Een latemse wandeling. (3/5)

Op onze wandelroute door Sint-Martens-latem waren we aangekomen bij de aanlegsteiger voor pleziervaarten. Van hieruit hadden we een mooi zicht op de Leie met het “Tempelhof” op de achtergrond.

Wij waren niet de enigen die bij de steiger kwamen genieten van de prille lentezon. Het was er behoorlijk druk, al bleef alles weliswaar corona-veilig genoeg.

Normaal ging de route vanaf hier verder via een knuppelpad. Maar dat pad was helaas tijdelijk afgesloten om veiligheidsredenen. Het was ons niet duidelijk wat er aan de hand was, maar het was in elk geval een tegenvaller. Hierdoor misten we een interessant stukje van de wandelroute. We moesten een omweg maken via de minder interessante Meerstraat, een vrij lange weg die dwars door de Latemse Meersen loopt. Gelukkig hadden we langs deze weg de hele tijd uitzicht op de wijde Meersen.

Dat we hier moesten uitkijken voor loslopend wild leek ons toch wat overdreven.

Wat we wel langs deze weg aantroffen waren dure villa’s, verscholen achter zwaar beveiligde afsluitingen. Reeds sinds het begin van vorige eeuw kwamen rijke industriëlen zich in Sint-Martens-Latem vestigen. Daar staat het dorp intussen ook voor bekend.

De villa’s zijn vanzelfsprekend erg mooi gelegen, met uitzicht op de Leie en de Latemse Meersen.

Bijna aan het einde van de Meerstraat ging het plots een aarden boswegel in. En zo kwamen we kwamen toch nog terecht in het kleine bos van knotwilgen, elzen en populieren, waar de Meerbeek doorheen stroomt.

Langs dit bospad hebben Albijn Van den Abeele en tal van andere Latemse kunstenaars vaak hun schildersezel neergepoot. Zoals César De Cock die in 1872 de beek in het bos op doek vereeuwigde.

Het bospad kwam uit op het afgesloten knuppelpad, waar we noodgedwongen een stukje op onze stappen moesten terugkeren om daarna via een ander pad verder te wandelen langs de open velden aan de Leieoevers.

(wordt vervolgd)

Een Latemse wandeling. (2/5)

Eind februari waren wij op wandel in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, waar we de Albijn Van den Abeele route volgden. Wij waren aangekomen op het dorpsplein en het eerste wat ons daar opviel was het bronzen borstbeeld voor het gemeentehuis van schrijver/dichter Karel van de Woestijne.

Het hele dorp ademt kunst en je vind dan ook in Sint-Martens-latem heel wat kunstgalerijen.

Verder op het dorpsplein staat de Sint-Martinuskerk. Een prachtig wit kerkje dat oorspronkelijk dateert uit de 12e eeuw maar aan het einde van de 19e eeuw grondig werd verbouwd.

Op verscheidene werken van Latemse kunstenaars is het kerkje te zien, zoals op dit schilderij van Xavier De Cock uit 1890.

Overtocht van het Veer (Xavier De Cock)

We gingen een kijkje nemen op het stemmige kerkhof rondom de kerk.

Daar vonden wij in een ietwat verloren hoek het graf van George Minne. Op zijn graf staat een beeld van zijn hand uit 1930 (Moeder en kind). Het bekendste werk van George Minne is “de fontein der geknielden“,

De fontein der geknielden

Ook Albijn Van den Abeele ligt begraven op dit kerkhof, maar we konden zijn graf niet vinden. We zagen het op een of andere manier over het hoofd. Na tweemaal op het kerkhof tevergeefs over en weer te zijn gewandeld gaven we het op en zetten we dan maar onze tocht verder.
Via een poortje achter het kerkhof bereikten we weer een ander straatje…

… dat leidde naar het “Tempelhof”.

Deze prachtige villa, pittoresk gelegen aan de oevers van de Leie, lijkt nog niet zo oud maar is dat wél. Het gerucht doet de ronde dat de ridders van de Orde der Tempeliers zich hier ooit zouden hebben gehuisvest, maar dat verhaal berust op een fabel. Toch is het zo dat reeds in de 9e eeuw hier een omwalde hoeve stond, eigendom van de Heren van Nevele. Tweehonderd jaar later kwam het Tempelhof in het bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij en van 1200 tot 1221 was burggravin Margaretha van Kortrijk de eigenares.
Daarna deed het huis lange tijd dienst als vierschaar waar middeleeuws recht werd gesproken.

In 1797 kwam het hof weer in privé bezit en werd het uitgebaat als landbouwbedrijf. In 1943 slaagden de laatste bewoners erin om het Tempelhof als monument te laten beschermen en zo van de sloop te redden. Het huis bleef bewoond tot 1990. Daarna werd het pand door de gemeente verworven en werd het grondig gerestaureerd.
Nu doet deze villa dienst als cultuur- en ontmoetingscentrum.

De hoevevilla is schilderachtig gelegen aan de Leie. Onze wandelroute leidde ons naar de aanlegsteiger voor pleziervaartuigen, hier vlakbij.

(wordt vervolgd)

Geraadpleegde bron : erfgoedbank Leie & Schelde

Een Latemse wandeling. (1/5)

Op zondag 28 februari, reden wij naar Sint-Martens-Latem. Het was een mooie lentedag in februari, geen wolkje aan de lucht en de thermometer gaf zo’n 16 graden aan. Heerlijk wandelweer dus.
Dat was ook wat we in Sint-Martens-Latem gingen doen : de Albijn Van den Abeele-route wandelen.
We parkeerde de auto op de parking aan de Koutermolen, een houten korenwindmolen uit de 14e eeuw die oorspronkelijk eigendom was van de Sint-Baafsabdij van Gent.

De molen werd vaak vereeuwigd op doek door de schilders van de Latemse School, zoals op onderstaand schilderij van Albijn Van den Abeele zelf.

Vanaf de molen leidde de wandelroute ons meteen naar het centrum van het dorp. Onderweg konden we al een glimp opvangen van de Sint-Martinuskerk, die zich nog achter de bomen schuil hield.

Maar onze bewegwijzerde wandelroute maakte eerst een ommetje en leidde ons weg van het dorpsplein, langs het huis waar Albijn Van den Abeele van 1881 tot 1918 heeft gewoond. Dit huis was dus, aan het begin van vorige eeuw, het trefpunt voor heel wat befaamde kunstschilders en schrijvers van de Latemse School. Herhaaldelijk kwamen ze hier bijeen om van gedachten te wisselen.

Vervolgens ging de wandelroute de Koperstraat in, waar we onderweg alweer een historisch huis aantroffen. Deze 19e eeuwse hoeve was ooit het woonhuis en atelier van kunstschilder Léon De Smet, die net zoals zijn broer Gustave De Smet deel uitmaakte van de Latemse school.

Léon De Smet

Wat verder in dezelfde straat zagen we een huis met een opmerkelijke zijgevel.

De silhouetten van een koppel gezeten op een bank, met naast hen een hond en links een lantaarnpaal, waren op de gevel geschilderd. De paal was eveneens op de muur geschilderd, maar de lantaarn zelf was echt en kon dus licht uitstralen.
Leuk gevonden. Ik vroeg me af of het de silhouetten waren van de bewoners van dit huis.

Nog wat verder in de Koperstraat wees de bewegwijzering van de route naar een aarden pad dat claustrofobisch tussen twee hoge hagen doorliep.

Aan de andere kant van het lange, smalle pad kwamen we in de kerkstraat die ons regelrecht naar de dorpskom bracht. Voor ons zagen we het mooie witte kerkje van Sint-Martens-Latem weer opduiken.

(wordt vervolgd)

De gasten van Latem.

Héél lang geleden, toen de dieren nog spraken en er nog geen corona was, en ik als vrijwilliger in het museum van Deinze werkte, kon ik daar naar hartelust de mooiste kunstwerken rondom mij bewonderen, onder meer van kunstenaars die behoorden tot de befaamde Latemse School.
Met de “Latemse School” bedoelt men meerdere kunstenaarsgroepen die zich aan het begin van de 20e eeuw hadden verenigd aan de Leiebochten, ten zuiden van Gent.

Léon De Smet – Sint-Martens-Latem (1905)

De man die zich opwierp als een soort mecenas voor deze kunstenaars was Albijn (Binus) Van den Abeele (°1835 – +1918).
Van den Abeelde was naast schrijver zelf amateur-kunstschilder, maar ook gemeentesecretaris en burgemeester van de gemeente Sint-Martens-Latem. In zijn huis in het centrum van het dorp nodigde hij op geregelde tijdstippen kunstenaars uit, om er samen met hen van gedachten te wisselen over kunst.
Van den Abeele was niet alleen hun gastheer, hij verdedigde ook hun belangen waar nodig was. Mede door hem groeide Sint-Martens-Latem uit tot de bakermat van de Leiekunst en werden de kunstenaarsgroep ook naar het dorp genoemd. Sindsdien is “Latem” een begrip geworden dat onlosmakelijk met kunst is verbonden.

Albijn Van den Abeele aan het werk in zijn atelier

In Sint-Martens-Latem is een bewegwijzerde wandeling genoemd naar Albijn Van den Abeele. Deze route brengt de wandelaar langs de mooiste en historische plekjes van het kunstenaarsdorp, maar ook langs de kronkels van de Oude Leie, waar kunstenaars vaak hun inspiratie vonden.

Wij deden deze wandeling, nu al ruim een maand geleden, op 28 februari. Daarover vertel ik volgende week meer.