De teloorgang van de molens. (3/3)

Ik stond op de parking van het bedrijventerrein van de Molens van Deinze, waar de afbraakwerken van de oude gebouwen begonnen waren. Vanop de parking kon ik echter niets zien en afsluitingshekkens versperden me de toegang tot de plaats van het gebeuren.
Maar toen kwam iemand van de bouwvakkers, gekleed in overall en met een Bob de Bouwer-helm op, plots naar me toe. Nadat ik hem had uitgelegd wat ik kwam doen, kreeg ik van de man de toestemming om gedurende een kwartiertje foto’s te nemen. Ik kreeg prompt ook een Bob de Bouwer-helm opgezet en mocht het terrein van de afbraak betreden.

De foto’s hieronder zijn aanklikbaar om te vergroten. Voor de gelegenheid had ik mijn telelens in mijn fototas gestopt. Omwille van het zwaar gewicht, gebruik ik die lens maar heel zelden meer, maar nu kwam ze goed van pas.
Het was overigens niet gemakkelijk om te fotograferen. De helm die ik op had was me veel te groot en zakte voortdurend voor m’n ogen.

De machine die hier bezig was leek net een ijzeren dinosaurus die met zijn reusachtig bek brokstukken van het gebouw beet en daarna weer uitspuwde.

Het was fascinerend om dit schouwspel gade te slaan.

Hiermee verdwijnt alweer een stukje geschiedenis en industrieel erfgoed uit onze stad. In de plaats komen op deze site nieuwe wooneenheden en een stadspark van 5000 vierkante meter. De parkeerplaatsen komen ondergronds. Dit hele project, op wandelafstand van de Markt van Deinze kadert, samen met de vernieuwing van de Tolpoortstraat, in de stadverfraaiing die reeds enkele jaren aan de gang is.
Toen ik hier was waren de sloopwerken pas begonnen. Intussen zijn die al een heel eind verder gevorderd. Binnenkort ga ik er opnieuw een kijkje nemen. Wellicht krijgt dit logje later nog een vervolg.

De teloorgang van de molens. (2/3)

De dagen van de 130 jaar oude gebouwen van de Molens van Deinze, het bedrijf waar men gedurende meer dan een eeuw grondstoffen voor bakkerijen vervaardigde, zijn geteld. Vorige maand is men begonnen met de sloop ervan.
Half februari, toen ik er een kijkje ging nemen, was er aan de kant van de Leie nog niets te zien van de sloopwerken. Maar wél te horen, want vanachter de gevels van de fabriek weerklonk een hels kabaal.

Ik wandelde verder langs de Leie tot aan de Tolpoortbrug. Ruim vijf jaar geleden maakte ik hier een foto. De dagen van de huizen rechts op de foto, zijn eveneens geteld.

Foto uit 2015

De vroegere apotheek op de hoek van de Tolpoortstraat en het huis ernaast zijn reed plat gelegd. Er zullen nog meer huizen hier moeten wijken. Alles kadert in een plan van stadsvernieuwing. Het aanzicht van onze stad is in sneltempo aan het veranderen.
Ik bleef even staan om naar de werkzaamheden te kijken. Op de achtergrond zag ik de torens van de Molens en kon ik een glimp opvangen van de werken die ginder aan de gang waren.

Halfweg de Tolpoortstraat bevindt zich de toegang tot de parking en het bedrijventerrein van de Molens van Deinze. Vroeger kon alleen het personeel van het bedrijf hier naar binnen. Maar aangezien de gebouwen reeds een jaar leeg staan, mag iedereen die dat wil voorlopig gebruik maken van de parking.
Ik wandelde gewoon te voet het bedrijventerrein op.

Rechts van mij bevonden zich oude kantoorgebouwen van het bedrijf, die wellicht ook gedoemd zijn om te verdwijnen.

Achter de hoek kwam ik op de parking van het bedrijf.

Aan de overkant rezen de majestueuze, oude achtergevels van het bedrijf op. Van de sloopwerken was hier nog steeds niets te merken.

Aan de andere kant stond een heel oud kantoorgebouwtje met een trapgeveltje, waar misschien de vrachtwagenchauffeurs zich moesten aanmelden om er de nodige papieren in orde te brengen ? Wellicht zal ook dit gebouwtje er moeten aan geloven.

Naast het trapgevelgebouwtje stonden ijzeren hekkens opgesteld. Hier kon ik niet verder. Niemand mocht voorbij de afsluiting. Het lawaai van de afbraakwerken was nu heel dichtbij, maar van de afbraakwerken zelf kon ik nog altijd niets zien.

Maar toen had ik het geluk om Bob de Bouwer tegen het lijf te lopen !

(wordt vervolgd)

De teloorgang van de molens. (1/3)

In 1875 werd in Deinze een vermicellifabriek opgericht, maar reeds in 1882 werd de fabriek omgebouwd tot een industriëel molenbedrijf voor het produceren van bakkerij grondstoffen. Het bedrijf kreeg de naam Les Moulins des Flandres. Na een brand in 1890 startte de fabriek weer op in 1892 onder de naam : Molens van Deinze.
Later kwam het bredrijf in handen van de familie Dossche. De naam werd veranderd in Dossche Mills.

Molens van Deinze omstreeks 1900 / collectie Mudel

In 2019 werd de verouderde fabriek te Deinze gesloten, omdat er problemen ontstonden met de milieuvergunning en de ietwat moeilijke bereikbaarheid per schip in de oude Leiearm. Alles verhuisde naar nieuwere en moderne vestigingen van het bedrijf. De nog 38 medewerkers die op de locatie aan de Leie nog werkzaam waren, verloren hun baan.
In 2014, toen er hier nog volop bedrijvigheid was, vrachtwagens aan en af reden en schepen aanlegden aan de loskaai, maakte ik enkele foto’s van het gebouwencomplex.

Een maand geleden werd begonnen met de sloop van de fabrieksgebouwen. Veel gebouwen op deze site van 320 ha. dateren van 1892. Alles zal onverbiddelijk verdwijnen. Alleen enkele authentieke gevels zou men trachten te bewaren.
Jullie lazen er al alles over op de blog van Fotorantje. Ook ik ging een kijkje nemen op woensdag 17 februari, toen de werkzaamheden nog maar net begonnen waren. Vanop de Leiebrug in Deinze was er nog niets bijzonders te zien. De gebouwen van de molens stonden erbij zoals vanouds.

Ik daalde de brug af en naarmate ik dichterbij kwam hoorde ik steeds meer gedaver, geronk en gebonk. Er was duidelijk iets aan de gang. Maar aan de voorgevels langs de Leie was er van de sloopwerken nog niets te merken.

Blijkbaar speelde de actie zich af achter deze torenhoge gevels. Om dat van naderbij te kunnen bekijken moest ik aan de andere kant zijn, op het bedrijventerrein zelf. Om daar te komen moest ik stukje verder wandelen, via een ommetje langs de Tolpoortstraat.

(wordt vervolgd)

De bel aan de Schelde.

Ik loop op deze blog wat achter op de tijd. Het is ondertussen al een maand geleden, we zaten toen nog volop in sneeuw, dat mijn vrouw en ik op de begraafplaats van haar geboortedorp Wichelen waren. Die begraafplaats is mooi gelegen aan de oevers van de Schelde. Daarachter ligt een natuurgebied, de Bergenmeersen genaamd, dat dienst doet als overstromingsgebied. Meer info daarover kan je lezen op de blog van Willy.
We gingen die dag een kijkje nemen aan de oever van de Schelde.

Hier begon het jaagpad dat tussen de Schelde en de Bergenmeersen loopt.

Hier begint een mooie natuurwandelroute langs schorren en slikken. Maar er waaide een ijzige noordpoolwind over deze vlakte, die niet uitnodigde om op wandel te gaan.

Hier vonden we ook het begin van het vlonderpad dat wandelaars doorheen de Bergenmeersen leidt, maar nu ondergesneeuwd lag. Het geheel zag er nogal glibberig uit en daarom waagden we ons niet verder.

Een wandeling door de Bergenmeersen zat er voor ons die dag niet in. We vertrokken terug uit Wichelen, maar waren vast besloten om, van zodra het lente werd, terug te keren om dit mooie natuurgebied wat beter te verkennen. We konden toen nog niet vermoeden dat de lente niet lang meer op zich zou laten wachten en dat wij hier vlugger zouden terug zijn dan verwacht.

Op weg van Wichelen naar huis, hielden wij nog eens halt in het centrum van Schellebelle en parkeerden onze auto aan het café “Het Veer”.

“Schellebelle”, een naam die klinkt als een klok, zou betekenen “bocht in de Schelde”, al is deze verklaring niet wetenschappelijk onderbouwd. We wilden graag een kijkje gaan nemen aan het veerpont van Schellebelle, dat achter dit café lag. We wandelden tot bij de aanloopsteiger naar de veerboot, waar nog steeds de blauwe bel hangt die je kan luiden als je de veerman wil roepen.

Het veer van Schellebelle is een van de oudste overzetten aan de Schelde. Het veer zou aan het begin van de 13e eeuw ontstaan zijn nadat de Scheldeloop gewijzigd was. Tot 1950 werd er gebruikgemaakt van een houten kettingpont. Thans gebeurt de overzet met een comfortabele veerboot. Ook bij deze koude wintertemperaturen voer de veerboot voortdurend over en weer om wandelaars van de ene oever naar de andere te brengen.

Wij bleven echter aan onze kant. Terug bij de auto maakte ik in het dorpscentrum nog een foto van “het roephuisje”, in de volksmond “het kot” genoemd. Dit piepkleine gebouwtje staat hier reeds sinds mensenheugenis, wellicht van in de 17e eeuw. Het diende oorspronkelijk als roephuisje, waar de veldwachter of sjampetter vanonder het afdakje de proclamaties van de gemeente luidkeels verkondigde aan al die het wou horen. “Het kot”zou ook nog dienst hebben gedaan als “cachot” waar geboefte of dronkenlappen zo nu en dan een nachtje mochten doorbrengen.