld bij kunstvoorwerpen die moesten worden gefotografeerd voor reproducties in kunstboeken of catalogussen, gebeurde dat met een reprocamera, later ook process-camera genoemd.
Eerst waren er de horizontale reprocamera’s, die reeds in de jaren dertig van vorige eeuw hun intrede deden maar tot een eind in de jaren tachtig nog volop in gebruik waren. Deze reprocamera’s waren in wezen reuze grote fototoestellen.

Een reprocamera bestond uit een frame achteraan, waarop het te fotograferen voorwerp werd geplaatst. Het frame was gemonteerd op een rail zodat het horizontaal heen en weer kon bewegen, dichterbij of verder weg van de lens.
Naast het kopieerframe stonden grote lampen opgesteld in een hoek van 45 graden, eveneens op de rail gemonteerd zodat zij gelijktijdig met het frame konden meebewegen.

Aan de andere kant had je de kast waarin zich achter glas de lenzen bevonden en daarachter de balg. Aan de voorkant was de vacuümrug, een paneel dat via een vacuümpomp luchtledig kon worden gezogen. Op die manier kon men de grafische film, die uit grote vellen bestond, als het ware tegen het paneel kleven.
Tenslotte had je het matglas, een groot venster waarop je het beeld kon scherpstellen. Met de knoppen op het bedieningspaneel kon je het diafragma en de sluiterstijd van de lenzen correct instellen.

Een reprocamera werkte dus net hetzelfde als een fototoestel, alleen was alles sterk uitvergroot. De opnames werden niet op fotografische film gemaakt, maar op reprografische film, die uit losse vellen van verschillende formaten bestonden. Je had het ook in de vorm van een grote rol waarvan je het gewenste formaat moest afsnijden.
Reprografische film was uiterst lichtgevoelig. Bepaalde soorten film waren bestand tegen rood licht, andere soorten konden geen enkel licht verdragen. Het werken met een reprografische film gebeurde dus ofwel bij rood licht ofwel in volslagen duisternis.

Na de opname werd de film ontwikkeld en gefixeerd. In de doka werd eveneens op fotografische wijze de vier kleurselecties gemaakt voor quadrichromie. Daarna verhuisde alles naar de repro- en lay-out afdeling waar de grafische film werd gemonteerd en verwerkt tot de te drukken pagina’s.
Hoe dat allemaal in zijn werk ging, vertel ik op een andere keer.

Mijn eerste werkdag.

Ik herinner mij m’n allereerste werkdag alsof het gisteren was. Ik moest met de reprocamera in de donkere kamer een opname maken van een schilderij van Octave Landuyt. Ik had het licht al uitgedaan en de doos met grafische film reeds open gemaakt. Toen stelde ik vast dat het schilderij nog niet op het frame stond. Ik vond er niets beter op dan met het schilderij in het donker naar achter te lopen tot aan het frame, maar stootte daarbij met m’n beide scheenbenen tegen de rail. Ik viel voorover, maar kon tijdens mijn val nog nipt het schilderij behoeden van onherroepelijke beschadiging door het boven m’n hoofd te houden. Sakkerend en met pijnlijke schenen strompelde ik naar de lichtschakelaar en stak het licht terug aan. Toen pas dacht ik eraan dat de doos met grafische film open stond.
Zo kwam het dat ik reeds op mijn allereerste werkdag op het matje mocht komen bij de grote baas om uit te leggen hoe het kwam dat ik 100 peperdure vellen grafische film op A3 formaat naar de vaantjes had geholpen.
Ach, alle begin is moeilijk…

8 gedachten over “De kunst van het drukken / 13”

  1. haha k zie het zo gebeuren, maar jij zal wel serieus de schrik te pakken gehad hebben

    je brengt me zo terug op m’n job, als ik gedaan had met codes en tekstjes typen staken ze me in de doka om de pagina’s die de layouters in elkaar staken te ‘filmen’, enkele jaren later hoefde dat niet meer en werd alles rechtstreeks op film gezet

  2. Wilde schrijven dat dit allemaal dingen zijn waar ik helemaal niks van wist en dat ik het hartstikke interessant vind om erover te lezen.. maar dan kwam dat laatste kadertje met jouw eerste werkdagervaringen en nu lig ik gewoon dubbel van het lachen hier hahahahahahahaaaa!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s